Ingrijpende tussentijdse wijzigingen in het asielrecht

3474

Kort voor de inwerkingtreding van het Migratie- en asielpact zijn al ingrijpende wijzigingen aangebracht in de Asielprocedureverordening. De regels over veilige derde landen worden verruimd, een EU-lijst met veilige landen van herkomst is vastgesteld en enkele bepalingen gelden al sinds februari. Dit blog bespreekt de belangrijkste tussentijdse veranderingen.
Door Hemme Battjes

Onlangs is de Asielprocedureverordening op een aantal punten gewijzigd. De mogelijkheden voor lidstaten om het veilige land van herkomst en het veilige derde land toe te passen zijn aanzienlijk verruimd. En een deel van de regels over het veilige land van herkomst zijn nu al van toepassing.

De Asielprocedureverordening 2026/1348 is onderdeel van het Migratie- en asielpact. De regelingen die daarvan deel uitmaken zijn met ingang van 12 juni 2026 van toepassing. Op 24 februari is deze verordening op een aantal punten gewijzigd. Bij Verordening 2026/463 is de veilige derde land-regeling verruimd. Verordening 2026/464 bevat een lijst met veilige landen van herkomst. Ten slotte bepaalt deze verordening dat enkele bepalingen van de Asielprocedureverordening niet pas per 12 juni van toepassing zijn, maar al sinds 27 februari 2026.

Geen band meer vereist met veilige derde land
De Asielprocedureverordening bevat een regeling voor afwijzing als de asielzoeker terecht kan in een veilig derde land – dus een ander land dan zijn land van herkomst. De regels daarvoor lijken sterk op die in de Asielprocedurerichtlijn: de vreemdeling moet in dat derde land een vluchtelingen- of andere verblijfsstatus kunnen aanvragen en het moet er veilig zijn. Verder is vereist dat de asielzoeker een ‘band’ heeft met het derde land, ‘op grond waarvan het redelijk’ is dat hij of zij naar dat land gaat (artikel 59 lid 5 onder b APVo). Deze bepaling is bij verordening 2026/463 gewijzigd. Door de wijziging kan een derde land kan ook als ‘veilig derde land’ gelden als de vreemdeling door dat land is gereisd op weg naar de Europese Unie, en als er een overeenkomst is gesloten tussen een lidstaat of de EU en dat derde land. In die overeenkomst moet dan zijn vastgelegd dat het asielverzoek van de overgedragen asielzoeker ook door het derde land wordt onderzocht.

Met deze wijziging is de deur opengezet naar variaties op de VK-Rwanda deal. Op basis van zo’n overeenkomst kunnen asielzoekers worden overbracht naar landen waar ze geen enkele band mee hebben en zelfs niet doorheen zijn gereisd. Na het verlaten van het EU-grondgebied is er in beginsel geen aanspraak onder het EU-asielrecht meer. Als de vreemdeling in het veilige derde land als vluchteling wordt erkend, is er voor de EU-lidstaat geen verplichting deze weder toe te laten – tenzij de overeenkomst tussen de lidstaat en het derde land anders bepaalt.

Deze wijziging van het banden-criterium zal van toepassing zijn op asielverzoeken die worden ingediend vanaf 12 juni.

Veilig land van herkomst in de Asielprocedurerichtlijn
De asielprocedurerichtlijn bepaalt dat een land kan worden aangewezen als veilig land van herkomst als er over het algemeen geen sprake is van vervolging als bedoeld in de vluchtelingendefinitie (wat neerkomt op zeer ernstige mensenrechtenschendingen zoals onmenselijke behandeling of slavernij) of van ernstige schade in de definitie van personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen. Daartoe moet onder meer worden vastgesteld dat mensenrechten worden nageleefd, en dat er een werkend rechtssysteem is om eventuele schendingen aan te vechten. Wie uit zo’n land afkomstig is kan nog wel in aanmerking komen voor asiel: als in zijn of haar specifieke geval wél vervolging of ernstige schade dreigt. Dat betekent in de praktijk dus een zwaardere bewijslast voor asielzoekers afkomstig uit veilige landen van herkomst. Nederland heeft op basis van deze regels een lijst van veilige landen van herkomst opgesteld. Daarbij kon dan worden aangemerkt dat een land in het algemeen veilig is, maar dat dit niet gold voor bepaalde delen van het grondgebied, omdat daar wordt gevochten, of voor bepaalde categorieën personen, bijvoorbeeld journalisten.

Het Hof van Justitie bepaalde echter in 2024 dat zo’n territoriale uitzondering niet mag, en in 2025 dat hetzelfde geldt voor categorieën personen. Het Hof overwoog dat de eerste Asielprocedurerichtlijn (2005/85/EG) wél expliciet in zulke uitzonderingen voorzag, maar de huidige Asielprocedurerichtlijn (2013/32/EU) niet. Naar aanleiding van deze arresten liet toenmalig minister van Asiel en Migratie Van Weel in een brief aan de Tweede Kamer van 23 september 2025 weten de toepassing van de lijst van veilige landen van herkomst tijdelijk op te schorten.

Veilig land van herkomst in de Asielprocedureverordening
De regels voor aanmerking van een land als veilig land van herkomst in de Asielprocedureverordening verschillen over het algemeen niet noemenswaardig van die in de Richtlijn. Op één punt is er wel een belangrijk verschil: bij de aanwijzing van een land als veilig land van herkomst kunnen uitzonderingen worden gemaakt voor specifieke delen van het grondgebied of voor duidelijk identificeerbare categorieën personen (artikel 61 lid 2 APVo). Op grond van verordening 2026/464 is de toepasselijkheid van die bepaling vervroegd. Met ingang van 27 februari geldt de mogelijkheid om uitzondering te maken weer. Of de minister voor Asiel en Migratie de lijst weer toepast is niet bekend.

Lijst veilige landen van herkomst
Zowel de lidstaten als de Unie kunnen landen aanwijzen als veilige landen van herkomst. Op grond van verordening 2026/464 gelden kandidaat-lidstaten van de EU voortaan als veilige landen van herkomst. Dat geldt dus in beginsel voor onder meer Servië, Turkije en Oekraïne. Er worden wel wat uitzonderingen gemaakt, onder meer bij ernstige bedreiging van leven of persoon van een burger door een binnenlands of internationaal gewapend conflict. Daarnaast is in verordening 2026/464 een lijst met verdere veilige landen van herkomst vastgesteld. Daarop staan Bangladesh, Colombia, Egypte, India, Kosovo, Marokko en Tunesië. Deze lijst is van toepassing per 12 juni.

Een nieuwe afwijzingsgrond ….
In dezelfde verordening wordt voor nog een andere afwijzingsgrond dan veilig land van herkomst bepaald dat deze met ingang van 27 februari kan worden toegepast. Het gaat om artikel 42 lid 1 onder j APVo: als het inwilligingspercentage voor asielzoekers uit een bepaald land volgens het jaargemiddelde van Eurostat 20% of minder is, kunnen verzoeken van inwoners van dat land worden afgewezen. Net als bij het veilige land van herkomst is er wel tegenbewijs mogelijk. De asielzoeker kan aanvoeren dat zich na de publicatie van die Eurostat-gegevens ‘een belangrijke wijziging’ heeft voorgedaan, of dat hij of zij behoort tot een ‘categorie’ van personen met beschermingsbehoeften waarvoor dat erkenningspercentage van onder de 20% niet ‘representatief’ is. Om wat voor categorieën het hier gaat, vermeldt de verordening niet. Anders dan bij de veilige landen van herkomst-regeling is voor toepassing van deze bepaling dus ook niet vereist dat is vastgesteld dat het land aan bepaalde eisen voldoet wat betreft het rechtssysteem of naleving van mensenrechten. Artikel 42 lid 1 onder j APVo zou wel eens een belangrijke rol kunnen gaan spelen in het Europese asielrecht. Volgens de European Council on Refugees and Exiles is de bepaling namelijk in sommige jaren op wel een derde van alle asielzoekers van toepassing (zie p. 69 van dit rapport).

… is nu van toepassing in de grensprocedure
Volgens de Asielprocedureverordening moeten vanaf 12 juni alle lidstaten een grensprocedure operationeel hebben – een bijzondere procedure aan de buitengrenzen van de EU. Onder de richtlijn mogen de lidstaten een grensprocedure in het leven roepen, maar is het niet verplicht. Nederland heeft al een grensprocedure. Deze grensprocedure is van toepassing op vreemdelingen die bij binnenkomst op Schiphol asiel aanvragen. Hen wordt dan de (verdere) toegang tot Nederland ontzegd, oftewel ze zitten in detentie tijdens de asielprocedure.

Onder de Asielprocedureverordening moet vanaf 12 juni de grensprocedure worden toegepast op iedereen die aan de buitengrens een asielverzoek doet, en op wie artikel 42 lid 1 onder j APVo van toepassing is. De verordening van 24 februari bepaalt nu dat als een lidstaat al een grensprocedure heeft, daarin met ingang van 27 februari deze bepaling mag worden toegepast. Of de minister dat ook doet of gaat doen vóór 12 juni is niet bekend.