Verkiezingen 2017: Terugkeer en illegaliteit

1786

Verblijfblog bespreekt de komende weken de integratie- en migratieparagrafen van de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen in de Tweede Kamer. Plannen worden per thema vergeleken met eerdere programma’s sinds 2006. Het eerste thema is terugkeer en illegaliteit.

Door Martijn Stronks – zie ook zijn Verblijfscolumn op NRC blog Recht en Onrecht

De vreemdeling die geen rechtmatig verblijf (meer) heeft, moet Nederland verlaten, zo staat in artikel 61 Vw 2000. Hij krijgt vier weken om uit eigen beweging te vertrekken, daarna kan hij worden uitgezet. Bovendien kan hem een inreisverbod worden opgelegd, en de overtreding van zo’n verbod is onder omstandigheden strafbaar. Wie hier niet mag zijn moet weg, is de duidelijke boodschap van de vreemdelingenwet.

Toch verblijven er voortdurend mensen zonder toestemming op het Nederlandse grondgebied. Volgens een door het WODC gemaakte schatting verbleven er tussen 1 juli 2012 en 30 juni 2013 ruim 35.000 vreemdelingen onrechtmatig in Nederland. Door alle partijen is dit door de jaren heen gezien als een probleem, al lopen de aangedragen oplossingen nogal uiteen.

Grofweg zijn er twee uitersten te bespeuren: aan de ene kant zijn er partijen die menen dat het verblijf van onrechtmatig verblijvende (minderjarige) vreemdelingen na verloop van tijd moeten worden geregulariseerd. Aan de andere kant wordt er betoogd dat illegaliteit juist effectiever moet worden bestreden. Zo zijn er in de verkiezingsprogramma’s drie subthema’s te onderscheiden: effectiever terugkeerbeleid, regels voor illegaal verblijvende vreemdelingen, en regularisaties. Zoals te zien in de onderstaande tabel worden er zeven verschillende voorstellen gedaan binnen deze thema’s. Deze voorstellen worden nader toegelicht in de daarop volgende paragrafen.

Effectiever terugkeerbeleid
In de partijprogramma’s voor de verkiezingen van 2017 van de CDA en PvdA worden plannen voor de terugkeer van vreemdelingen voorgesteld In de programma’s van D66, PVV, SP en VVD voor 2017 staat hierover niets. In eerdere verkiezingsprogramma’s hebben ook GroenLinks en VVD voorstellen voor het verbeteren van het terugkeerbeleid. Door de jaren heen zijn er twee soorten voorstellen gedaan: internationale druk uitoefenen op landen van herkomst en het verbeteren van het perspectief voor de migrant in het land van herkomst.

  1. Internationale druk op landen van herkomst
    De PvdA verkiezingsprogramma van de PvdA voor de verkiezingen van 2017. De partij stelt: ‘Succesvolle terugkeer van afgewezen asielzoekers lukt alleen als de landen van herkomst meewerken. Daarom willen wij harde afspraken maken met landen van herkomst over het terugnemen van hun onderdanen. Landen die onvoldoende meewerken leggen we sancties op, bijvoorbeeld door het weigeren van visa aan hooggeplaatste personen. Bij het regelen van terugkeer leggen we prioriteit bij overlast gevende illegalen en illegalen die verdacht worden van oorlogsmisdaden.’ Zo’n voornemen is niet terug te vinden in de eerdere PvdA programma’s. In 2012 en 2010 is er geen enkele verwijzing naar terugkeer (behalve dat het belangrijk is).

Ook het CDA richt zich ten aanzien van het terugkeerbeleid op de herkomstlanden. Het stelt in het programma van 2017 ‘Herkomstlanden die na het herstel van de vrede meewerken aan de terugkeer van hun landgenoten geven we steun; landen die niet meewerken krijgen geen ontwikkelingshulp en komen niet in aanmerking voor handelsverdragen of andere vormen van samenwerking’. In 2012 heeft het CDA geen voornemens betreffende terugkeer, in 2010 wél: ‘Terugkeer vormt een integraal onderdeel van het asiel- en migratiebeleid. De inspanningen om met landen van herkomst afspraken te maken over terugkeer en het verbeteren van de procedures voor het afgeven van laissez-passers zijn een kabinetsbrede verantwoordelijkheid en komen aan de orde in alle internationale contacten met deze landen. Daarbij zal moeten worden gestreefd naar meer samenwerking tussen de EU- (en Schengen) lidstaten, zowel op operationeel (charters) als op diplomatiek niveau.’ Ook in 2006 streeft het CDA naar verbetering van de internationale samenwerking betreffende de terugkeer: ‘De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) krijgt een nadrukkelijke rol bij terugkeer en het verkrijgen van (vervangende) documenten. Goed terugkeerbeleid vergt dat de samenleving in onderhavige gevallen in haar geheel meer gericht meewerkt aan het feitelijk vertrek van uitgeprocedeerde asielzoekers en illegale vreemdelingen. Dat vergt (…) een goede samenwerking tussen overheid en non-gouvermentele organisaties en kerken.’

De VVD stelt dat asielzoekers die te horen hebben gekregen dat zij niet in Nederland mogen blijven, zo snel mogelijk moeten terugkeren naar hun land van herkomst. Hoewel de VVD maatregelen voorstelt om illegaal verblijf te bemoeilijken (zie volgende paragraaf) heeft het in 2017 geen voornemens om de terugkeer efficiënter te maken. Ook in de VVD-programma’s van 2006 en 2010 staat niets over terugkeerbeleid, in dat van 2012 wel. In dat verkiezingsprogramma stelt de VVD dat de overheid verantwoordelijk is voor een effectief terugkeerbeleid, maar dat de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers vaak wordt bemoeilijkt doordat het land van herkomst niet meewerkt. ‘De VVD wil dat de Nederlandse regering met kracht bepleit dat deze landen hun eigen onderdanen terugnemen. Dat kan door een meewerkende houding als voorwaarde te stellen bij het sluiten van verdragen’.

In de programma’s van 2006, 2010 en 2012 heeft GroenLinks nog concrete plannen in het verkiezingsprogramma staan om te terugkeer te verbeteren, in 2017 niet meer. Deze plannen lijken erg op die van de VVD en PvdA. Zo stelt het programma in 2012: ‘[o]m te bevorderen dat afgewezen asielzoekers terugkeren, sluit Nederland terugkeerovereenkomsten met herkomstlanden die aantoonbaar veilig zijn, liefst in EU-verband.’ Ditzelfde plan is ook in de twee eerdere programma’s terug te vinden.

2. Perspectief in het land van herkomst
In het PvdA-programma van 2017 staat nog een voornemen betreffende terugkeer: ‘We moeten perspectief bieden aan degenen die niet in Nederland mogen blijven. Dit kan door vroegtijdig, met maatwerk, een terugkeerplan op te stellen. Hierdoor weten mensen wat hen te wachten staat op het gebied van scholing, werk en gezondheid in het land van herkomst. Dat kan door vaardigheden te leren die van pas komen in hun eigen land, door samenwerking met ngo’s en diasporaorganisaties en door realisatie van enkele voorzieningen voor terugkerende afgewezen asielzoekers in het land van herkomst. Door dit vroegtijdig te doen, voorkomen we dat mensen jarenlang in onzekerheid leven alvorens ze Nederland alsnog moeten verlaten. De wens voor een dergelijk terugkeerplan wordt ook gedeeld door verschillende ngo’s, die stellen dat duidelijkheid juist in het belang van de migrant is. Dit geldt helemaal voor kinderen.’ Deze passage lijkt enigszins op die uit het programma van 2006 waarin ook het perspectief van de migrant in het land van herkomst centraal staat. Daar stelt de PvdA voor om de vrijwillige terugkeer van afgewezen vreemdelingen te vergroten ‘door het bieden van perspectief in het land van herkomst (financiële middelen voor de opbouw van een nieuw bestaan, individuele begeleiding, werkmogelijkheden, onderwijs ter voorbereiding van terugkeer). Er komen speciale terugkeerprogramma’s voor slachtoffers van mensenhandel en prostitutie. Maar het aanpakken van de mensenhandel gaat boven terugkeer.’

Een verwijzing naar een perspectief in het land van herkomst is ook terug te vinden in het verkiezingsprogramma van GroenLinks, al is het summier. Deze partij stelt ‘[A]ls een asielverzoek wordt afgewezen is de terugkeer veilig en met kans op een nieuw bestaan’. Concrete plannen noemt GroenLinks verder niet.

Illegaal Verblijf
In de partijprogramma’s voor de verkiezingen van 2017 van GroenLinks, SP, VVD worden plannen over illegaal verblijf van vreemdelingen genoemd. In de programma’s van CDA, D66, PvdA, PVV voor 2017 staat hierover niets. Wel hebben alle partijen sinds 2006 voorstellen gedaan omtrent illegaal verblijf. Er zijn drie verschillende plannen waar partijen voor of tegen zijn: verlenen van opvang aan uitgeprocedeerde asielzoekers, strafbaarstelling van illegaal verblijf en beperken van het gebruik van vreemdelingenbewaring.

3. Opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers
Over de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers is in de jaren veel gedebateerd, geprocedeerd en er is veel verschillend beleid geweest. Zie voor meer informatie over dit onderwerp ons dossier op Verblijfblog over Bed-bad-brood.

Het programma van GroenLinks voor 2017 is kort over regels omtrent illegaal verblijvende vreemdelingen. Het stelt alleen dat ‘[d]e overheid ervoor [zorgt] dat gemeenten voorzieningen inrichten waar uitgeprocedeerde asielzoekers opvang, inkomen en begeleiding ontvangen.’ Dat voornemen is niet exact zo terug te vinden in de eerdere programma’s van GroenLinks, wel staat er in 2010 en 2012 dat afgewezen asielzoekers opvang behouden totdat hun terugkeer daadwerkelijk is gerealiseerd.

Ook het programma van de SP voor de verkiezingen van 2017 is summier over illegaal verblijf: ‘We komen tegemoet aan de wensen van gemeenten voor een ‘bed-bad-broodregeling’ en voorkomen dat vluchtelingen over straat moeten zwerven.’ Het gebruik van het woord ‘vluchteling’ is hier wat verwarrend, omdat een vluchteling immers recht op bescherming heeft. Vermoedelijk wordt gedoeld op ‘asielzoeker’, of nog breder, een onrechtmatig verblijvende vreemdeling. In de SP-programma’s uit 2006, 2010 en 2012 is de terminologie duidelijker en stelt SP ‘Uitgeprocedeerde asielzoekers houden recht op opvang zolang zij actief bezig zijn met de voorbereiding van hun terugkeer.’ Bovendien stelt SP in de programma’s uit 2006, 2010 en 2012 dat gemeenten het recht hebben om noodopvang te bieden en het Rijk daarbij zorgt voor financiële middelen.

Ook de VVD spreekt zich uit over gemeentelijke opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers in zijn programma van 2017, maar is hier tegen. ‘Gemeenten die uitgeprocedeerde asielzoekers toch opvang bieden en daarmee mensen valse hoop geven moeten hiervoor een boete krijgen.’

Het CDA stelt in de verkiezingsprogramma’s van 2012 en 2017 niets over illegaal verblijf, maar wel summier in die van 2006 en 2010. In 2006 staat er: ‘[a]sielzoekers die meewerken aan het realiseren van hun terugkeer, krijgen tot hun feitelijke terugkeer een onderkomen.

De PvdA stelt in haar programma van 2017 niets over illegaal verblijf. De PvdA vindt in 2010 ‘dat Nederland gehouden is aan de zorgplicht. Elk kind dat in Nederland woont en leerplichtig is, heeft recht op fatsoenlijke huisvesting en de noodzakelijke sociale basisvoorzieningen.’

De PVV stelt niets over illegaal verblijf in het programma van 2017. De programma’s van 2010 en 2012 bevatten het voornemen om gemeentelijke opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers af te schaffen. Dit staat niet in het PVV-programma van 2006, daarin staat alleen ‘Geen medische zorg voor illegalen behoudens spoedeisende hulp’. Sinds de Koppelingswet in 1998 in werking trad is dit reeds bestaand beleid.

4. Vreemdelingenbewaring
Op 1 januari 2012 treedt de implementatiewet van de Europese Terugkeerrichtlijn in werking. Deze richtlijn stelt regels aan de maximale duur van de vreemdelingenbewaring voor vreemdelingen zonder verblijfsvergunning. Bovendien laat de richtlijn vreemdelingenbewaring slechts toe als ultimum remedium ten behoeve van de uitzetting.

In 2017 staat er niets over vreemdelingenbewaring in het programma van GroenLinks. In 2010 en 2012 stelt de partij nog dat uitgeprocedeerde asielzoekers slechts in vreemdelingenbewaring mogen worden genomen wanneer er geen alternatieven beschikbaar zijn en duidelijk aantoonbaar is dat zij hun terugkeer tegenwerken. In 2010 wordt daaraan nog toegevoegd (en dat staat reeds in het program van 2006): ‘Vreemdelingendetentie voor uitgeprocedeerde asielzoekers mag slechts van zeer beperkte duur zijn; er moet zicht zijn op uitzetting. De omstandigheden in de gesloten opvang zijn veilig en humaan. Minderjarigen worden onder geen beding in vreemdelingendetentie geplaatst.’

CDA stelt alleen in 2006 ‘Kinderen horen niet in vreemdelingenbewaring thuis’.

In 2012 stelt de PvdA: ‘[v]luchtelingen zijn geen criminelen. Daarom ontwikkelingen we alternatieven voor vreemdelingendetentie.’ Onduidelijk is wat PvdA precies bedoelt met ‘vluchtelingen’ nu die categorie juridische bescherming krijgt en vreemdelingenbewaring gaat over uitgeprocedeerde asielzoekers. In 2010 staat er ‘We willen geen gezinnen met kinderen in de cel of op straat, dat stelt de partij ook in 2006.

D66 stelt in al de onderzochte verkiezingsprogramma’s niets expliciets over illegaal verblijf. Wel stelt het in de programma’s van 2006, 2010 en 2012: ‘D66 wil geen kinderen in de cel; voor hen moet altijd een alternatief worden gezocht’.

5. Strafbaarstelling illegaal verblijf
Vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf hebben kunnen een inreisverbod opgelegd krijgen. Sinds de implementatie van de Terugkeerrrichtlijn is de overtreding van dit inreisverbod strafbaar gesteld (artikel 66a Vw2000 en artikel 197 Wetboek van Strafrecht). Op 7 januari 2013 dient Staatssecretaris Teeven een wetsvoorstel in tot strafbaarstelling van illegaal verblijf. Dit voorstel is per brief aan de Tweede Kamer van 14 mei 2014 ingetrokken.

De VVD wil in 2017 ‘illegaal verblijf – en het faciliteren daarvan – strafbaar stellen. Zo kunnen we voorkomen dat bijvoorbeeld gemeenten toch opvang bieden en op die manier verkeerde verwachtingen scheppen en tegenstrijdige signalen afgeven aan deze mensen over hun kansen in Nederland.’ Deze wensen stonden ook al in verkiezingsprogramma van 2010 en 2012. In 2006 staat er niets in het VVD-programma over illegaal verblijf. Vermoedelijk wil de VVD dus naast de sinds 2012 bestaande strafbaarstelling van het overtreden van inreisverbod, opnieuw proberen een nog algemenere strafbaarstelling van illegaal verblijf voor elkaar te krijgen. Ook de PVV is in 2010 en 2012 voor de invoering van strafbaarstelling van illegaal verblijf, in het programma van 2017 staat hierover niets.

Alleen in het verkiezingsprogramma uit 2012 stelt de SP dat de strafbaarheid van illegaal verblijf moet worden afgeschaft. Ook de PvdA stelt in dat jaar dat ze de strafbaarstelling van illegaal verblijf (via het inreisverbod) willen terugdraaien, dit voornemen staat niet meer in het PvdA-programma van 2017.

CDA heeft alleen in 2010 een voornemen dat lijkt op de strafbaarstelling van illegaliteit: ‘Om illegaliteit effectiever te bestrijden wordt hard opgetreden tegen mensen die van illegalen profiteren, zoals werkgevers, huisjesmelkers en mensensmokkelaars.’ Het is onduidelijk wat precies wordt bedoeld met ‘harder optreden’, mogelijk is dat CDA hulp aan illegalen strafbaar wil stellen, mogelijk is ook dat de partij de opsporing en controle wil intensiveren. Een vergelijkbaar voorstel is terug te vinden in het PvdA-programma uit 2006: ‘Werkgevers die illegalen in dienst nemen en mensen die illegalen uitbuiten, bijvoorbeeld huisjesmelkers, worden hard aangepakt. Criminele/overlastgevende illegalen worden gedwongen te vertrekken. Deze illegalen komen nu vaak na een periode vreemdelingenbewaring weer op straat terecht. Wij willen een sluitende aanpak: opsluiten of opvangen tot uitzetten onder voorwaarde dat dit op een humane wijze gebeurt.’

Regularisatie
In de partijprogramma’s voor de verkiezingen van 2017 van GroenLinks, SP, VVD worden plannen over regularisatie genoemd. In de programma’s van CDA, D66, PvdA, PVV voor 2017 staat hierover niets. Alle partijen hebben zich sinds 2006 uitgesproken over regularisaties van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen. Er zijn twee verschillende plannen te onderscheiden waar partijen voor of tegen zijn: een algemeen of kinderpardon en het verlenen van een vergunning voor onuitzetbaren (of als de procedure te lang duurt).

6. Algemeen of kinderpardon
Staatssecretaris van Justitie Albayrak stuurt op 25 mei 2007 een brief aan de Kamer met daarin de inhoud van de Regeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet, ook wel de RANOV of het Generaal Pardon genoemd. Ongeveer 27000 vreemdelingen zijn op grond van deze regeling in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning.

Op 1 februari 2013 treedt de Regeling voor langdurig verblijvende kinderen, ook wel Kinderpardon, in werking. Op grond van deze regeling kunnen kinderen die voorafgaand aan hun achttiende verjaardag vijf jaar in Nederland hebben verbleven kunnen een vergunning krijgen. Voorwaarde is wel dat ze eerder een asielaanvraag indienden en dat ze zich tijdens hun onrechtmatig verblijf niet aan het toezicht van de overheid hebben onttrokken.

GroenLinks heeft in haar verkiezingsprogramma van 2017 de meest concrete plannen omtrent regularisatie van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen. Het stelt dat alle kinderen die in Nederland geworteld zijn en buiten hun schuld nog geen verblijfsvergunning hebben een verblijfsvergunning krijgen. In 2012 heeft GroenLinks dit voornemen al, hoewel de groep beperkt is tot asielzoekers: ‘Er komt een kinderpardon voor asielkinderen die nu al langer dan vijf jaar in Nederland verblijven’. In 2006 is GroenLinks voorstander van een generaal pardon voor de 26000 asielzoekers die nog vallen onder de oude vreemdelingenwet van voor 2001. Ook de slachtoffers van de Schipholbrand vallen hieronder, in het plan van GroenLinks.

Ook de SP is in het programma van 2017 voor regularisaties en stelt alleen: ‘Het Kinderpardon wordt ruimhartig uitgevoerd’. Ook in 2012 was de SP al voorstander van dit Kinderpardon: ‘Kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn kunnen niet meer worden teruggestuurd. We steunen het Kinderpardon.’ Dat kinderen zelf verblijfsrechten opbouwen stelt de partij ook al in 2010. In 2006 is de SP voorstander van een generaal pardon voor asielzoekers die onder de oude vreemdelingenwet vielen.

De VVD is tegen pardonregelingen. In 2017 één voornemen betreffende regularisaties en dat is de afschaffing van het Kinderpardon: ‘Iedereen beseft hoe moeilijk het is als een gezin met kinderen te horen heeft gekregen dat het niet in Nederland mag blijven. Maar als dit na een zorgvuldige procedure toch het oordeel van de rechter is, dan is het in het belang van de kinderen om terug te keren en een toekomst op te bouwen in het land van herkomst. Het is niet in hun belang om in Nederland in de illegaliteit te leven. Wij willen ervoor zorgen dat in de toekomst zo min mogelijk gezinnen in deze situatie terechtkomen. Dan past het niet om een regeling te hebben waardoor gezinnen de hoop houden dat zij een vergunning kunnen krijgen, als zij maar lang genoeg met kinderen een illegaal bestaan leiden in Nederland. Daarom willen we de regeling kinderpardon afschaffen.’ In de programma’s van 2006, 2010 en 2012 staat niets over regularisaties.

D66 spreekt zich in het verkiezingsprogramma van 2012 uit voor een wortelingswet voor kinderen. ‘Als asielkinderen al meer dan 8 jaar in Nederland verblijven en geworteld zijn, dan mogen ze van D66 met hun ouders blijven.’ In 2006 is D66 voor het generaal pardon. Verder is geen plan omtrent regularisaties terug te vinden in de vier verkiezingsprogramma van D66.

De PvdA heeft in 2017 geen voornemens voor wat betreft de regularisaties van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen, zo blijkt uit het verkiezingsprogramma. Ook in 2010 en 2012 staat daarover niets in het programma. In 2006 is de PvdA voor het generaal pardon. Het programma van de PVV meldt in 2006 en 2017 niets over regularisaties. In 2010 en 2012 wil de PVV een wet tegen het generaal pardon invoeren.

7. Buitenschuld vergunning
Vanaf 1 juni 2013 zijn er nieuwe beleidsregels voor een buitenschuld vergunning, voor vreemdelingen die buiten hun schuld het land niet kunnen verlaten.

GroenLinks heeft in alle onderzochte programma’s het voornemen om onuitzetbare vreemdelingen een tijdelijke verblijfsvergunning te geven. Als terugkeer na drie jaar nog steeds onmogelijk is, wordt deze omgezet in een permanente verblijfsvergunning. Het is onduidelijk hoe dit zich verhoudt tot het bestaande buitenschuld beleid.

GroenLinks heeft in de programma 2006, 2010 en 2012 een voornemen over het verlenen van vergunningen als een beslissing op een asielverzoek uitblijft: ‘In principe wordt binnen een jaar een definitieve beslissing op een asielverzoek genomen door de overheid. Als na drie jaar nog geen definitieve beslissing op een asielverzoek is genomen, wordt een verblijfsvergunning toegekend.’ Dit voornemen is niet terug te vinden in het programma van 2017. Wel is dit driejarenbeleid eerder staand beleid geweest.

In 2012 stelde de SP dat ‘Wie buiten zijn schuld ons land niet kan verlaten wordt niet op straat gezet en krijgt een tijdelijke verblijfsvergunning. Als terugkeer langdurig onmogelijk is, kan deze worden omgezet in een permanente verblijfsstatus. Ook wordt de buitenschuldverklaring ruimhartiger toegepast.’ Onduidelijk is het precieze verschil tussen deze twee vormen van ‘buitenschuldvergunningen’, duidelijk is wél dat een buitenschuldvergunning in 2017 niet meer tot de voornemens van de SP behoort. Ook in 2006 is de SP van plan om asielzoekers die niet kunnen worden uitgezet hier verblijf toe te staan.

De CDA stelt in het programma van 2017 niets over regularisaties van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen. In 2012 wel: ‘In zijn uiteindelijke beslissing over een asielverzoek laat de verantwoordelijke bewindspersoon in schrijnende gevallen meewegen of een asielzoeker een positieve rol in zijn gemeenschap speelt en er geworteld is geraakt (discretionaire bevoegdheid).’ Bovendien stelt het CDA in dat jaar ‘Wij hebben oog voor belangen van (asiel)kinderen die in Nederland geworteld zijn als gevolg van de oude procedures. De verantwoordelijk bewindspersoon moet eigenstandig per geval een beslissing kunnen nemen (op basis van zijn discretionaire bevoegdheid), met name om in individuele, schrijnende gevallen een impasse te doorbreken. Dat het belang van het kind een belangrijke rol speelt, spreekt voor zich. Uitgangspunt moet zijn dat het kind niet wordt gescheiden van de ouders.’ Het gaat bij het CDA dus om het verlenen van individuele vergunningen en niet om een algemeen pardon. In de verkiezingsprogramma’s van 2006 en 2010 staat niets over regularisaties.

Conclusie
Alle partijen hebben sinds 2006 plannen geuit omtrent de terugkeer en het illegale verblijf van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen. Het aantal concrete voorstellen is beperkt. Partijen zijn lang niet altijd vasthoudend met bepaalde voorstellen, geen enkele partij heeft vier jaar lang hetzelfde voorstel. Dit komt deels omdat sommige voorstellen zijn ingevoerd, in een aantal gevallen is dit terug te voeren tot de implementatie van de Europese terugkeerrichtlijn. In enkele gevallen was het voorstel reeds staand beleid.

 

 

Voor deze analyse zijn de partijprogramma’s bestudeerd van CDA, D66, GroenLinks, PvdA, PVV, VVD en SP voor de verkiezingen van 2006, 2010, 2012 en 2017.