Gemangeld tussen lidstaten

467

Het kan gebeuren dat Nederland een vreemdeling wil uitzetten en een inreisverbod wil opleggen, terwijl een andere lidstaat van de EU aan diezelfde vreemdeling een verblijfsvergunning heeft verleend. Hoe moet dat worden opgelost?

Door Pieter Boeles

 

Er zijn gezamenlijke Europese regels over het vertrek van vreemdeling van het Europese grondgebied en verbod om daar terug te keren. Deze regels zijn terug te vinden in de Europese Terugkeerrichtlijn. Als een lidstaat iemand een inreisverbod oplegt, betekent dit dat hij niet langer rechtmatig op het Europese grondgebied mag verblijven. Een inreisverbod en een verblijfsvergunning zijn dus met elkaar in strijd en kunnen daarom niet naast elkaar bestaan binnen het grondgebied van de Unie.

Al enkele decennia bestaat er een Europees voorschrift dat bepaalt dat lidstaten in zo’n geval met elkaar in overleg moeten treden. Dat staat in artikel 25 van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst (SUO) van 1990. Het overleg tussen de lidstaten moet leiden tot hetzij instandhouding van het verblijfsrecht en de intrekking van het inreisverbod, hetzij tot handhaving van het inreisverbod en de intrekking van de verblijfsvergunning. Nederland mag zo’n vreemdeling dus niet zonder meer verwijderen en hem de toegang tot het hele gebied van de EU ontzeggen, maar moet met de andere lidstaat contact opnemen. In de praktijk leek deze bepaling niet erg te leven. Pas onlangs heeft het Hof van Justitie EU op verzoek van een Finse rechter zich erover uitgesproken hoe die bepaling nu precies moet worden toegepast.

De zaak
Het ging in die zaak om een Nigeriaanse man die veertien jaar in Spanje had gewoond en daar een geldige verblijfsvergunning had. In Finland was hij in 2014 veroordeeld tot een vrijheidsstraf van vijf jaar wegens drugsdelicten. Finland wilde hem gedwongen rechtstreeks naar Nigeria laten terugkeren en een inreisverbod opleggen dat hem de toegang tot de hele EU ontzegt. De Finse regering trad conform artikel 25 SUO in overleg met Spanje. Herhaalde Finse verzoeken aan Spanje om te verklaren of de verblijfsvergunning zou worden ingetrokken bleven echter onbeantwoord. Mag Finland in zo’n geval de uitzetting naar Nigeria doorzetten en het inreisverbod handhaven?

Volgens het Hof schort het overleg met Spanje de tenuitvoerlegging van de Finse maatregelen niet op wanneer Finland heeft vastgesteld dat om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke

vertrek van de betrokkene vereist is. Voor de vaststelling van zo’n gevaar is het overigens niet voldoende dat de betrokkene  strafrechtelijk is veroordeeld. Finland moet in het individuele geval beoordelen of de persoonlijke gedragingen van de betrokken derdelander een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde opleveren. Maar ook als Finland de Nigeriaan naar Nigeria uitzet, moet aan hem de gelegenheid worden geboden naar Spanje terug te keren zolang hij daar een verblijfsvergunning bezit. Daarom mag Finland, als Spanje ook na een redelijke termijn niet op de Finse verzoeken reageert, de man wél uitzetten, maar hem géén inreisverbod opleggen. Dat wil zeggen, het is wel toegestaan om de vreemdeling te verbieden Finland in te reizen, maar niet om hem een inreisverbod voor de gehele EU op te leggen.

Wat betekent dit voor de Nigeriaanse man?
De man heeft het recht zich voor de Finse rechter te beroepen op de verplichting van Finland om de overlegprocedure te starten en, afhankelijk van de uitkomst van de procedure, de hem betreffende signalering ter fine van weigering van toegang tot het Schengengebied in te trekken.  Ook heeft hij het recht zich in Spanje bij de rechter te verzetten tegen de eventuele intrekking van zijn verblijfsvergunning.