Kunnen ongedocumenteerde oud-Nederlandse Surinamers een verblijfsrecht krijgen?

6535

Tot 1 juli 2025 kunnen ongedocumenteerde Surinamers een verblijfsvergunning aanvragen. Een Tijdelijke Regeling biedt deze mogelijkheid voor de ongeveer 800 personen die na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 het Nederlandse staatsburgerschap zijn verloren en sindsdien veelal ongedocumenteerd in Nederland verblijven. De regeling is het resultaat van jarenlange inspanningen van maatschappelijke organisaties, wetenschappers en advocaten. Wat houdt deze regeling precies in en waarom komt zij pas nu?

Door Leila Idaassi

Historische achtergrond van het verblijfsbeleid voor Surinamers
Suriname maakte sinds de 17e eeuw deel uit van het Nederlandse koloniale rijk. Pas in 1951 kregen de inwoners formeel het Nederlanderschap. Een aantal jaren later was het in licht van de onafhankelijkheid in 1975 noodzakelijk om te bepalen wie de Nederlandse nationaliteit zou behouden en wie de Surinaamse nationaliteit kreeg. De Toescheidingsovereenkomst legde vast dat Surinamers die op of na 25 november 1975 in Suriname woonden, in beginsel het Nederlanderschap verloren en de Surinaamse nationaliteit kregen. Alleen wie zich voor die datum in Nederland vestigde en dat kon aantonen, kon het Nederlanderschap behouden. Voor anderen betekende dit een automatisch verlies van hun Nederlandse nationaliteit.

Tot 1981 konden Surinamers onder soepele regels naar Nederland reizen, in het kader van de Vestigingsovereenkomst. Vanaf 1994 veranderde dat: het gunstige beleid werd grotendeels afgeschaft. Sindsdien worden zij behandeld als zogenoemde derdelanders (personen van buiten de EU), met uitzondering van een regeling voor medische behandeling en een vrijstelling van de inburgeringsplicht. Opvallend is dat Surinamers, in tegenstelling tot voormalige koloniale burgers van andere Europese landen, geen visumvrijstelling hebben om naar Nederland te reizen.

Vergelijking met bestaande regelingen voor oud-Nederlanders
Bijzonder is dat oud-Nederlandse Surinamers niet onder de permanent ingebedde verblijfsregeling voor “geboren en getogen” oud-Nederlanders vallen. Bij de inwerkingtreding van deze bepaling werd gekozen om personen die in de toenmalige overzeese gebieden van het Koninkrijk geboren waren uit te sluiten. Zo zouden zij meer moeite hebben met integreren in de Nederlandse samenleving. Dit punt is bevestigd in jurisprudentie uit 2008. Alhoewel dit onderscheid op basis van geboorteplaats wel meermaals is bekritiseerd, onder andere in verkennend onderzoek van de Radboud Law Clinic, vanwege strijdigheid met het VN-verdrag inzake uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.

Naast deze verblijfsregeling bestaat er ook een regeling voor personen met “bijzondere banden” met Nederland. Een bijzondere band met Nederland kan worden aangetoond als minstens de helft van het basisonderwijs gevolgd is in Nederland, het Caribisch deel, Aruba, Sint-Maarten of Curaçao. Het enkel hebben gevolgd van onderwijs in Suriname is onvoldoende, zelfs niet als dat gebeurde toen Suriname nog officieel bij het Koninkrijk der Nederlanden hoorde.

In tegenstelling tot andere groepen, zoals “geboren en getogen” oud-Nederlanders die binnen het reguliere vreemdelingenbeleid een permanente aanvraagmogelijkheid hebben, biedt deze nieuwe regeling slechts een eenmalige, tijdelijke oplossing. Het blijft daarmee een incidentele maatregel en geen structurele wijziging van het toelatingsbeleid voor oud-Nederlandse Surinamers.

Problematiek
Hoewel er na de onafhankelijkheid in 1975 een overgangsperiode van vijf jaar bestond waarin Surinamers de Nederlandse nationaliteit konden behouden, hebben veel mensen hier destijds geen gebruik van kunnen maken. Redenen daarvoor lopen uiteen: sommigen waren nog minderjarig, hadden te maken met complexe gezinsomstandigheden, of waren onvoldoende geïnformeerd over de regeling. In de jaren direct na het verlies van hun Nederlanderschap konden veel oud-Nederlandse Surinamers toch nog zonder veel belemmeringen in Nederland blijven wonen en werken. Dat veranderde met de invoering Wet op de Identificatieplicht (2005) en de Koppelingswet (1998). Sindsdien is toegang tot voorzieningen zoals zorg, onderwijs, huisvesting en werk strikt gekoppeld aan rechtmatig verblijf. Voor oud-Nederlanders zonder verblijfsstatus betekende dit dat zij steeds meer uitgesloten werden van basisvoorzieningen.

Onderzoek van Stichting De Regenboog Groep (2022) laat zien dat een aanzienlijke groep mensen zich in een precaire situatie bevindt, veelal zonder toegang tot zorg, werk of onderdak woont. Velen zijn hierdoor dakloos geraakt of zijn beland in langdurige (sociale) armoede. Maatschappelijke organisaties als het ASKV en onderzoekers riepen in de afgelopen jaren herhaaldelijk op tot een structurele regeling voor deze groep.

Wat is de Tijdelijke Regeling?
Op 25 juni 2024 heeft de Tweede Kamer de motie van Bontenbal c.s. aangenomen, waarin de regering werd verzocht om een oplossing te bieden voor de groep Surinaamse oud-Nederlanders die hun Nederlanderschap zijn verloren. Naar aanleiding daarvan is een tijdelijke humanitaire regeling in het leven geroepen, die op 1 januari 2025 in werking is getreden. De regeling is opgenomen in artikel 3.24aa lid 2 onder m Voorschrift Vreemdelingen 2000. Aanvragen kunnen uiterlijk tot 1 juli 2025 worden ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Na die datum worden geen nieuwe aanvragen in behandeling genomen.

Hoe werkt de regeling?
Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend via het Amsterdams Solidariteits Komitee Vluchtelingen (ASKV) Amsterdam. Dit loket fungeert als centrale toegangspoort voor de regeling. Zowel personen die in Amsterdam wonen als daarbuiten moeten zich eerst bij het ASKV melden. Het ASKV bekijkt samen met de aanvragen of aan de voorwaarden zijn voldaan en welke bewijsmiddelen verkregen moeten worden en waar. Vervolgens dient het ASKV namens de vreemdeling de aanvraag in bij de IND, samen met een ondertekende antecedentenverklaring en ondersteunende bewijsstukken. Deze bewijsstukken mogen tot maximaal drie maanden na 1 juli 2025 worden aangeleverd. Aanvragen die buiten de ASKV om worden ingediend, worden niet in behandeling genomen

Wie komt in aanmerking (voorwaarden)
De regeling richt zich op personen van Surinaamse komaf die vóór de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 de Nederlandse nationaliteit hadden en die zich langdurig in Nederland bevinden. De aanvrager moet bij indiening de volgende documenten overleggen:

  1. Bewijs van voormalig Nederlanderschap vóór de Toescheidingsovereenkomst van 1975 (bijvoorbeeld een oud Nederlands paspoort of een bewijs van inschrijving).
  2. Een burgemeestersverklaring die bevestigt dat de persoon voorafgaand aan 1 januari 2025 gedurende ten minste tien jaar aaneengesloten in Nederland heeft verbleven.
  3. Een ondertekende antecedentenverklaring, waarin wordt verklaard dat de aanvrager in de afgelopen tien jaar niet strafrechtelijk is veroordeeld voor een misdrijf.
  4. Een geldig identiteitsbewijs.

Indien aan deze voorwaarden is voldaan, is de aanvrager bovendien vrijgesteld van de mvv-verplichting (machtiging tot voorlopig verblijf). Kortdurende onderbrekingen van het verblijf in Nederland, bijvoorbeeld wegens ziekte of familiebezoek, worden niet tegengeworpen.

Een praktisch punt van aandacht bij deze regeling betreft de te overleggen documenten. De benodigde stukken (bewijs van Nederlanderschap vóór 1975) dateren vaak van meer dan vijftig jaar geleden. Voor aanvragers kan het uitdagend zijn om na zo’n lange tijd nog de vereiste documenten te lokaliseren, zelfs met de aanvullende termijn voor documentatie die in de regeling is voorzien.

Duur van het verblijfsrecht, verlenging en intrekking
De verblijfsvergunning wordt verleend voor vijf jaar, met een mogelijkheid tot verlenging van vijf jaar. Gedurende deze periode heeft de houder van de vergunning vrij toegang tot werk, zowel als zelfstandige als ondernemer en een tewerkstellingsvergunning (TWV) is niet vereist. De regeling verwijst voor intrekking en verlenging naar de algemene beleidsregels die gelden voor vergelijkbare vergunningen (niet-tijdelijk humanitair). Dit betekent dat:

  • De vergunning in de praktijk niet wordt ingetrokken.
  • Een verlenging in beginsel niet wordt geweigerd, ook niet als de oorspronkelijke toelatingsgronden op dat moment niet meer van toepassing zijn.

De beleidslijn is vergelijkbaar met die van eerdere regelingen, zoals het Kinderpardon en biedt daarmee juridische en praktische zekerheid.

Slot
De Tijdelijke Regeling voorziet in een verblijfsvergunning voor een specifieke groep oud-Nederlandse Surinamers, vijftig jaar na het verlies van hun Nederlanderschap. Tegelijkertijd is het een eenmalige, tijdelijke regeling, die slechts loopt tot 1 juli 2025 en enkel toegankelijk is via één centraal loket. De regeling brengt geen structurele wijziging van het toelatingsbeleid met zich mee. Voor andere groepen, zoals “geboren en getogen” oud-Nederlanders, is binnen het reguliere vreemdelingenbeleid wél voorzien in een permanente aanvraagmogelijkheid.

Hoewel de regeling tegemoet komt aan de hoge bewijslast door een aanvullend termijn van drie maanden toe te staan, blijft de uitvoerbaarheid een aandachtspunt gezien de ouderdom van de benodigde documenten. Niettemin voorziet de regeling voor wie aan de voorwaarden voldoet in een legale verblijfsstatus, vrije toegang tot de arbeidsmarkt en toegang tot sociale voorzieningen.