Verkiezingen 2017: Opvang van asielzoekers en asielstatushouders

986

 

Verblijfblog bespreekt de komende weken de integratie- en migratieparagrafen van de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen in de Tweede Kamer. Plannen worden per thema vergeleken met oude programma’s sinds 2006. Het vierde thema is opvang van asielzoekers.

Door Marcelle Reneman

Dit verkiezingsblog gaat over de voorstellen van de partijen over opvang van asielzoekers en asielstatushouders. Eerst wordt echter de achtergrond van deze voorstellen besproken.

Opvang van asielzoekers
Nederland is op grond van het Europese recht (de Opvangrichtlijn) verplicht om opvang te verlenen aan asielzoekers die het recht hebben om in Nederland te verblijven. Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) is verantwoordelijk voor het verstrekken van deze opvang. Asielzoekers verblijven, afhankelijk van de fase van de asielprocedure waarin zij zich bevinden op verschillende typen locaties. Vlak na aanmelding verblijven zij in een Centrale Opvanglocatie (COL) en tijdens de (voorbereiding op de) Algemene Asielprocedure (de AA-Procedure) verblijven asielzoekers in een Proces Opvanglocatie (POL). Asielzoekers aan wie in de AA-procedure een asielvergunning wordt verleend en zij wier asielverzoek nader moet worden onderzocht in de verlengde asielprocedure, worden geplaatst in een Asielzoekerscentrum (AZC). Voor asielzoekers betekent dit dat zij regelmatig moeten verhuizen naar een ander opvangcentrum.

De voorzieningen in de diverse typen opvanglocaties verschillen van elkaar. Zo worden in een COL (waar een asielzoeker kort verblijft) alleen basisvoorzieningen geboden, terwijl een asielzoeker in een AZC (waar een asielzoeker vaak maanden verblijft) leefgeld krijgt en zelf mag koken. Asielzoekers die geen recht hebben op een verblijfsvergunning, moeten de opvang verlaten (zie hierover verder het blog ‘Verkiezingen 2017: Terugkeer en illegaliteit’).

Opvang gedurende de hoge instroom
De hoge instroom van asielzoekers in 2015 leidde tot een tekort in opvangplekken. Het COA moest zijn toevlucht nemen tot noodopvang in bijvoorbeeld omgebouwde kantoren, hallen en tentenkampen. Tussen september 2015 en januari 2016 werden asielzoekers zelfs opgevangen op locaties waar ook Nederlandse burgers in een crisis terecht kunnen, zoals sporthallen. Op deze locaties verbleven asielzoekers maximaal 72 uur. In de noodopvang verbleven asielzoekers langer. De voorzieningen in de noodopvang waren echter sober en er was minder privacy dan in normale opvangcentra. Er was kritiek op de leefomstandigheden van asielzoekers door de Nationale Ombudsman, Kinderombudsman en het College voor de Rechten van de Mens.

Overal in Nederland kwamen nieuwe opvangcentra. Soms leidde dit tot woede en hevig protest bij burgers in de gemeenten waar de nieuwe opvangcentra moesten komen. Dit had soms te maken met het aantal asielzoekers dat in een kleine gemeenschap moest worden opgevangen. In het dorp Oranje (150 inwoners) wilde het COA bijvoorbeeld maximaal 1400 asielzoekers opvangen. Tegelijkertijd zetten veel organisaties en burgers zich in voor de opvang van asielzoekers. De spreiding en schaal van de opvang van asielzoekers leidde tot discussie in de Tweede Kamer.

Een ander belangrijk punt van discussie was de veiligheid in de opvang voor met name minderheden, zoals homoseksuelen en christenen. Deze groepen kregen te maken met (ernstige) pesterijen en bedreigingen. In maart 2016 stemde een Kamermeerderheid voor aparte opvang van homoseksuelen, christenen en ander kwetsbare groepen. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie was hier geen voorstander van omdat aparte opvang ‘een verkeerd signaal’ geeft en ‘een stigmatiserend effect’ heeft. Hij wilde dat de daders strenger zouden worden aangepakt.

 

Huisvesting van asielstatushouders
Het aantal asielzoekers dat de afgelopen jaren een verblijfsvergunning kreeg, was hoog. Dat kwam doordat een groot deel van de instroom bestond uit Syrische en Eritrese asielzoekers die meestal in aanmerking kwamen voor een asielstatus. Dit betekende dat ook veel statushouders door de gemeenten gehuisvest moesten worden (zie voor de verantwoordelijkheid van de gemeenten art. 60a tot 60g Huisvestingswet). Door een tekort aan sociale huurwoningingen liepen de wachttijden voor asielstatushouders voor het verkrijgen van een huurwoning op. Zij bleven dus plaatsen in de opvangcentra bezet houden, zodat er minder plek was voor asielzoekers. Tegelijkertijd leidde het feit dat asielstatushouders voorrang kregen er toe dat andere woningzoekenden langer moesten wachten op een huurhuis. Er werd in oktober 2015 door de coalitie een akkoord gesloten over sobere opvang van asielstatushouders (zie ook het blog ‘Sobere opvang asielstatushouders’). In 2016 werd een wetsvoorstel aangenomen dat de voorrang van statushouders in de sociale huursector schrapt.

 Opvang in de verkiezingsprogramma’s
In de verkiezingsprogramma’s komen de hierboven genoemde thema’s terug. De voorstellen hebben betrekking op een aantal thema’s: de spreiding en schaal van opvangcentra, de veiligheid in de opvangcentra, de kwaliteit van de opvang en de huisvesting van statushouders. Binnen deze thema’s zijn de voorstellen vrij divers. Opvallend is dat deze thema’s in eerdere verkiezingsprogramma’s niet of nauwelijks aan bod kwamen. Hieronder zullen de genoemde thema’s worden besproken. Op het recht van asielzoekers om te werken en leren gedurende de asielprocedure is ingegaan in het blog ‘Verkiezingen 2017: integratie’. Het blog ‘Verkiezingen 2017: Terugkeer en illegaliteit’ besprak de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Verspreiding en schaal van de opvang
Het CDA, de Christenunie en de SP schrijven in hun programma’s dat opvangcentra verspreid moeten worden over Nederland. De SP vindt dat ook rijkere gemeenten voldoende opvang moeten aanbieden en niet alleen in de armere wijken. De Christenunie wil dat de rijksoverheid voldoende compensatie biedt, ‘zodat gemeenten niet in financiële moeilijkheden komen door de kosten van opvang/onderwijs/bijstand’. GroenLinks, de Partij voor de Dieren, de PvdA, de SGP en de SP vinden dat het aantal opvangplekken in een gemeente afhankelijk moet zijn van het inwoneraantal of de grootte van de woonkern. De Partij van de Dieren stelt heel concreet dat ‘het aantal vluchtelingen op geen enkel moment meer mag zijn dan een kwart van het aantal inwoners van een stad of dorp voorafgaand aan de opvang. Dit om de sociale cohesie niet te ontwrichten en een goede integratie te bevorderen’. Kleinschaligheid van de opvang wordt bepleit door het CDA, GroenLinks, de Partij van de Dieren, de SGP en de SP. De PvdA vindt dat er niet langer gewerkt moet worden met een minimaal aantal mensen per opvanglocatie, maar er gekozen moet worden voor maatwerk.

Draagvlak voor de opvang van asielzoekers vinden veel partijen belangrijk (CDA, Christenunie, SGP). Verschillende partijen stellen dat bewoners van de gemeenten inspraak moeten hebben bij de inrichting van opvangplekken voor asielzoekers (GroenLinks, Partij van de Dieren, SP). Een aantal partijen vindt dat ook de gemeenten meer zeggenschap moeten krijgen over de komst van opvangcentra. D66 is een voorstander van ‘een regierol voor gemeenten in de opzet van opvang’. Ook GroenLinks vindt dat ‘gemeenten zelf de opvang en het begin van integratie’ moeten regelen. De Christenunie ‘is voor opvanglocaties waarbij gemeenten inspraak hebben in de precieze omvang en locatie van de opvang binnen de gemeentegrenzen’.

D66 wil de opvang van asielzoekers in Nederland radicaal anders vormgeven. Het wil een permanente opvangreserve, ook in rustigere tijden.

 

Veiligheid in de opvang
Verschillende partijen stellen in hun verkiezingsprogramma dat kwetsbare groepen in de opvang, moeten worden beschermd (Christenunie, D66, Groenlinks, PvdA, VVD). Als kwetsbare groepen worden genoemd LHBTI/homoseksuelen (Christenunie, D66, PvdA, VVD), christenen (Christenunie, VVD), getraumatiseerden (D66), alleenreizende vrouwen (Christenunie, PvdA) en kinderen (D66, PvdA). Voor de SGP was de veiligheid in de opvang in 2006 wel een thema, nu niet.

Over de wijze waarop deze groepen moeten worden beschermd, lopen de meningen echter uiteen. Sommige partijen vinden dat in de asielopvang veilige plekken beschikbaar moeten zijn voor kwetsbare asielzoekers die zich onveilig voelen (GroenLinks, PvdA). De VVD en de vindt dat juist de daders apart moeten worden gezet en niet de slachtoffers. De VVD pleit er (net als de Christenunie) voor dat daders in een sober regime geplaatst worden. Verschillende partijen vinden ook dat wangedrag in de opvang gevolgen moet hebben voor het verblijfsrecht van de daders (Christenunie, PvdA, VVD). D66 en GroenLinks stellen meer in zijn algemeenheid dat de daders moeten worden aangepakt.

De VVD wil dat ‘de kernwaarden van onze maatschappij en de vrijheden waarvoor wij staan (…) vanaf het begin duidelijk [moeten] zijn. Zo beschermen we de slachtoffers en maken we duidelijk welk gedrag we in Nederland niet accepteren’. GroenLinks vindt dat er in de opvang voorlichting moet plaatsvinden over de gelijkheid van vrouwen, religieuze minderheden en LHBTI’s.

Kwaliteit opvang
Door partijen worden verschillende voorstellen gedaan ter verbetering van de kwaliteit van de opvang van asielzoekers. De Christenunie wil ‘meer ruimte voor vrijwilligersinitiatieven en integratie-gerelateerde activiteiten in de opvangcentra van het COA. Van een regime van “controle en beheersing” naar “contact en integratie”. De SGP vindt dat de overheid ervoor moet zorgen ‘dat initiatieven voor zinvolle dagbesteding in noodopvang en asielzoekerscentra voldoende ruimte krijgen, zeker naarmate de kans stijgt dat asielzoekers in Nederland mogen blijven’.

Verhuizingen van asielzoekers moeten volgens de Christenunie, D66 en de PvdA worden beperkt. Dat geldt vooral voor (gezinnen met) schoolgaande kinderen. GroenLinks pleitte in 2006, 2010 en 2012 voor een beperking van verhuizingen van asielzoekers, maar doet dat niet in het programma van 2017.

Huisvesting statushouders
De PvdA en de VVD vinden dat asielstatushouders geen voorrang moet krijgen ten opzichte van anderen die op een wachtlijst van een sociale huurwoning. Dat de PvdA dit standpunt in het verkiezingsprogramma heeft opgenomen is opvallend omdat de PvdA eerder stelde dat het hier gaat om symboolpolitiek. Voor het tekort aan woningen hebben de PvdA en de VVD verschillende oplossingen. De VVD vindt dat statushouders ‘fatsoenlijk maar sober’ moeten worden opgevangen, ‘waar mogelijk buiten de sociale woningsector’. De PvdA is er voorstander van dat ‘in steden met tekorten aan woningen [..] tijdelijke en kleinschalige woonvoorzieningen [worden] gebouwd voor zowel de statushouder als de mensen op de wachtlijst. Zo verkorten we de wachttijd voor sociale woningen in plaats van dat die langer wordt’.

D66 wil dat bij het plaatsen van statushouders in de gemeente wordt gekeken ‘naar vraag en aanbod: in welke gemeente is er behoefte aan welke arbeidskrachten?’ De VVD is van mening dat ‘mensen die voor hun werk sterk afhankelijk zijn van de regio waar zij wonen, [..] wel [moeten] kunnen rekenen op een spoedige toewijzing van een sociale huurwoning. De SP vindt dat in rijkere gemeenten en buurten ook voldoende ruimte moet worden gemaakt voor de huisvesting van nieuwkomers. ‘Zo voorkomen we dat vluchtelingen onevenredig vaak terechtkomen in buurten waar veel problemen zijn’.

Conclusie
Dit jaar hebben de partijen in hun verkiezingsprogramma’s opvallend veel aandacht voor de opvang van asielzoekers in vergelijking met eerdere jaren. Dit is hoogst waarschijnlijk het gevolg van de problemen in de asielopvang die zich tijdens de periode van hoge instroom in 2015 hebben voorgedaan. Veel partijen hebben aandacht voor het draagvlak van de asielopvang bij bewoners en gemeenten en pleiten voor kleinschalige opvang die is afgestemd op de grootte van de gemeente. Over het belang van een veilige opvang voor kwetsbare groepen en de aanpak van asielzoekers die zich in de opvang misdragen zijn de partijen vrij eensgezind. Over de vraag of kwetsbare asielzoekers of juist daders apart moeten worden opgevangen, lopen de meningen uiteen. Een aantal partijen vraagt om beperking van verhuizingen of om andere maatregelen ter verbetering van de opvang. Coalitiegenoten PvdA en VVD blijven tenslotte bij hun standpunt dat asielstatushouders niet met voorrang in aanmerking moeten komen voor een huurhuis.

Voor deze analyse zijn de partijprogramma’s bestudeerd van CDA, D66, GroenLinks, PvdA, PVV, VVD, SP, CU, PvdD en 50plus voor de verkiezingen van 2006, 2010, 2012 en 2017.