Belangrijke uitspraak: uitzetting naar Somalië onmogelijk

415

De Raad van State heeft op 5 november 2014 geoordeeld dat er op dit moment geen vreemdelingen kunnen worden uitgezet naar Somalië. Dit betekent dat illegaal verblijvende vreemdelingen uit Somalië niet langer in vreemdelingenbewaring kunnen worden gesteld. Toch kunnen deze vreemdelingen hieraan geen verblijfsaanspraken ontlenen. Hoe zit dat?

Door Thomas Spijkerboer en Martijn Stronks

Wanneer een vreemdeling is uitgeprocedeerd en niet langer aanspraak heeft op rechtmatig verblijf, dient hij het land te verlaten (op grond van de Vreemdelingenwet en Europees recht). Daarvoor wordt hem in de regel een periode voor vrijwillig vertrek geboden, tenzij er een risico bestaat dat hij zal onderduiken of zijn terugkeer zal proberen te voorkomen. Als een dergelijk risico bestaat, kan hij in vreemdelingenbewaring worden geplaatst om (gedwongen) terugkeer uit te voeren of voor te bereiden. Zulke vreemdelingenbewaring mag in principe niet langer dan zes maanden duren en moet onmiddellijk worden opgeheven als het ‘zicht op uitzetting’ naar het land van herkomst ontbreekt.

Wat is ‘zicht op uitzetting’ precies?
Vreemdelingenbewaring is dus alleen mogelijk met het oog op de uitzetting van de vreemdeling. De voorbereiding van die uitzetting kan soms aardig wat tijd in beslag nemen. Daar zijn allerlei redenen voor, die grofweg in twee categorieën zijn te verdelen: òf de vreemdeling, òf de ontvangende staat werkt niet mee aan de uitzetting.

Zo weigerde China bijvoorbeeld jarenlang om medewerking te verlenen aan de terugname van illegale vreemdelingen. De vraag doet zich dan voor of er in zo’n geval wel zicht op uitzetting is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), de hoogste Nederlandse rechter in vreemdelingenzaken, heeft daar ten opzichte van China de afgelopen jaren wisselend over geoordeeld. Zij vond tussen 2008 en 2010 dat er geen zicht op uitzetting naar China was.

Het komt ook voor dat alleen de vreemdeling zijn terugkeer tegenhoudt. Bijvoorbeeld doordat hij verwarring sticht over zijn nationaliteit of identiteit door daarover onjuiste of wisselende verklaringen af te leggen. In zo’n geval kan de Dienst Terugkeer en Vertrek onmogelijk bepalen naar welk land de vreemdeling zou moeten worden teruggestuurd.

In veel gevallen waarin de uitzetting lang duurt, komt dit echter door een combinatie van het gedrag van het land van herkomst en de vreemdeling. Zo kan het kan zijn dat het land van herkomst alleen vreemdelingen terugneemt die verklaren vrijwillig terug te gaan. De vreemdeling kan dan niet worden uitgezet als hij – overeenkomstig de waarheid – tegenover de eigen autoriteiten verklaart niet terug te willen keren. Irak weigert bijvoorbeeld nieuwe reisdocumenten te geven aan vreemdelingen die niet terug willen, ondanks diverse pogingen van de Nederlandse regering om Irak op andere gedachten te brengen. Het kan ook zijn dat de vreemdeling er, al dan niet met opzet, niet in slaagt om documenten die een indicatie van zijn identiteit bevatten te bemachtigen, terwijl het land van herkomst dat eist.

Van belang is dat zicht op uitzetting kan bestaan als er feitelijk niemand wordt uitgezet, maar er op diplomatiek niveau allerlei inspanningen worden verricht om de ontvangende staat te bewegen op korte termijn wel mensen terug te nemen. Maar die diplomatieke inspanningen kunnen niet eindeloos zonder resultaat blijven: er moet een ‘werkelijk vooruitzicht [zijn] dat de verwijdering kan slagen’.

Is er zicht op uitzetting naar Somalië?
In de uitspraak van 5 november 2014 oordeelt de Afdeling dat er vanaf 7 oktober 2014 niet langer zicht op uitzetting is naar Somalië. De Afdeling stelt vast dat de staatssecretaris zich inspant om de Somalische autoriteiten tot hervatting van de terugname van vreemdelingen te bewegen. Nu de staatssecretaris echter niet duidelijk kan maken binnen welke termijn hij verwacht dat uitzetting naar Somalië daadwerkelijk kan worden hervat en er geen duidelijkheid is over mogelijke uniforme internationale afspraken over uitzetting naar Somalië, is er op dit moment geen zicht op uitzetting.

Is dit nieuw?
In 2012 en 2013 was volgens de Afdeling geen verwijdering naar Somalië mogelijk, omdat mensen die via Mogadishu moesten reizen en het daar zo gevaarlijk was dat iedereen een reëel risico op onmenselijke behandeling liep. Vanaf april 2013 waren uitzettingen volgens de Afdeling wel weer mogelijk, omdat de toestand in Somalië wat was verbeterd. Voor zover bekend zijn er sindsdien maar vier Somaliërs uitgezet, één op 16 september 2013 en één op 5 november 2013. Een van deze twee raakte volgens Amnesty International drie dagen na zijn uitzetting naar Mogadishu gewond bij een bomaanslag. Uit de uitspraak van 5 november 2014 kunnen we opmaken dat sinds vorig jaar nog twee veroordeelde Somalische zeerovers zijn uitgezet.

Wat heeft dit voor een gevolgen?
Het belangrijkste gevolg van de uitspraak van de Afdeling van 5 november 2014 is dat Somalische uitgeprocedeerde vreemdelingen vanaf 7 oktober 2014 niet langer in vreemdelingenbewaring konden worden gehouden of gesteld. Het daarvoor vereiste zicht op uitzetting ontbreekt immers. De bewaring moet daarom onmiddellijk worden opgeheven en de vreemdeling moet worden vrijgelaten. De vreemdeling moet bovendien, op grond van een recente uitspraak van het Hof van Justitie, in het bezit worden gesteld van een schriftelijke bevestiging waarin staat dat hij niet uitzetbaar is.

Leidt deze onuitzetbaarheid tot een verblijfsvergunning? 
De vreemdeling moet weliswaar een bewijs krijgen dat hij niet uitzetbaar is, dit maakt zijn verblijf echter niet rechtmatig. Het Nederlandse vreemdelingenrecht zit zo in elkaar dat er een verschil bestaat tussen de vraag of een vreemdeling juridisch moet worden toegelaten en de vraag of een vreemdeling kan worden verwijderd. Als een vreemdeling geen rechtmatig verblijf meer heeft, kan hij worden verwijderd van het grondgebied. Wanneer dit vervolgens mislukt, om wat voor een reden dan ook, betekent dit echter niet dat hij vervolgens wordt toegelaten. Hooguit kan hij in een hernieuwde procedure om toelating verzoeken. Zo is het mogelijk dat er mensen in Nederland verblijven die juridisch niet zijn toegelaten en daarom geen rechtmatig verblijf hebben, terwijl ze ook niet van het grondgebied kunnen worden verwijderd. Zie over het protest tegen deze situatie van uitgeprocedeerde Somalische asielzoekers het eerdere blog ‘Uitgeprocedeerde asielzoekers’.