Ontruiming Vluchtgarage mag: opvang Amsterdam is toereikend

280

De Rechtbank Amsterdam besliste onlangs dat uitgeprocedeerde asielzoekers tot 1 mei 2015 in de Vluchtgarage in Amsterdam mogen blijven. Eerdere ontruiming achtte de rechter inhumaan omdat de groep overdag onder winterse omstandigheden op straat zou belanden. Het Gerechtshof Amsterdam besliste op 31 maart dat de gemeente wel mag overgaan tot onmiddellijke ontruiming. Hoe zit dit?

Door Elles Besselsen

 

De Vluchtgarage
Een groep van ruim honderd uitgeprocedeerde asielzoekers heeft sinds 13 december 2013 een ruimte gekraakt in een voormalige parkeergarage in Amsterdam Zuidoost. Zie over de achtergrond van de groep, die zich ‘We Are Here’ noemt, ons blog “Uitgeprocedeerde asielzoekers”. Sinds de ontruiming van tentenkampen in 2012 verbleef de groep onder meer in de ‘Vluchtkerk’, de ‘Vluchtflat’ en de ‘Vluchthaven’ in Amsterdam. Eerder mocht de gemeente de Vluchthaven ontruimen. Dit keer boog de rechter zich over de vraag of ‘de Vluchtgarage’ mocht worden ontruimd.

De gemeente Amsterdam deed op 17 oktober 2014 aangifte van huisvredebreuk en op 13 januari 2015 kondigde de Officier van Justitie ontruiming van de Vluchtgarage binnen acht weken aan. De krakers van het pand stapten naar de rechter en vorderden een verbod van ontruiming.

Wat oordeelde de rechtbank?
Op 20 februari 2015 deed de Rechtbank Amsterdam uitspraak. Niet ter discussie stond het spoedeisende belang van de zaak en het feit dat de groep zonder toestemming van de gemeente in het pand verblijft en het pand uiteindelijk zal moeten verlaten. De centrale vraag is of de ontruiming aan de eisen van proportionaliteit in het licht van artikel 8 EVRM voldoet en of het belang van de gemeente prevaleert boven die van de krakers. Het gaat hierbij vooral over de gevolgen van de ontruiming en de voorzieningen die de gemeente treft voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Zie hierover het dossier ‘bed-bad-brood’ op ons blog.

De voorzieningenrechter van Rechtbank Amsterdam overwoog dat de situatie van de groep uitgeprocedeerde asielzoekers uitzichtloos is. De betrokkenen zijn al jaren in Nederland, hebben geen aanspraak op sociale voorzieningen en kunnen meestal niet terug naar het land van herkomst. Ontruiming van de Vluchtgarage onder de “huidige winterse omstandigheden” achtte de rechter inhumaan omdat de groep overdag dan geen onderdak meer heeft en op straat belandt. De voorzieningenrechter vond dus dat het belang van de krakers, zij het voor beperkte tijd, prevaleert boven het belang van de gemeente. De rechter verbood de gemeente daarom het pand voor 1 mei 2015 op strafrechtelijke gronden te ontruimen. “De extra tijd kan door de gemeente worden benut om een oplossing te vinden voor de opslag van de privébezittingen van diegenen die gebruik willen (gaan) maken van de aangeboden bed, bad en brood-regeling,” aldus de voorzieningenrechter.

Wat zegt het Gerechtshof Amsterdam?
De Staat gaat tegen de beslissing van de Rechtbank in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. De voorzieningenrechter zou met zijn uitspraak meer hebben toegewezen dan waartoe de Staat op grond van rechtspraak met betrekking tot de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers gehouden is. De gemeente biedt al nachtopvang vanaf het einde van de middag tot de volgende ochtend. De mensen krijgen een avondmaaltijd, de mogelijkheid om te douchen, een bed en ontbijt. De groep uitgeprocedeerde asielzoekers is echter van mening dat de geboden bed-bad-brood-voorziening door de gemeente onvoldoende tegemoet komt aan de verplichtingen op grond van artikel 8 EVRM, omdat overdag geen voorzieningen worden geboden.

Het hof gaat ervan uit dat de Staat op grond van artikel 8 EVRM vooralsnog alleen de verplichting heeft opvang te verlenen aan personen die als gevolg van medische of bijzondere gronden als kwetsbaar zijn aangemerkt. Dit sluit aan bij de stand van zaken in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over opvang voor onrechtmatig verblijvende vreemdelingen. Het enkele feit dat betrokkenen uitgeprocedeerd zijn en geen aanspraak maken op sociale voorzieningen en dergelijke, maakt hen nog geen kwetsbare personen, aldus het hof.

In zijn verdere overweging betrekt het hof de – niet bindende – uitspraken van het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) dat Nederland onrechtmatig verblijvende vreemdelingen noodopvang moet bieden. Het hof stelt vast dat de bed-bad-brood-voorziening die de gemeente Amsterdam vanaf 11 november 2014 aanbiedt, redelijkerwijs tegemoetkomt aan de meest elementaire levensbehoeften van de betrokkenen. Hierbij verwijst het hof ook naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 17 december 2014. In deze uitspraak oordeelde de voorzieningenrechter dat niet uitgesloten is dat de beslissingen van het ECSR de jurisprudentie over opvang van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen zal wijzigen. Gemeenten moeten daarom van de voorzieningenrechter tijdelijk nachtopvang, een douche, ontbijt en een avondmaaltijd bieden aan onrechtmatig verblijvende vreemdelingen. De omstandigheden van de krakers van de vluchtgarage komen overeen met de omstandigheden van de vreemdelingen in de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Centrale Raad en het hof acht het vanuit het oogpunt van gelijke behandeling wenselijk om aan te sluiten bij dit oordeel.

En nu?
De Vluchtgarage mag worden ontruimd. De groep heeft tot 7 april 2015 de tijd om het pand vrijwillig te verlaten. In ieder geval tot twee maanden nadat het Comité van Ministers van de Raad van Europa zijn standpunt heeft ingenomen op de beslissingen van het ECSR kunnen uitgeprocedeerde asielzoekers terecht bij de bed, bad en brood opvang van de gemeente Amsterdam. Waar deze mensen overdag kunnen verblijven en waar zij hun spullen kunnen laten, laat het hof in het midden. De burgemeester van Amsterdam heeft eerder aangegeven dat hij niet bereid is om te overleggen over een uitbreiding van de bed, bad en brood opvang, maar wel om te helpen zoeken naar een oplossing voor de opslag van een redelijke hoeveelheid privébezittingen (zie paragraaf 4.6 in de uitspraak van Rechtbank Amsterdam).