Asiel voor homoseksuelen: belangrijke uitspraak

628

Op 7 november deed het Hof van Justitie een belangrijke uitspraak over asiel voor homoseksuelen. Het Hof sprak zich onder meer uit over de vraag of homo’s hun seksuele gerichtheid tegenover de autoriteiten van hun land geheim moeten houden als ze daarmee gevaar kunnen ontlopen. Wat staat er precies in de uitspraak?

Door Hemme Battjes

Het Hof deed zijn uitspraak in antwoord op vragen die de Nederlandse asielrechter (de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State) had gesteld. Of de asielzoekers in wier zaken deze kwesties gerezen waren ook asiel krijgen, moet nog worden afgewacht: de Afdeling moet de uitspraak van het Hof nog op hun zaken toepassen.

Geheimhouding
De asielzoekers in deze zaken zijn afkomstig uit Sierra Leone, Oeganda en Senegal, landen waar homoseksualiteit of homoseksuele handelingen strafbaar zijn, en waar mishandeling van homoseksuelen door burgers voorkomt. In  Nederland (en de andere lidstaten van de Europese Unie) wordt asiel soms verleend aan homoseksuelen, maar soms ook geweigerd.  Geweigerd wordt doorgaans op de grond dat de asielzoeker bestraffing of mishandeling kon ontlopen door terughoudendheid te betrachten. Volgens deze redenering mag van de asielzoeker verwacht worden dat hij zich ten aanzien van zijn homoseksualiteit terughoudend opstelt, dat hij molestatie niet uitlokt.  Volgens dit beleid krijgt iemand wel asiel als hij in zijn land wordt bestraft voor een homoseksuele handeling  in de privé sfeer, maar niet als hij bijvoorbeeld op straat hand in hand loopt met zijn vriend en zich daarmee blootstelt aan gevaar van molestatie. De gedachte hierachter is dat homoseksuele asielzoekers niet mogen verwachten dat zij in het land van herkomst eenzelfde leven kunnen leiden als in Nederland: asiel is alleen bestemd voor ernstige gevallen.

Het Hof gaat niet mee in deze gedachtegang van de Nederlandse autoriteiten. Homoseksuele gerichtheid is volgens de richtlijn beschermenswaardig, net als bijvoorbeeld godsdienst of politieke overtuiging. Daarom mag van homoseksuelen geen terughoudendheid worden geëist, net zoals we ook het asielverzoek van een dissidente politicus die een dictatuur ontvlucht niet afwijzen als hij bestraffing kan ontlopen door zijn opinies voor zich te houden. Als een asielzoeker dus gevaar op bestraffing of mishandeling zou lopen door in aanwezigheid van anderen van zijn gerichtheid blijk te geven (bijvoorbeeld door hand in hand te lopen), dan is dat reden voor asielverlening, zo volgt uit dit arrest. Daarbij maakt het niet uit dat hij in het verleden nog niet mishandeld of bedreigd is – in een van de zaken die aanleiding was voor het arrest, had de asielzoeker zijn gerichtheid tot zijn vlucht geheim gehouden.

Strafbaarstelling homoseksualiteit
Van asielzoekers mag dus niet worden verwacht dat zij hun gerichtheid geheim houden. Dat betekent nog niet dat alle homoseksuele asielzoekers voor asiel in aanmerking komen: zij moeten vanwege hun homoseksualiteit gevaar lopen op een “ernstige mensenrechtenschending”, aldus het Europese asielrecht. Het Hof gaat in het arrest ook in op de vraag wanneer daarvan sprake is. In Sierra Leone, Oeganda en Senegal zijn homoseksualiteit of homoseksuele handelingen strafbaar; de strafmaat varieert van een boete tot maximaal levenslange gevangenisstraf. De Nederlandse rechter had het Europese Hof van Justitie gevraagd of die strafbaarstellingen op zich al als “ernstige”  mensenrechtenschendingen moesten gelden. Met andere woorden: is er al sprake van een ernstige mensenrechtenschending als de strafwet van een land homoseksualiteit verbiedt, maar er geen daadwerkelijke strafvervolging en bestraffing plaatsvindt? Immers, het is denkbaar dat een enkele strafbaarstelling van homoseksuele handelingen al wordt aangemerkt als een inbreuk op de privacy, die de staat niet mag maken.

Het Hof oordeelt echter dat enkele strafbaarstelling van homoseksualiteit de asielzoeker niet voldoende “raakt” om als “ernstige”  mensenrechtenschending te kunnen gelden. Om van een ernstige schending te kunnen spreken is vereist dat de gevangenisstraf in de praktijk ook echt wordt toegepast. Het lijkt er op dat het genoeg is als in andere gevallen wel eens gevangenisstraffen zijn opgelegd. De asielzoeker hoeft dus niet te bewijzen dat de politie hemzelf bij terugkeer daadwerkelijk zal opwachten. Zodra hij aantoont homoseksueel te zijn, en dat in zijn land van herkomst aan andere homoseksuelen zulke straffen zijn opgelegd, dan is dat voldoende om voor asiel in aanmerking te komen.

Gevolgen voor Nederland
De Nederlandse autoriteiten vonden als gezegd tot op heden dat van homoseksuele asielzoekers een zekere mate van terughoudendheid bij de uiting van hun gerichtheid mocht worden verwacht. Die eis kan na deze uitspraak niet meer worden gesteld. Voor homoseksuelen wordt het aldus makkelijker om asiel te verkrijgen. Dat enkele strafbaarstelling niet, maar een praktijk van strafoplegging wegens homoseksuele handelingen wél voldoende is voor asielverlening, lijkt in lijn met de huidige Nederlandse praktijk. Al met al lijkt het arrest erop neer te komen dat wie aannemelijk maakt homoseksueel te zijn en afkomstig is uit een land waar homoseksualiteit daadwerkelijk bestraft wordt, asiel moet krijgen. Tot nu toe kende Nederland zo’n regel alleen voor asielzoekers uit Irak, een land waar de situatie van homoseksuelen zeer precair is.

Heeft het arrest nog gevolgen voor andere categorieën asielzoekers? De conclusies van het Hof kunnen zonder meer ook worden toegepast op lesbiennes, interseksuelen en anderen met een seksuele gerichtheid die in het land van herkomst strafbaar is gesteld. Voor andere groepen, bijvoorbeeld vrouwen met een westerse levensstijl (die in landen als Afghanistan tot problemen kan leiden) vallen echter niet zo makkelijk conclusies te trekken.

Het arrest geeft ten slotte evenmin antwoord op de vraag wanneer de autoriteiten ervan uit moeten gaan dat een asielzoeker homoseksueel is. Dat is een lastige kwestie, waarover de Afdeling bestuursrechtspraak dan ook vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie, waarop het antwoord echter pas in de loop van 2014 valt te verwachten. Zie over bewijs en seksuele gerichtheid ook dit eerdere blog.