Verblijfsvergunning kopen?

526

Staatssecretaris Teeven gaat invoeren dat buitenlanders een verblijfsvergunning kunnen krijgen als zij minstens 1.250.000 euro in Nederland investeren. Kan Nederland bij de vormgeving van deze regeling leren van de mogelijkheden die in andere Westerse landen aan vermogende immigranten worden geboden?

Door Pieter Boeles

De Nederlandse regeling
Volgens een brief aan de Tweede Kamer van 20 september 2013 gaat de Staatssecretaris uitwerking geven aan een al bestaande bepaling in het Vreemdelingenbesluit 2000 volgens welke een verblijfsvergunning kan worden verleend aan vreemdelingen die duurzaam en zelfstandig over voldoende bestaansmiddelen beschikt. De enkele voorwaarde dat de betrokkene een vermogen van minstens € 1.250.000 moet bezitten vindt de staatssecretaris te mager. Hij wil daarom in aanvulling op deze voorwaarde als eis stellen dat de vermogende vreemdeling dit hele bedrag investeert in het Nederlandse bedrijfsleven. Het Agentschap NL, onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, zal beoordelen of het gaat om een bedrijf dat een toegevoegde waarde heeft voor de Nederlandse economie. De verblijfsvergunning wordt in eerste instantie voor één jaar verleend, en kan daarna worden verlengd. Het gaat dus om een “beloning” voor het investeren van een aanmerkelijk bedrag in de Nederlandse economie. Hoe dat investeren eruit moet zien is nog niet duidelijk.

Regelingen in andere landen
In andere landen waar zo’n regeling al bestaat, zijn daarvoor uiteenlopende opties bedacht. In Ierland kan men 2 miljoen euro investeren in speciale overheidsobligaties (de “Immigrant Investor Bonds”). Of minimaal 1 miljoen investeren in één of meer Ierse bedrijven, waarmee het scheppen of behouden van werkgelegenheid wordt ondersteund. Bovendien bestaat de mogelijkheid om een gemengde investering te doen in obligaties en onroerend goed. Ook kan men ervoor kiezen een half miljoen te schenken aan een openbaar project ten gunste van kunst, sport, gezondheid, cultuur of educatie. In Frankrijk is de voorwaarde dat minstens vijftig arbeidsplaatsen op Frans grondgebied worden gecreëerd of behouden, en dat minstens 10 miljoen euro wordt geïnvesteerd. In het Verenigd Koninkrijk is de eis dat men minstens 1 miljoen pond beschikbaar heeft en minstens 750.000 pond steekt in gespecificeerde investeringen zoals overheidsobligaties of aandelen in door het VK geselecteerde ondernemingen. Dan krijgt men een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Wie onmiddellijk een permanente verblijfsvergunning wil, moet over een periode van twee jaar 10 miljoen pond in het Verenigd Koninkrijk investeren of over een periode van drie jaar 5 miljoen.

Morele aspecten
Kamerleden hebben de voorgenomen Nederlandse regeling bekritiseerd omdat aldus rijke vreemdelingen worden bevoordeeld boven arme. Volgens SP Kamerlid Gesthuizen weet je niet ”wat je hiermee in huis haalt”. Zij is bang voor investeringen van malafide organisaties. Verder vindt zij het moreel niet juist om aan iemand – het geeft niet waar hij vandaan komt – een verblijfsvergunning te geven als hij maar een zak geld mee brengt.

Het is een interessante morele vraag om wat voor redenen Nederland verblijfsvergunningen zou moeten weigeren of verlenen. Mag Nederland alleen verblijf toestaan in “zielige gevallen”, bijvoorbeeld wanneer mensen door uitzetting gevaar zouden lopen of van hun gezinsleden zouden worden gescheiden? Of mag Nederland ook denken aan zijn economische eigenbelang? Volgens de Vreemdelingenwet 2000 kunnen beide redenen, ‘zielige gevallen’ en economisch eigenbelang, goede gronden opleveren om aan iemand verblijf toe te staan. Op dit moment kunnen werknemers en zelfstandig ondernemers uit landen buiten de EU reeds een verblijfsvergunning krijgen als zij aantonen dat hun aanwezigheid goed is voor de economie. Werknemers moeten aantonen dat zij geen werk doen dat door Nederlanders kan worden gedaan. Verder gelden er gunstige voorwaarden voor hoogopgeleide werknemers. Ondernemers moeten aantonen dat het bedrijf levensvatbaar is en iets toevoegt aan de Nederlandse economie. In die context is een beleid dat ook aan investeerders in de Nederlandse economie een verblijfsvergunning heeft geen vreemde eend in de bijt. Bovendien ligt het niet voor de hand dat de kansen voor vluchtelingen nadelig worden beïnvloed door een beleid dat economische migratie begunstigt. In beginsel zouden de kansen voor vluchtelingen zelfs kunnen worden verruimd. Ook zij zouden immers de keuze hebben tussen het doorlopen van de – vaak als vernederend ervaren – asielprocedure of het op eigen kracht doen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning op economische gronden. Niet alle vluchtelingen zijn berooid en laag geschoold.

Een andere morele vraag is of de Nederlandse economie mag profiteren van crimineel verkregen vermogen. Daarbij moet in elk geval worden bedacht, dat het binnen de EU al decennia lang heel goed mogelijk is dat crimineel verkregen geld uit de ene lidstaat wordt geïnvesteerd in een andere lidstaat. Het vrij verkeer van werknemers, diensten en kapitaal staat daar borg voor. De morele vraag die zich nu aandient gaat dus uitsluitend om crimineel geld afkomstig uit landen buiten de EU. Goed beschouwd gaat het daarbij eigenlijk om twee vragen: (1) mag het goede doel van de Nederlandse werkgelegenheid worden betaald met slecht geld? (2) mag iemand die slecht geld investeert worden beloond met een verblijfsvergunning? Men kan daar verschillende meningen over hebben, maar het is in ieder geval mogelijk dat mensen de eerste vraag bevestigend beantwoorden en de tweede vraag ontkennend.

Nu inmiddels vrijwel iedereen is doordrongen van de onmogelijkheid, de ingewikkelde, razendsnelle en wereldomspannende activiteit van de financiële en economische werkelijkheid ten volle te begrijpen of te beheersen, is de vraag “of men weet wat men hiermee in huis haalt”  enerzijds  gewettigd, maar anderzijds lijkt deze onbeantwoordbaar.

Controle
Het kabinet wil niet dat de regeling gebruikt wordt voor het witwassen van crimineel verkregen vermogen. De Staatssecretaris merkt uitdrukkelijk op dat er geen 100% garantie te verkrijgen is dat de regeling niet verkeerd gebruikt zal worden. Om dit risico zoveel mogelijk te beperken worden twee aanvullende voorwaarden gesteld:

1. De IND voert de standaardtoets uit inzake de vraag of de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde/nationale veiligheid en kan daarbij de Financial Intelligence Unit (FIU)-Nederland raadplegen, die is belast met de uitvoering van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

2. De vermogende vreemdeling dient te beschikken over een door een internationaal opererend Nederlands accountantsbureau afgegeven accountantsverklaring, waarin staat dat niet is gebleken dat het vermogen waarmee wordt geïnvesteerd een malafide herkomst heeft.

Integratie, Gezinsleden

Uit de brief van de Staatssecretaris wordt niet duidelijk of de investeerder alvorens naar Nederland te komen een inburgeringsexamen in het buitenland moet hebben afgelegd. Speciale faciliteiten voor gezinshereniging, zoals die bij kennismigranten bestaan, worden niet voorgesteld. In Ierland delen de gezinsleden van de investeerder in diens recht op een verblijfsvergunning. In Nederland zal de investeerder voor zijn gezin een aparte aanvraag moeten indienen die aan de gebruikelijke voorwaarden wordt getoetst.

Uitverkoop of crowd funding?

Dat immigratie in de ogen van de overheid aantrekkelijk kan zijn voor Nederland bleek al uit de invoering van het Modern Migratiebeleid in juni 2013. Het systeem voor de indiening en afhandeling van aanvragen voor verblijfsvergunningen voor onderwijs en arbeid is aanmerkelijk gestroomlijnd. Toch blijkt het faciliteren van investeringen door het beloven van een verblijfsvergunning in de media te worden ervaren als een geheel nieuwe manier van kijken naar migratie.