Wetsontwerp “strafbaarstelling van illegaal verblijf”?

433

Op 7 januari 2013 heeft Staatssecretaris Teeven conform het regeerakkoord een wetsontwerp  ingediend tot strafbaarstelling van illegaal verblijf. Het gaat om twee relatief kleine wettelijke bepalingen, die al door de vorige regering waren voorbereid. Een bestraffing van illegaal verblijf met een geldboete en de introductie van een ‘zwaar inreisverbod’.  Wat betekent dit?

door Pieter Boeles

Wat je moet weten
Bij de discussie over wenselijkheid of onwenselijkheid van strafbaarstelling van illegaal verblijf is niet iedereen op de hoogte van een aantal belangrijke gegevens:

  1. Illegaal verblijf in Nederland  is ook nu al strafbaar gesteld, in diverse varianten. (Zie hieronder bij “documentatie”) Het wetsvoorstel gaat dus om de toevoeging aan die bestaande bepalingen van nog een nieuwe.
  2. Het maakt verschil of de strafbaarstelling gebeurt in de vorm van een overtreding (de lichte categorie strafbare feiten die ons strafrecht kent) of in de vorm van een misdrijf (de zware categorie, waartoe ook moord, doodslag verkrachting en diefstal vallen). Op dit moment bestaan ten aanzien van strafbaarstelling van illegaal verblijf reeds beide varianten. In de praktijk is het belangrijke verschil tussen de lichte en de zware strafbaarstellingen te merken aan de aanpak van de opsporing en vervolging. Op misdrijven wordt strenger gelet en er wordt vaker gegrepen naar de oplegging van vrijheidsstraf in plaats van een boete.
  3. Het maakt verschil of de op te leggen straf bestaat uit een boete dan wel uit vrijheidsstraf. In de Europese rechtspraak (zie hieronder bij “documentatie”) wordt met name de oplegging van vrijheidsstraf wegens illegaal verblijf als problematisch aangemerkt. Illegalen kunnen in ons systeem immers ook al van hun vrijheid worden beroofd door oplegging van in bestuurlijke vreemdelingenbewaring. Dat is een niet-strafrechtelijke vorm van vrijheidsbeneming van illegale vreemdelingen die bedoeld is om zeker te stellen dat iemand die Nederland moet verlaten ook daadwerkelijk vertrekt. De vreemdelingenbewaring is tegenwoordig Europees geregeld. Het Hof van Justitie van de Europese Unie meent, versimpeld gezegd, dat het Europese systeem van vreemdelingenbewaring niet mag worden doorkruist door Nederlandse strafrechtelijke vrijheidsbeneming.

Vuistregels
We kunnen uit deze drie gegevens drie vuistregels afleiden:

(a) we moeten ten aanzien van illegaal verblijf ons niet blindstaren op de nieuwe strafbaarstelling maar steeds ook kijken naar de al bestaande vormen;

(b) we moeten altijd goed opletten of het gaat om een overtreding of een misdrijf. Als er sprake is van een misdrijf dan moet er een rood lampje gaan branden.

(c) we moeten steeds goed opletten of er een reële kans bestaat dat de strafbaarstelling zal uitmonden in oplegging van vrijheidsstraffen. Bij misdrijven is dat veel meer het geval dan bij overtredingen, een extra reden dus, waarom er een rood lampje moet gaan branden. Vrijheidsstraf is naast de al bestaande mogelijkheid van bestuurlijke vreemdelingenbewaring als het ware een dubbele leedtoevoeging.

Het wetsvoorstel
Allereerst de kleine wettelijke bepalingen. Niet-rechtmatig verblijf van meerderjarige vreemdelingen wordt in een nieuw artikel 108a Vw 2000 bestraft met een geldboete. Voorts wordt in een nieuw onderdeel van art 66a Vw 2000 voor herhaaldelijk wegens illegaal verblijf bestrafte vreemdelingen de mogelijkheid van oplegging van een “zwaar” inreisverbod geïntroduceerd. Hoe klein de bepalingen ook zijn, het wetsontwerp bevat een zeer uitvoerige memorie van toelichting.

Het wetsvoorstel 33512 doet twee dingen:

Ten eerste wordt een nieuwe, algemene strafbepaling ingevoerd waarin illegaal verblijf strafbaar wordt gesteld. Het is een lichte bepaling, want het gaat om een overtreding en de straf bestaat uitsluiten uit een boete. Helemaal zonder risico van vrijheidsbeneming is deze bepaling niet, want wie de boete niet betaalt kan in vervangende hechtenis komen. Of vervangende hechtenis in de praktijk daadwerkelijk zal worden toegepast valt te bezien.

Ten tweede wordt een verscherping ingevoerd, waarbij gebruik is gemaakt van de reeds bestaande wetgeving rond strafbaarstellingen van illegaliteit. Dat gaat  zo:  wie meer dan eens is bestraft wegens illegaal verblijf wordt overgeheveld van de lichte categorie van strafbaarstellingen naar de zware: als hij nog eens wordt betrapt op illegaal verblijf dan pleegt hij een misdrijf.  Op dat misdrijf staat een gevangenisstraf van maximaal zes maanden.

De bedoeling is kennelijk, te zorgen dat illegaliteit in de aanvang licht wordt bestraft, maar bij herhaling vrij snel wordt opgewaardeerd tot een misdrijf waarvoor je in de gevangenis kunt komen.

Toepassing van vuistregels
Wat kunnen we aan dit wetsvoorstel zien als we de genoemde vuistregels toepassen?

  1. De nieuwe strafbepaling is de enige in zijn soort waar alleen geldboete op staat. Alle andere, al bestaande, strafbaarstellingen leggen naast geldboete ook hechtenis of gevangenisstraf op. En bij hechtenis of gevangenisstraf moet, zoals gezegd, een rood lampje gaan branden. Als we ons alleen op de nieuwe, lichte, strafbaarstelling concentreren laten we ons afleiden van het al bestaande probleem van zwaardere strafbaarstellingen.
  2. Het rode lampje gaat ook branden bij de tweede verscherping, die herhaald illegaal verblijf tot een misdrijf maakt. Want voor dat vergrijp kom je in de gevangenis.

De Tweede Kamer heeft vooral gediscussieerd over het eerste onderdeel van het wetsvoorstel. Maar eigenlijk is het tweede onderdeel waarin herhaald illegaal verblijf met gevangenisstraf wordt bedreigd veel belangrijker.

Update 1 april 2014, het kabinet ziet af van strafbaarstelling illegaliteit.

_____________________________________

Documentatie:

Bij a, welke strafbaarstellingen van illegaal verblijf bestaan nu al?

  1. Strafbaarstelling van handelingen samenhangend met illegaliteit (overtredingen, Artikel 108 lid  1 Vreemdelingenwet 2000))

Als iemand eenmaal wegens illegaal verblijf door de Vreemdelingenpolitie is aangetroffen, dan heeft hij meestal  een vreemdelingenrechtelijke overtreding begaan waarvoor hij kan worden beboet, zoals:  het niet onmiddellijk verlaten van Nederland na weigering van  toegang; het niet kennis geven van wijziging van woonplaats; het niet aanmelden na binnenkomst. Straf: geldboete van maximaal € 3900 (maar in werkelijkheid waarschijnlijk variërend van € 130 – € 1200) of zes maanden vrijheidsstraf (hechtenis).

In de praktijk wordt doorgaans volstaan met een boete.

  1. Strafbaarstelling van illegaal verblijf na oplegging van een “licht”inreisverbod (overtreding, artikel 108 lid 6 Vreemdelingenwet 2000)

Wie in Nederland verblijft in weerwil van een “licht” inreisverbod wordt gestraft met geldboete van maximaal € 3900 (maar in werkelijkheid waarschijnlijk variërend van € 130 – € 1200) of zes maanden vrijheidsstraf (hechtenis). Ook hier wordt waarschijnlijk in de praktijk volstaan met een boete.

  1. Strafbaarstelling van illegaal verblijf na oplegging van een “zwaar” inreisverbod (misdrijf,  artikel 197 Wetboek van Strafrecht)

Wie in Nederland verblijft in weerwil van een “zwaar” inreisverbod wordt gestraft met zes maanden gevangenisstraf een geldboete van maximaal € 7800. In de praktijk wordt doorgaans gevangenisstraf opgelegd.

  1. Wat is het verschil tussen een licht en een zwaar inreisverbod?

Een licht inreisverbod wordt opgelegd aan iedere vreemdeling die niet binnen de gestelde vertrektermijn is vertrokken. Een zwaar inreisverbod wordt pas opgelegd in geval van extra bezwaren van openbare orde, meestal in de vorm van  crimineel gedrag.  Zie het nogal cryptische artikel 66a Vreemdelingenwet 2000. Als een inreisverbod valt onder het zevende lid van die bepaling, dan is artikel 197 Wetboek van Strafrecht van toepassing.

Bij c. Om welke Europese jurisprudentie gaat het?

Uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaken

El Dridi, Hof van Justitie EU 28 april 2011, zaak C-61/11, Jurisprudentie Vreemdelingenrecht 2011/242

Achughbabian, Hof van Justitie EU 6 december 2011, zaak C-329/11, Jurisprudentie Vreemdelingenrecht 2012/75

Sagor, Hof van Justitie EU 6 december 2012, zaak C-430/11, Jurisprudentie Vreemdelingenrecht 2013/61

DELEN
Volgend artikelUitgeprocedeerde asielzoekers