Uitgeprocedeerde asielzoekers

608

Op zaterdag 23 maart was er in Amsterdam een demonstratie van en voor uitgeprocedeerde asielzoekers. De leuze is “Geen vluchteling op straat of in de cel”. Wat is de juridische achtergrond? 

door Thomas Spijkerboer

Wat is er aan de hand?

In 2012 zijn er in Ter Apel, Sellingen, Den Bosch, Amsterdam en Den Haag tentenkampen van uitgeprocedeerde asielzoekers geweest. Zij protesteerden tegen het feit dat hun asielverzoeken werden afgewezen, terwijl ze niet konden of mochten worden uitgewezen. Sinds de ontruiming van de tentenkampen in Amsterdam en Den Haag verblijven zij in gekraakte voormalige kerkgebouwen in Amsterdam en Den Haag.

Hoe zit het juridisch?
Daarover verschillen de meningen, maar een paar dingen zijn wel duidelijk. Het gaat om uitgeprocedeerde asielzoekers, dus om vreemdelingen die in Nederland asiel hebben aangevraagd en wier asielverzoek is afgewezen. In een aantal gevallen zijn ze naar de rechter gegaan en hebben hun beroep verloren. In een aantal gevallen loopt er nog een beroepsprocedure. Voor vrijwel allemaal is er een onaantastbaar geworden besluit van de Nederlandse overheid, dat inhoudt dat ze geen asiel krijgen en dus Nederland, en zelfs de Europese Unie moeten verlaten.

Maar het is de Nederlandse overheid feitelijk niet gelukt ze te verwijderen. Waarom dat niet lukt verschilt van geval tot geval, maar er valt wel iets meer over te zeggen. Ongeveer de helft van de mensen in de Amsterdamse Vluchtkerk komt uit Somalië. Somaliërs konden in ieder geval tot eind november 2012 niet worden uitgezet, omdat uitzetting via Mogadishu zo gevaarlijk was dat ze een reëel risico liepen op onmenselijke behandeling. Dat besliste de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in juli 2012. Omdat deze Somaliërs niet konden worden uitgezet  konden ze ook niet in vreemdelingenbewaring worden gehouden. Vreemdelingenbewaring is er namelijk ten behoeve van de uitzetting van vreemdelingen.  In december 2012 meldde staatssecretaris Teeven aan de Tweede Kamer dat de situatie in Somalië is verbeterd en dat hij Somaliërs weer wil gaan uitzetten. Dat plan is omstreden; zo is Human Rights Watch tegen. Tot nu toe zijn geen Somaliërs uitgezet, omdat de President van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens op 27 februari 2013 en op 7 maart 2013 een voorlopige voorziening trof die uitzetting verbood.

Irakezen kunnen terug naar Irak als ze bij de Irakese ambassade verklaren dat ze vrijwillig teruggaan. Als ze zeggen dat ze niet terug willen, geeft de Irakese ambassade geen reisdocument af, en kunnen ze niet worden uitgezet (en dus niet in vreemdelingenbewaring worden gehouden). Dat besliste de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in april 2012. De Irakese overheid vindt onvrijwillige terugkeer problematisch omdat de terugkeer van mensen zonder motivatie, en met weinig vooruitzicht op huisvesting, een baan en andere voorzieningen, de wederopbouw van Irak belemmert. Dat bleek uit overleg tussen de Nederlandse en Irakese regering, aldus de toenmalige minister Leers.

Bij andere groepen is uitzetting heel moeilijk, omdat de overheid van het land van herkomst geen, of maar mondjesmaat reisdocumenten afgeeft. Waarom ze zo moeilijk doen, is niet duidelijk. Uit de rechtspraak blijkt dat bijvoorbeeld Sierra Leone, Soedan en Ethiopië “moeilijke” landen zijn.

Staatssecretaris Teeven vindt dat de afgewezen asielzoekers wel zelf terug kunnen, en dat dat ook van hen kan worden verwacht omdat hun asielverzoeken zijn afgewezen. De afgewezen asielzoekers vinden dat hun asielverzoek ten onrechte is afgewezen (er zijn onjuiste criteria gebruikt, de procedure was onzorgvuldig), en ze vinden dat ze aanspraak hebben op basale mensenrechten zo lang ze in Nederland verblijven.

Om hoeveel mensen gaat het?
Volgens berekeningen van de Stichting LOS werden vanuit vreemdelingenbewaring in 2009 3.770 mensen “geklinkerd” (op straat gezet), in 2010 3.300, in 2011 3.245, en in 2012 t/m 20 juli 1.560. Er zijn ook mensen die vanuit opvangcentra op straat worden gezet, zonder eerst in vreemdelingenbewaring te hebben gezeten. Die zitten in een vergelijkbare positie als mensen die vanuit vreemdelingenbewaring op straat worden gezet, al is minder evident dat ze niet verwijderbaar zijn.

Wat is het perspectief?
Heel soms lukt het om een enkeling uit deze groep alsnog uit te zetten of te laten terugkeren. Maar de meesten zijn hier simpelweg. Enige vorm van regularisatie van deze groep ligt politiek erg gevoelig. Een mogelijke opening biedt de heroverweging van het buiten schuld-criterium waarvoor staatssecretaris Teeven in december 2012 ruimte heeft gelaten.

De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken bereidt adviezen voor over het buiten schuld-beleid en over staatlozen.

(tekening: Checkh El Mouthena Marrakchy)