Kabinet omarmt Europees voorstel om begrip ‘veilig derde land’ makkelijker toe te passen

2125

De Europese Commissie heeft voorgesteld om nog vóór de inwerkingtreding van het Asiel- en Migratiepact de regels over het ‘veilig derde land’-concept opnieuw aan te passen. Het kabinet omarmt dit voorstel. Dit blog bespreekt wat er in het voorstel staat en wat de mogelijke gevolgen zijn als het wordt aangenomen.
Anna Chatelion Counet* 

EU Asiel- en Migratiepact
In de lente van 2024 kwam er een definitief akkoord op het EU Asiel- en Migratiepact. Vanaf juni 2026 zijn er negen nieuwe verordeningen en één nieuwe richtlijn van toepassing. Lidstaten zijn druk in de weer met de voorbereidingen. Om de nieuwe regels op tijd uit te kunnen voeren moet niet alleen de wet aangepast worden, maar zullen er ook praktische veranderingen doorgevoerd moeten worden bij het uitvoeren van de procedures, IT-systemen en fysieke opvanglocaties. Daarnaast monitort de Europese Commissie of lidstaten voldoende doen om de problemen die er al waren op te lossen. Het tekort aan opvangplekken in Nederland is de Commissie dan ook niet onopgemerkt gebleven (zie dit artikel in Trouw en het rapport van de Europese Commissie).

Discussie over het veilig derde land-concept uitgesteld
Eén van die nieuwe verordeningen is de Asielprocedureverordening (Verordening (EU) 2024/1348). In een eerder blog bespraken we de totstandkoming van deze verordening en een aantal van de wijzigingen die de verordening aanbrengt in bijvoorbeeld de grensprocedure. Uit dat blog blijkt dat er veel over deze verordening is gesproken en er veel compromissen gesloten moesten worden om alle lidstaten aan boord te krijgen. Over één onderwerp werden de lidstaten het zelfs na al die onderhandelingen niet eens: het veilig derde land-concept. Om niet het hele Pact uit te hoeven stellen, enkel om de neuzen dezelfde kant op te krijgen over dit onderwerp, werd besloten om in de Asielprocedureverordening op te nemen dat de Europese Commissie uiterlijk op 12 juni 2025 een voorstel kon doen om het veilig derde land-concept alsnog aan te passen (artikel 77 APV).

Bandencriterium
Het twistpunt in het debat over het ‘veilig derde land-concept’ is het bandencriterium. Asielaanvragen van asielzoekers die een ‘veilig derde land’ tegengeworpen krijgen, worden niet inhoudelijk behandeld. Het idee is dat de asielzoeker bij het verkeerde loket staat. Als de asielzoeker niet alleen in zijn herkomstland gewoond heeft, maar ook nog in een ander land, moet dat land maar beoordelen of hij gevaar loopt in het herkomstland. Hetzelfde geldt als de asielzoeker familie heeft in een ander land of een partner met een andere nationaliteit. Om zo’n land als ‘veilig derde land’ tegen te werpen aan een asielzoeker moet – nu nog – aan drie voorwaarden zijn voldaan: het moet er veilig zijn, de asielzoeker moet er toegelaten worden en de asielzoeker moet een band hebben met het derde land (artikel 38 Procedurerichtlijn). Sommige lidstaten willen dit bandencriterium loslaten, zodat asielzoekers ook naar ‘veilige derde landen’ gestuurd kunnen worden waar ze geen band mee hebben en nooit zijn geweest.

Migratiedeals
Zonder het bandencriterium kan het ‘veilig derde land’-concept als basis dienen voor migratiedeals, waarbij sprake is van outsourcing: het uitbesteden van de asielprocedure aan een ander land. Een voorbeeld van zo’n outsourcing-migratiedeal is de Rwanda-deal van het Verenigd Koninkrijk. Asielzoekers zouden uitgezet worden naar Rwanda om daar de asielprocedure te doorlopen. De Britse Supreme Court heeft een streep gezet door deze deal, omdat in Rwanda het refoulementbeginsel niet gewaarborgd was (15 november 2023, 2023/0093). De Britse regering heeft daarna nog meerdere pogingen gedaan de deal te laten werken, maar premier Starmer schrapte deze pogingen twee dagen na zijn verkiezingsoverwinning.

Commissievoorstel veilig derde land
Op 20 mei 2025 diende de Europese Commissie het voorstel in om het ‘veilig derde land-concept’ aan te passen. Het voorstel houdt in dat een ‘veilig derde land’ kan worden tegengeworpen als één van de volgende drie situaties aan de orde is: de vreemdeling heeft een band met het land, de vreemdeling is door dat land gereisd óf er is een overeenkomst tussen de lidstaat en het derde land. Asielzoekers kunnen dus uitgezet worden naar derde landen waar zij geen band mee hebben als zij daar doorheen zijn gereisd tijdens hun vlucht of als er een deal is gesloten met dat land.

Het aannemen van een band met een veilig derde land vanwege doorreis zou een streep zetten door een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie uit 2020 waarin het oordeelde dat sprake moet zijn van een ‘voldoende en significante band’ om een land als veilig derde land tegen te werpen en dat enkele doorreis daarvoor onvoldoende is. Het ging in die zaak om de Hongaarse praktijk om asielzoekers de grens over te zetten naar Servië als ‘veilig derde land’.

Het wegvallen van het bandencriterium in het kader van migratiedeals geeft lidstaten veel vrijheid om deze deals zelf in te richten. Bovendien kent de Asielprocedureverordening voor het veiligheidscriterium ook al een bepaling waarin staat dat de veiligheid over het algemeen aangenomen kan worden als er een deal is gesloten met het derde land. De combinatie van deze twee bepalingen zet de deur open voor uitzettingen naar landen waar asielzoekers geen band mee hebben en waar hun veiligheid niet is gewaarborgd, zo waarschuwt ook ECRE – de koepelorganisatie van verschillende Europese vluchtelingenorganisaties. Niet voor niets noemt academicus Steve Peers deze voorstellen het Euro-Rwandaplan.

Daarnaast stelt de Commissie voor om de automatisch schorsende werking in veilig derde land-zaken af te schaffen. Dat zou betekenen dat asielzoekers die naar de rechter stappen omdat ze het niet eens zijn met de beslissing om hen naar een ‘veilig derde land’ te sturen, deze rechtszaak niet standaard af mogen wachten. Wel kunnen ze de rechtbank vragen om te oordelen dat ze in afwachting van de uitspraak niet uitgezet kunnen worden. Belangrijk is wel dat het veiligheids- en toegangscriterium in principe ongewijzigd blijven. Deze criteria bieden nog belangrijke bescherming tegen wijdverbreide toepassing van het ‘veilig derde land-concept’.

Onderhandelingen
Voor dit voorstel geldt de normale wetgevingsprocedure. De onderhandelingen zijn momenteel gaande. Uit gelekte aantekeningen van een overleg in juli blijkt dat de meeste lidstaten voor het Commissievoorstel zijn en dat er zelfs 11 lidstaten zijn, waaronder Nederland, die het bandencriterium in zijn geheel willen schrappen.

* Anna Chatelion Counet is buitenpromovendus bij de VU en doet onderzoek naar intrekkingen van asielvergunningen. Zij is juridisch adviseur asielrecht bij VluchtelingenWerk Nederland.