EU-poortwachters: De Spaans-Marokkaanse samenwerking in Ceuta

422

Tussen maandag 17 en dinsdag 18 mei 2021 zijn meer dan 8.000 mensen van Marokko naar de Spaanse kust van Ceuta gezwommen of gelopen, zonder dat de Marokkaanse autoriteiten hen tegenhielden. Ceuta, met zijn zwaar beveiligde grens en hoge hekken, staat sinds jaar en dag symbool voor “Fort Europa”, maar Spanje vertrouwt daarvoor sterk op de externalisering van grenscontroles.
Door Isabella Leroy

Sinds maandag 17 mei 2021 zijn naar schatting 8 000 mensen vanuit Marokko overgestoken naar Ceuta, een Spaanse stad met 84 000 inwoners aan de kust van Noord-Marokko. De meesten van hen zijn al zwemmend van Marokkaans grondgebied naar Ceuta gereisd, maar sommigen deden dat ook met kleine vlotten of boten of te voet. Een deel van hen zou in aanmerking komen voor internationale bescherming, waaroner ook alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Door de ongewone passiviteit van de Marokkaanse politie aan de grens konden de mensen vrij Spanje binnenkomen. Desondanks kwam één man bij deze poging om het leven.

De Spaanse premier, Pedro Sánchez, vloog naar Ceuta nadat hij had gewezen op de noodzaak de “territoriale integriteit” van Spanje te verdedigen. De Spaanse regering zette het leger in, met onder meer militaire tanks op de stranden van Ceuta, en het Ministerie van Binnenlandse Zaken beweert dat 5600 van degenen die illegaal Ceuta hebben betreden, sindsdien “naar Marokko zijn teruggekeerd”.

Achtergrond
In november 2020 kwam er een abrupt einde aan het staakt-het-vuren van 1991 tussen Marokko en het Polisario-front, de bevrijdingsbeweging van het Sahrawi-volk dat de controle over de Westelijke Sahara opeist. Eind april 2021 aanvaardden de Spaanse autoriteiten de overbrenging van Brahim Ghali, de algemeen secretaris van het Polisario Front, naar het Spaanse ziekenhuis van Logroño nadat hij besmet was met COVID 2019. Dat was tegen het zere been van de Marokkaanse autoriteiten, die herhaaldelijk waarschuwden voor mogelijke diplomatieke repercussies voor wat zij beschouwen als politieke steun aan de separatistische beweging.

Het besluit van de Marokkaanse autoriteiten om de grensovergang niet te verhinderen is waarschijnlijk het gevolg van de recente diplomatieke spanningen tussen Spanje en Marokko over de geheime ziekenhuisopname van Brahim Gali. Marokko heeft deze beweringen echter weerlegd en in plaats daarvan gewezen op de geheimzinnige en omslachtige wijze waarop Brahim Gali in Spanje werd binnengebracht en het dubbelzinnige standpunt van de Spaanse regering ten aanzien van de Westelijke Sahara. In deze context hebben mensen die vastzaten in Marokko van de versoepeling van de grens gebruik gemaakt om de grens over te steken.

De aankomst van de groep mensen op doorreis, waaronder asielzoekers, was voor Europees Commissaris voor Binnenlandse Zaken, Ylva Johansson, aanleiding om op te roepen tot solidariteit met Spanje en te onderstrepen dat het belangrijk is dat de EU met Marokko samenwerkt. Het belangrijkste is nu dat Marokko zich blijft inzetten om illegaal vertrek te voorkomen en dat degenen die geen recht op verblijf hebben, ordelijk en effectief worden teruggestuurd, verklaarde zij. Leden van het Europees Parlement beschuldigden Marokko ervan alleenstaande minderjarige vreemdelingen als diplomatieke pionnen te gebruiken, maar zijn tevreden met het besluit van de Marokkaanse autoriteiten om alleenstaande Marokkaanse minderjarigen terug in te nemen en met de inspanningen die zijn geleverd om hen met hun families te herenigen. Deze leden benadrukten tevens dat “Ceuta een buitengrens van de EU is waarvan de bescherming en veiligheid de hele Europese Unie aangaat”. Marokkaanse parlementsleden hekelden wat zij de “europeanisering” van een bilaterale crisis noemen.

Hoe externaliseren de EU en Spanje het grensbeheer in Ceuta?
Externalisering is een proces waarbij de Europese Unie een deel van de controle van haar grenzen uitbesteedt buiten haar eigen grondgebied. Ceuta is een duidelijk voorbeeld van dit beleid, waar Spanje nauw samenwerkt met Marokko ondanks territoriale geschillen, culminerend in de enigszins paradoxale situatie waarin Marokko bijdraagt aan de beveiliging van de grens en tegelijkertijd weigert de landsgrens te erkennen omdat het nog steeds soevereiniteit over Ceuta claimt.

Schengen in Afrika: Ceuta als buitengrens van de EU
Ceuta is, naast Melilla, een van de twee Spaanse enclaves aan de kust van Marokko en is Spaans sinds respectievelijk de XVIe en XVe eeuw. Er bestaan echter nog steeds territoriale geschillen met Marokko over de twee steden. Als Autonome Steden maken zij deel uit van de EU, maar met belangrijke uitzonderingen, waaronder het douanegebied van de Gemeenschap, het gemeenschappelijk handelsbeleid en de EU-bepalingen inzake het vrije verkeer van goederen, het gemeenschappelijk handelsbeleid en het visserij- en landbouwbeleid van de EU. Zij hebben echter geen vrijstellingen, afwijkingen of uitzonderingen met betrekking tot immigratie op grond van het EU-recht, zodat in Ceuta en Melilla hetzelfde EU-rechtskader van toepassing is als in de rest van Spanje. Niettemin heeft Spanje een uitzondering ingevoerd over collectieve uitzetting. Deze uitzondering is alleen van toepassing in Ceuta en Melilla, hetgeen van bijzonder belang was in de recente zaak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak ND en NT tegen Spanje. Sinds Spanje in 1991 is toegetreden tot het Schengenakkoord, zijn Ceuta en Melilla de enige landgrenzen van de EU die op het Afrikaanse vasteland liggen, en fungeren zij dus als grens tussen de EU en Afrika. Samen met de Canarische Eilanden – waar het aantal aankomsten in 2021 ook is toegenomen – vormen zij de frontera sur (“zuidgrens”) van Spanje en zijn zij een essentiële bron van eerste aankomsten van asielaanvragen.

Door zijn geografische ligging is Ceuta een populaire doorgangszone geworden voor migratie van het sub-Saharaanse continent naar de EU. Als gevolg daarvan is de grens steeds beter beveiligd, onder meer met behulp van EU-fondsen. In 1995 werd de grens tussen Ceuta en Marokko omgeven door een steeds hoger hek, dat de belichaming werd van “Fort Europa“. Sindsdien is het verder versterkt met een tweede hek om de enclave af te sluiten voor mensen die vanuit Marokko proberen over te steken. Bovendien maakt de zware aanwezigheid van Spaanse en Marokkaanse grenswachten de grens quasi ondoordringbaar, en voorkomen patrouilles aan beide zijden van de grens gewoonlijk dat mensen de zee oversteken. Ook zijn er rapporten over de invoering van gezichtsherkenningstechnologie.

Als gevolg van de toenemende militarisering van de grens is het vrijwel onmogelijk deze zonder visum over te steken. Mensen die Ceuta of Melilla willen bereiken, hebben vier mogelijkheden. Ten eerste kunnen zij, althans in theorie, asiel aanvragen bij een van de grensovergangen in Ceuta of Melilla, maar dit is in de praktijk moeilijk, zo niet onmogelijk, vooral voor migranten uit de Sub-Sahara, vanwege het gebruik van etnische profielen. Dit was een van de kern kwesties in ND en NT tegen Spanje. Ten tweede nemen sommige mensen hun toevlucht tot vervalste Marokkaanse paspoorten om de enclaves binnen te komen. Deze beide mogelijkheden zijn slechts voor een zeer beperkt aantal mensen beschikbaar. Ten derde kunnen zij de twee omheiningen (één aan de Spaanse en één aan de Marokkaanse kant) overgaan, hetgeen zij soms in groepsverband proberen om een grotere kans op succes te hebben. Ten slotte proberen sommigen de enclaves via de zee vanaf de Marokkaanse kant te bereiken, wat vaak betekent dat zij vanuit Marokko verscheidene uren moeten zwemmen om de kust aan de Spaanse kant te bereiken en daarbij de bewaking door grenspatrouilles te vermijden. Dit is de route die de mensen kozen zodra duidelijk werd dat de grenswachten aan Marokkaanse zijde de toegang tot Spanje niet verhinderen. Deze recente grensovergangen zijn opmerkelijk, juist omdat de over het algemeen zwaarbeveiligde grens voor korte tijd enigszins doorlaatbaar werd. Het ontbreken van andere legale wegen om Ceuta te bereiken verklaart waarom veel mensen gebruik maakten van het Marokkaanse uitstel van grenscontroles om de grens over te steken.

De afhankelijkheid van de EU van de medewerking van derde landen voor haar migratiebeheer was bij dit incident bijzonder zichtbaar. De vicevoorzitter van de Europese Commissie, Margaritis Schinas, verklaarde: ” Ceuta is Europa. Die grens is een Europese grens, en wat daar gebeurt en is gebeurd, is niet enkel een probleem voor Madrid, het is een probleem voor heel Europa”. “Niemand kan de Europese Unie chanteren”, voegde hij daaraan toe.

Spaans-Marokkaanse samenwerking als een externalisering van het EU-migratiebeleid
De samenwerking tussen de EU, de Spaanse en de Marokkaanse autoriteiten blijft niettemin van centraal belang voor de werking van Ceuta, aangezien zij tot doel heeft het aantal illegale immigranten dat de Marokkaanse kusten verlaat, te verminderen. De bilaterale overnameovereenkomst van 1992 tussen Marokko en Spanje is ook gebruikt bijvoorbeeld de onmiddellijke terugkeer van onderdanen van derde landen die via Marokko reizen te rechtvaardigen.

Hoewel deze samenwerking ertoe heeft geleid dat migratieroutes werden omgeleid en niet langer via enclaves verliepen, is de samenwerking sterk afhankelijk van de medewerking van de Marokkaanse autoriteiten. Marokko’s inspanningen om illegale binnenkomst vanaf de zuidkust te voorkomen, zijn in het verleden ook gebruikt als een troef in andere onderhandelingen. Een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie uit 2016 in verband met een douanegeschil tussen de EU en Marokko – ongunstig voor Marokko – was voor de Marokkaanse minister van Landbouw, Aziz Akhanouch, aanleiding om de EU eraan te herinneren dat “elke beperking van de toepassing van [het Euro-Mediterranean Agreement] ervoor [zorgt] dat er een reëel risico bestaat dat de migratiestromen die Marokko onder controle heeft weten te houden, opnieuw op gang komen”. De recente toename van het aantal nieuwkomers in Ceuta is een ander voorbeeld van de afhankelijkheid van de EU van derde landen op het gebied van migratie en asiel. Bovendien heeft elk optreden van de Marokkaanse autoriteiten directe gevolgen voor de enclaves.

Tot slot is de situatie in Ceuta niet zonder precedent, aangezien het zich afspeelt aan de buitengrenzen van de EU. In veel opzichten is dit vergelijkbaar met het Turkse besluit om de oversteek van Syrische asielzoekers naar Griekenland in maart 2020 niet te belemmeren. De controle en beheersing van buitengrenzen is in belangrijke mate afhankelijk van samenwerking met derde landen op het gebied van asiel en migratie.

 

Dit blog is aangepast op 5 juli 2021.