Een verblijfsvergunning als startup en zelfstandige

651

Nederland kent sinds 1 januari 2015 een startupverblijfsvergunning. Deze is geldig voor één jaar. Na dat jaar moet de startup een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige aanvragen. Met de versoepeling van de zelfstandigenregeling per 1 januari 2016 is gezocht naar een oplossing voor het gevreesde gat tussen startup- en groeifase. Hoe ziet die zelfstandigenregeling eruit?

Door Tesseltje de Lange *

Voor wie geldt de zelfstandigenregeling?
Wanneer een vreemdeling in Nederland een bedrijf wil beginnen kan hij óf om een zogeheten startup verblijfsvergunning verzoeken(zie ons eerdere blog) óf hij kan daarvoor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige aanvragen. Voor een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf en zo’n verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige moet hij de zogenaamde TEV-procedure doorlopen. Hierop wordt positief beslist als er naar het oordeel van de Minister van Veiligheid & Justitie een wezenlijk Nederlands belang bij toelating is. De minister laat zich hierover adviseren door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Turken, Amerikanen, Zwitsers, Japanners en houders van een verblijfsvergunning als langdurig ingezetene in een andere EU-lidstaat vallen op grond van Europese of bilaterale afspraken momenteel onder een ander juridisch regime. Ook voor kunstenaars en medici die als zelfstandige in Nederland willen verblijven, gelden andere regels. Over hun toelating adviseren de ministeries van Onderwijs Cultuur & Wetenschappen of Volksgezondheid Welzijn & Sport.

Puntenstelsel
Sinds 2008 adviseert RVO op basis van een puntenstelsel. Dit puntenstelsel kent drie inhoudelijke categorieën: a) de persoonlijke ervaring van de vreemdeling, b) diens ondernemingsplan en c) de toegevoegde waarde van de economische activiteiten voor de Nederlandse economie. Voor elke categorie kan de ondernemer maximaal 100 punten krijgen. Voor een positief advies is voor elke categorie minimaal 30 punten nodig. Sinds een wijziging van het puntenstelsel in 2013 is compensatie mogelijk voor de derde categorie wanneer de ondernemer voor de eerste twee categorieën elk in ieder geval 45 punten heeft ontvangen. De ‘toegevoegde waarde’ voor de Nederlandse economie blijkt dan dus uit de persoonlijke ervaringen van de vreemdeling en diens ondernemingsplan.

Persoonlijke ervaring
Om advies te kunnen vragen bij RVO moet de IND voldoende gegevens van de ondernemer hebben. Het is aan de IND om de vreemdeling een duidelijk ‘boodschappenlijstje’ te geven. Punten voor persoonlijke ervaring krijgt de vreemdeling met een diploma op ten minste HBO niveau, minstens één jaar ervaring als ondernemer, werkervaring op een relevant niveau, eerder genoten inkomen en ervaring met Nederland. Alles moet met stukken, uit objectieve bron, worden onderbouwd. Een CV waar persoonlijke ervaring uit blijkt, is niet genoeg: opleidingsniveau moet blijken uit door Nuffic gewaardeerde diploma’s, arbeidsverleden moet blijken uit referenties, ondernemerservaring moet blijken uit een inschrijving in de Kamer van Koophandel, uit omzetcijfers, referenties van zakenpartners, leveranciers of klanten. Ervaring met Nederland kan bijvoorbeeld blijken uit eerder verblijf als kennismigrant, een diploma Nederlands op NT2 niveau of opnieuw referenties van klanten en zakenpartners.

Het ondernemingsplan
Ook het ondernemingsplan wordt minutieus bestudeerd. Het moet informatie bevatten over het product, de markt, de unique selling points en prijsopbouw. En de financiële onderbouwing van het plan moet stevig in elkaar zitten. Een goede solvabiliteit (verhouding tussen vreemd en eigen vermogen) levert punten op. Nog beter is een kredietovereenkomst met een Nederlandse bank. Zo’n kredietovereenkomst levert 50 punten op voor het ondernemingsplan. De gedachte hierachter is dat als een private instelling zegt dat de ondernemer de moeite waard is om in te investeren, er kennelijk een wezenlijk Nederlands belang bestaat. Banken geven echter in de regel alleen financiering aan mensen met een verblijfsvergunning.

Toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie
De toegevoegde waarde kan blijken uit de innovativiteit van het product of de dienst, uit arbeidscreatie of uit investeringen. De aankoop van een bedrijfspand ter waarde van 4 ton bijvoorbeeld, kan 30 punten opleveren. Zonder verblijfszekerheid zijn dat risicovolle investeringen. Uit de opmerkingen bij de puntenregeling blijkt dat de investering binnen een jaar moet worden gerealiseerd. In de praktijk wordt pas positief geadviseerd als de investering daadwerkelijk is gedaan.

Verklaring van de facilitator
De zelfstandigenregeling is bedoeld voor meer ervaren ondernemers. Het idee om de startups een zoekjaarvergunning te geven (zie ons eerdere blog) is verlaten. Er is voor een andere oplossing gekozen voor het gevreesde gat tussen startup- en groeifase: de facilitator van de startup gaat meebeslissen over de doorstroom naar de zelfstandigenregeling. Aan het boodschappenlijstje van startups wordt daarvoor een verklaring van de facilitator toegevoegd. Als het eerste jaar succesvol is verlopen, krijgen startups er moeiteloos twee jaar verblijf als zelfstandige bij. Startups krijgen daarmee ruim baan. Voor ondernemers die buiten de startupregeling vallen, blijkt de toelating als zelfstandige een lastige route om te bewandelen.

* onderzoeker/docent economische migratie bij de Universiteit van Amsterdam en Tilburg Law School. Heeft u vragen over economische migratie naar Nederland of de EU, succes stories of schrijnende voorbeelden, neem gerust contact op: t.delange@uva.nl