
Op 3 juli 2025 accepteerde de Tweede Kamer de Asielnoodmaatregelenwet. In dit wetsvoorstel wordt onder meer illegaal verblijf strafbaar gesteld. Aanvankelijk konden ook hulpverleners worden veroordeeld, wat tot discussie leidde. De strafbaarstelling is daarop aangepast om elke vorm van deelneming aan dit delict uit te sluiten. Hoe zit het nu precies?
Door Nina Fokkink
Op de valreep presenteerde het demissionaire kabinet Schoof de asielnoodmaatregelenwet. Onderdeel van deze asielwet, via een amendement op het laatste moment toegevoegd door de Tweede Kamer, is strafbaarstelling van illegaal verblijf. Onder het wetsvoorstel kunnen meerderjarige vreemdelingen die in Nederland zijn, terwijl ze weten of zouden moeten weten dat ze geen geldige vergunning hebben, bestraft worden met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van ongeveer € 5000,-.
Naar aanleiding van het amendement ontstond al snel de discussie over de omvang van de bepaling: zouden hulpverleners er ook onder kunnen vallen? In het strafrecht gelden namelijk deelnemingsvormen, waardoor iemand ook strafbaar is als hij samen met een ander een strafbaar feit pleegt (medeplegen) of als hij de pleger helpt (medeplichtig).
Er was veel negatieve media naar aanleiding van de strafbaarstelling. Amnesty International noemde de strafbaarstelling onmenselijk en onuitvoerbaar. Gemeenten vrezen dat het alleen maar tot meer risico’s in de gemeentelijke uitvoering zal leiden, aangezien ongedocumenteerden uit beeld zullen raken terwijl gemeenten verantwoordelijk blijven voor de uitvoering van fundamentele rechten als onderwijs en zorg. De politie heeft zich ook negatief uitgelaten over het amendement, aangezien het een enorme impact op uitvoeringsinstanties zal hebben. Bovendien zullen ongedocumenteerden niet meer naar de politie stappen, terwijl agenten er juist zijn om kwetsbaren te helpen. De politie benadrukt dat het amendement suggereert dat elke illegale vreemdeling overlastgevend is of crimineel gedrag toont, terwijl de politie dit beeld niet herkent. De Nederlandse straatdoktersgroep maakt zich zorgen over de toegang tot zorg van ongedocumenteerden, wat op zijn beurt ook effecten kan hebben op de volksgezondheid in het algemeen aangezien infectieziekten later zullen worden opgespoord en vaccinaties zullen worden vermeden.
Ook de mogelijkheid dat hulpverleners strafbaar zouden worden leidde tot veel reacties van belangenorganisaties. Zo stelde stichting Vluchtelingenwerk dat medemenselijkheid nooit strafbaar mocht zijn en zei Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland dat zorgverleners nooit mochten worden vervolgd voor het doen van hun werk. Op aandringen van NSC en SGP is nadat het amendement al was aangenomen door de Tweede Kamer aan de Afdeling advisering van de Raad van State gevraagd of hulpverleners onder de het bereik van de strafbepaling zouden vallen.
Verzoek om Inlichting bij de Afdeling Advisering
De Afdeling advisering bevestigde op 29 augustus dat deze strafbaarstelling ook kon leiden tot de veroordeling van hulpverleners. Hoewel de regering suggereerde dat het openbaar ministerie de vervolging van hulpverleners geen prioriteit zou geven, vond de Afdeling advisering een scherpere afbakening van belang. De Afdeling advisering had ook op andere punten kritiek op de strafbaarstelling:
- de regering wist van het amendement voor de stemming en had de tijd moeten nemen om de relevante aspecten van de strafbaarstelling in kaart te brengen en zorgvuldig af te wegen. Doordat de regering dat niet heeft gedaan, is bijvoorbeeld niet duidelijk wanneer (volgens de regering) hulpverleners wel en niet onder de strafbaarstelling vallen.
- Ook is niet duidelijk waarom er gekozen is om illegaal verblijf een misdrijf te maken in plaats van een overtreding.
- Verder is het niet altijd aan de illegaal verblijvende vreemdeling te wijten dat zij nog in Nederland zijn, bijvoorbeeld vanwege uitzettingsbeletselen of omdat de vreemdeling slachtoffer is van mensenhandel. Bij het opstellen van het verbod is daarmee geen rekening gehouden.
Verder waarschuwde de Afdeling, in lijn met de politie, voor het ontstaan van een schaduwsamenleving omdat het ongedocumenteerden (nog meer) afschrikt zich bij overheidsinstanties te melden.
De Afdeling advisering gaf daarom de volgende suggesties:
- Schrap de strafbaarstelling van illegaal verblijf, of:
- Maak van de strafbaarstelling een overtreding in plaats van een misdrijf. Medeplichtigheid aan een overtreding is niet strafbaar, waardoor hulpverleners, die maar een kleine bijdrage zouden leveren aan het illegale verblijf, niet veroordeeld kunnen worden; of:
- Voeg een lid toe aan de strafbepaling waarin staat dat medeplichtigheid niet strafbaar is of dat hulpverlening om humanitaire redenen niet strafbaar is.
De Novelle
Uiteindelijk kozen de ministers van Asiel en Migratie voor een verdergaande variant van de derde optie. Door middel van een novelle is het amendement aangepast. Een novelle is een aanpassing van een wetsvoorstel dat al bij de Eerste Kamer aanhangig is of al wel is aangenomen. Gewoonlijk ondervangt de novelle technische gebreken of politieke bezwaren van de Eerste Kamer.
Het derde lid van het artikel is als volgt aangepast: ‘Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een misdrijf. Deelnemen aan dit misdrijf, anders dan als pleger, is niet strafbaar.’ In de Memorie van Toelichting staat dat ‘ten behoeve van de rechtszekerheid […] is gekozen om alle vormen van deelneming uit te sluiten. Zo hoeft niet telkens opnieuw te worden beoordeeld of iemand hulp bood uit medemenselijkheid of vanuit een ander motief’.
Blijvende zorgen
De Afdeling advisering blijft kritisch over de strafbaarstelling in haar advies over de novelle. Volgens de Afdeling past de uitsluiting van andere deelnemingsvormen dan ‘plegen’ niet in strafrechtelijke systeem omdat het in geen enkele andere strafbepaling voorkomt. Bovendien geldt de uitsluiting van vervolging van hulpverleners niet voor de al bestaande strafbaarstellingen van illegaal verblijf na een inreisverbod (daarover meer in dit blog).
Verder vindt de Afdeling advisering dat de voorbereiding van de strafbaarstelling nog steeds niet zorgvuldig is geweest. De Afdeling vindt het zorgelijk dat er geen volledige uitvoeringstoets, maar slechts een quickscan is gedaan. De internetconsultatie was voor een verkorte periode, waardoor meerdere burgers en organisaties de kans hebben gemist om te reageren. Daarnaast veronderstelt de regering dat de strafbaarstelling alleen zal gelden voor vreemdelingen die al de hele terugkeerprocedure zijn doorlopen, maar klopt dat niet. De Afdeling vraagt zich daarom af of de strafbepaling niet strijdig is met Europese grondrechten. Verder is ook de zorg voor een schaduwsamenleving niet weggenomen.
De Afdeling vindt tevens dat de strafbaarstelling niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Het had niet als amendement moeten worden opgenomen in de Asielnoodmaatregelenwet, maar als afzonderlijk wetsvoorstel met volwaardige consultatie en advisering.








