Aanpassing asielprocedure aan hoge instroom

599

Staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie heeft in een brief van 27 november 2015 aan de Tweede kamer maatregelen aangekondigd om de verhoogde instroom van asielzoekers “op ordentelijke wijze het hoofd te kunnen bieden” en de druk op de opvang te verminderen. Wat houden deze maatregelen in?

Door Pieter Boeles en Marcelle Reneman

Differentiatie tussen asielaanvragen
De huidige aanpak, waarin alle eerste asielaanvragen op eenzelfde wijze worden behandeld leidt volgens de Staatssecretaris tot een “suboptimale besteding van capaciteit en geld”. De IND heeft daarom een sporenbeleid ontwikkeld om voor verschillende doelgroepen verschillende procedures (sporen) te kunnen gebruiken. Door binnen deze “sporen” procesaanpassingen door te voeren, moet de asielprocedure op een effectievere manier plaatsvinden. De indeling in sporen volgt nadat de IND de asielzoeker heeft geïdentificeerd en geregistreerd. Dat wordt nodig geacht om te voorkomen dat plegers van oorlogsmisdaden, mensen met kwade intenties of met onjuiste motieven eenvoudig instromen in de asielprocedure.

Vijfsporenbeleid
De vijf sporen zien er als volgt uit:

  1. Evident kansarme asielaanvragen kunnen snel worden behandeld en afgewezen, waarnaar kan worden ingezet op terugkeer. Mensen die op grond van de Dublinverordening hun asielaanvraag in een andere lidstaat moeten laten behandelen zijn hier een voorbeeld van.
  2. Asielzoekers afkomstig uit een veilig land van herkomst of die al elders in de EU bescherming hebben, worden eveneens als evident kansarme asielaanvragen beschouwd die snel kunnen worden behandeld en afgewezen.
  3. Evident kansrijke asielaanvragen kunnen versneld worden behandeld en ingewilligd. Te denken valt aan goed gedocumenteerde Syriërs, staatloze Palestijnen uit Syrië en Eritreërs. Deze groep krijgt volgens de staatssecretaris “in beginsel” geen gefinancierde rechtshulp meer.
  4. Daarnaast zijn er asielaanvragen die de IND behandelt in de asielprocedure zoals die in de huidige situatie wordt toegepast.
  5. Tot slot zijn er zaken waarbij sprake is van een mogelijke inwilliging, maar waarvoor aanvullend onderzoek nodig is naar identiteit en nationaliteit. Te denken valt aan niet goed gedocumenteerde Syriërs.

De Staatssecretaris wijst er op dat niet vooraf te zeggen valt in hoeveel gevallen de snellere sporen kunnen worden benut. “Ook is gezien de hoge instroom niet te verwachten dat de wachttijden (snel) zullen dalen. Wel kan de IND met dit sporenbeleid gerichter werken, mensen die misbruik maken van de asielprocedure sneller afwijzen en bij blijvend hoge instroom verdere oploop van de wachttijden temperen.”

Toepassing van de Dublinverordening
Nederland draagt op grond van de Dublinverordening nog steeds asielzoekers over aan andere EU lidstaten. Dit geldt ook voor EU lidstaten zoals Italië en Hongarije, die zelf te kampen hebben met een zeer hoge instroom van asielzoekers. Dit gaat niet zonder problemen. In twee uitspraken van 26 november 2015 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) had de asielzoeker aangevoerd dat zijn overdracht naar Hongarije in strijd zou komen met het verbod van onmenselijke en vernederende behandeling en het recht op een effectief rechtsmiddel (artikel 3 en 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling stukken had overgelegd die aanleiding gaven voor gerede twijfel over de situatie in Hongarije in het bijzonder waar het betreft de opvangcapaciteit, leefomstandigheden en de asielprocedure in dat land. De Staatssecretaris had volgens de Afdeling in reactie daarop onvoldoende inlichtingen verstrekt over de situatie van Dublinclaimanten na overdracht aan Hongarije. Hij had daarmee onvoldoende gemotiveerd dat de overdracht van de asielzoeker naar Hongarije geen onmenselijke of vernederende behandeling zou opleveren.

Veilige landen van herkomst
In november 2015 heeft de Staatssecretaris een lijst van veilige landen van herkomst opgesteld. Op deze lijst staan de landen van de Europese Economische Ruimte, Zwitserland, Australië, Canada, Japan, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. Daarnaast staan de landen van de Westelijke Balkan op deze lijst: Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Macedonië, Montenegro en Servië. Voor vreemdelingen uit deze landen geldt de vooronderstelling dat hun land van herkomst veilig is en dus dat de aanvraag niet voor inwilliging in aanmerking komt. “Daarmee rust er dus een zwaardere bewijslast op de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij in aanmerking komt voor bescherming” (zie de brief van de Staatssecretaris van 3 november 2015).

Geen gefinancierde rechtsbijstand voor kansrijke asielverzoeken
Asielzoekers krijgen tot nog toe altijd aan het begin van de asielprocedure een gratis advocaat toegewezen (zie hierover ook ons blog Gratis rechtshulp vreemdelingen onder druk). Deze advocaat bespreekt en corrigeert samen met de asielzoeker de rapporten van de interviews met de IND en reageert op de standpunten van de IND. De Staatssecretaris is nu voornemens om voor kansrijke asielverzoeken niet langer gefinancierde rechtshulp te bieden. De adviescommissie vreemdelingenzaken van de Nederlandse Orde van Advocaten heeft op 30 november kritisch gereageerd op dit voornemen. Die commissie meent dat deze maatregel op gespannen voet staat met de Europese Procedurerichtlijn (zie ons dossier). In de praktijk betreft het vooral Syriërs, staatloze Palestijnen uit Syrië en Eritreërs. De gedachte is kennelijk: deze aanvragen worden toch ingewilligd, daar voegt rechtshulp niets meer aan toe. Dat is niet juist, aldus de Orde van Advocaten. Ook bij hen is rechtshulp noodzakelijk, met name bij het corrigeren en controleren van de wijze waarop het gehoor wordt opgetekend. Wanneer de verklaringen uit het eerste en nader gehoor ten tijde van de aanvraag niet juist zijn, kan dat bij een latere herbeoordeling tot grote problemen leiden voor de vreemdeling. Onvolledigheid van het gehoor of fouten en onvolledigheden in de schrijfwijze van de naam van een asielzoeker kunnen ook problemen opleveren bij de hereniging met gezinsleden. Op dit punt wreekt zich volgens de Orde van Advocaten de steeds grotere inzet van niet-registertolken Arabisch (Syrië) en Tigrinia (Eritrea), waardoor de kwaliteit van de tolkwerkzaamheden regelmatig te wensen overlaat. Ook de inzet van onvoldoende ervaren krachten bij de IND zelf draagt in dit verband bij aan een grotere kans op onzorgvuldigheden. Dit wordt in de praktijk al dagelijks ervaren en gesignaleerd door de advocaten die werkzaam zijn op het aanmeldcentrum.

Maatregelen met betrekking tot nareizende gezinsleden
Naast deze differentiering van de asielprocedure wordt ook de procedure voor nareis van gezinsleden veranderd (zie over nareis ook ons blog Het recht op gezinsleven I: het EVRM). Nareizende gezinsleden vormen volgens de staatssecretaris een fors aandeel in de huidige instroom. De Staatssecretaris kondigt maatregelen aan met betrekking tot de huisvesting van de gezinsleden. Daarnaast brengt hij wijzigingen aan in de beslistermijn en verhoogt hij de drempel voor het doen van een verzoek om nareis.

Huisvesting van nareizende gezinsleden
Nareizende gezinsleden die in Nederland arriveren, maken in eerste instantie gebruik van opvang bij het COA voordat zij worden gehuisvest in de gemeente. Dit legt druk op de opvangplekken bij het COA, die hard nodig zijn voor het onderdak bieden aan nieuwe asielzoekers. Daarom werken COA, Platform Opnieuw Thuis en gemeenten samen om nareizigers bij aankomst in Nederland direct of zo snel mogelijk te huisvesten in de gemeente. Zij tellen mee in de taakstelling voor gemeentelijke huisvesting van vergunninghouders.

Verlenging beslistermijn nareiszaken
Verder zal in een wetsvoorstel worden geregeld dat mensen die hier een asielstatus hebben langer de tijd krijgen ( zes in plaats van drie maanden) om een verzoek in te dienen voor nareis van hun gezinsleden, en dat de IND langer de tijd krijgt (negen in plaats van drie maanden) om daarop te beslissen. Daarbij moet worden bedacht dat gezinsleden van asielstatushouders vaak in zeer moeilijke omstandigheden in het land van herkomst of een derde land zijn achtergebleven. De Gezinsherenigingsrichtlijn stelt dan ook dat de situatie van vluchtelingen om bijzondere aandacht vraagt vanwege de redenen die hen ertoe hebben gedwongen hun land te ontvluchten en die hen beletten aldaar een gezinsleven te leiden. Om die reden moeten voor hen gunstiger voorwaarden worden geschapen voor de uitoefening van hun recht op gezinshereniging.

Verhalen van kosten voor nader onderzoek gezinsband op de asielzoeker
Een probleem dat volgens de Staatssecretaris vooral bij Eritrese nareisaanvragen speelt, is dat de gezinsrelatie vaak niet met documenten kan worden bewezen. In zo’n geval is er de mogelijkheid voor nader onderzoek in de vorm van DNA-onderzoek of een gehoor op de buitenlandse post. Ook na zulke onderzoeken zijn er relatief veel afwijzingen (circa 70%) van Eritrese aanvragen. Dit legt volgens de Staatssecretaris een beslag op de capaciteit en de kosten van de IND en de buitenlandse posten. Op de buitenlandse post in Khartoem is sprake van sterk oplopende wachttijden bij het afhandelen van Eritrese nareisaanvragen doordat veel tijd en capaciteit besteed wordt aan vaak kansloze aanvragen, aldus de brief aan de Tweede Kamer. Het streven is om voor deze kansloze aanvragen de drempel te verhogen en de druk te verminderen op de capaciteit en middelen van de IND en buitenlandse posten. Het voornemen is om in geval van afwijzing van de aanvraag na een DNA-onderzoek en/of ID-gehoor op de buitenlandse post de kosten daarvan in rekening te brengen bij de aanvrager. Wel zal nog gekeken worden naar de doelmatigheid van deze maatregel. Immers, de administratieve last moet opwegen tegen de baten, aldus de Staatssecretaris. Eerder is veel discussie geweest rond het bewijzen van de gezinsrelatie van Somalische asielzoekers (zie hierover ons blog Brief Teeven: Nareizende kinderen van vluchtelingen). Het beleid voor Somalische nareizigers is na veel kritiek van onder meer de Kinderombudsman weer versoepeld.