
Verblijfblog bespreekt net als in 2023, 2021 en 2017 de migratie- en integratieparagrafen van de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen in de Tweede Kamer. In de verkiezingsdossiers zijn de programma’s sinds 2010 met elkaar vergeleken. In dit zesde blog van deze serie over de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025 staan arbeidsmigratie en studiemigratie centraal.
Door Nina Fokkink
Net als vorige verkiezingen, is arbeidsmigratie een belangrijk onderwerp deze verkiezingen. Dit is niet verassend: zo is de uitbuiting van arbeidsmigranten, dakloosheid onder arbeidsmigranten en overlast veroorzaakt door arbeidsmigranten veel in het nieuws geweest. Arbeidsmigranten vormen de grootste groep migranten naar Nederland. Zo kwamen er in 2023 wel bijna 100.000 arbeidsmigranten, inclusief hun familieleden, naar Nederland.
Naast arbeidsmigratie bespreekt dit blog internationale studenten. Internationale studenten zijn, net zoals in de vorige verkiezingen, een belangrijk onderwerp. Vrijwel elke partij heeft er dit keer iets over opgenomen in hun partijprogramma, van het tegengaan van de verengelsing van het hoger onderwijs tot een maximale inperking van studiemigratie. Al blijkt uit recent onderzoek dat het inperken van internationale studenten tot miljardenverlies zou leiden, zijn lang niet alle partijen bijzonder te spreken over studiemigratie.
Dit blog bespreekt eerst de plannen over arbeidsmigratie: toelating en het tegengaan van uitbuiting. Vervolgens worden de plannen over internationale studenten onder de loep genomen.
Disclaimer
In deze serie over de komende Tweede Kamerverkiezingen is om praktische redenen besloten om alleen Kamerfracties met minimaal twee zetels te onderzoeken. Dat betekent dat de verkiezingsprogramma’s van vijftien partijen onder de loep zullen worden genomen. De volgende partijen maken dus onderdeel uit van deze serie: VVD, D66, PVV, CDA, SP, PvdD, CU, FvD, BBB, SGP, DENK, Volt, GL-PvdA en NSC. Daarbij moet worden aangetekend dat in het vorige Verblijfblogonderzoek over de verkiezingen van 2006 tot en met 2017 het thema arbeidsmigratie nog niet werd meegenomen. Het thema internationale studenten is pas sinds vorige verkiezingen meegenomen.
| Plan | 2021 | 2023 | 2025 |
| Toelating | |||
| Toelaten arbeidsmigranten noodzakelijk | CDA, CU, D66, DENK, VVD | D66, Volt | CU, Volt, VVD, GL-PvdA, CDA, PvdD, BBB |
| Voorkeur in Nederland wonende werknemers | CDA, CU, PvdA, SGP | SGP, FvD, PVV, PvdD | SP, FvD, NSC |
| Richtgetal arbeidsmigratie | CDA, CU, D66, SGP, VVD | SGP, NSC, FvD, CU | GL-PvdA, SP, FvD, SGP |
| Registratieplicht | CU | CU, CDA, NSC | VVD, D66, GL-PvdA, NSC |
| Europese afspraken arbeidsmigratie | CU, D66, SGP | CU, D66, GL- PvdA | VVD, SP, SGP |
| Bilaterale afspraken lidstaten/afspraken land van herkomst | CDA, D66, GL, SGP | CDA | |
| Grenzen aan Europese arbeidsmigratie | CDA | PVV, CDA, PvdD, SP, SGP | VVD, GL-PvdA, FvD, SGP, CU, NSC |
| Uitbreiding visum/vergunning mogelijkheden | FvD, D66, SP | VOLT | |
| (Uitbreiding) arbeidsmigratie/stage/studie van buiten EU | D66, GL, PvdA, VVD | BBB, Volt | |
| Huisvesting- en arbeidsvoorwaarden | |||
| Misbruik en uitbuiting tegengaan | CDA, CU, D66, DENK, GL, PvdA, PvdD, SP, VVD | CDA, CU, D66, DENK, GL, PvdA, PvdD, SP, VVD, SGP, | Volt, DENK, CU, NSC,
VVD, D66, GL-PvdA, CDA, SP, PvdD |
| Strengere eisen/aanpakken werkgevers, bemiddelaars en uitzendbureaus | CDA, CU, D66, GL, PvdA, PvdD, SP, VVD | CDA, CU, D66, GL-PvdA, PvdD, SP | VVD, GL-PvdA |
| Cao-loonafspraken/gelijk loon gelijk werk | CU, GL, PvdA, PvdD, SP | CDA, CU, SGP, D66, GL-PvdA | D66, GL-PvdA |
| Minimumloon (in EU) voor arbeidsmigranten | PvdA | SP, PvdD, SGP
D66, GL-PvdA (minder laagbetaald werk) |
|
| Aanpak schijnconstructies | CU, GL | NSC, GL-PvdA, CDA | BBB, Volt, DENK, CU, NSC, PvdD, SP, VVD, GL-PvdA, D66 |
| Tegengaan misbruik sociale voorzieningen en toeslagen | CDA, CU, VVD, PvdA | SP, NSC | |
| Europese afspraken sociale voorzieningen | CU, PvdA, VVD | Volt | Volt |
| Loskoppelen werkgever van huisvesting, e.a. voorzieningen | CU, GL, D66, PvdA, PvdD, SP | CU, GL-PvdA, SP, PvdD | PvdD, Volt, NSC |
| Werkgevers verantwoordelijk voor opvang en huisvesting, begeleiding | CDA, D66, VVD | CDA | GL-PvdA, CDA
VVD (gedeeltelijk), D66 (gedeeltelijk) |
| Overheid verantwoordelijk voor opvang en huisvesting, begeleiding | CU, D66, GL, SP, VVD | CDA (gemeente stelt eisen), Volt | |
| Eisen aan huisvesting | CU, PvdA, PvdD, VVD | CU, D66, GL-PvdA, PvdD | D66, GL-PvdA |
| Inburgering | |||
| Werkgevers (mede) verantwoordelijk taalles | CU | CU, GL-PvdA, SP | D66, GL-PvdA, CDA |
| Begeleiding door gemeenten | CU | CU, Volt | Volt, NSC |
| Meer begeleiding en actief inzetten op het leren van Nederlands | DENK, VVD | CU, GL-PvdA, SP | |
| Internationale studenten | |||
| Maatregelen om instroom internationale studenten te beperken | VVD, D66, PVV, CDA (bachelor), SP, PvdD, FvD, BBB, SGP, GL-PvdA, NSC, CU | NSC, CU, FvD, BBB (numerus fixus), SGP
VVD, D66 (afhankelijkheid internationale studenten wegnemen), PVV, GL-PvdA (betere sturing). CDA, SP, PvdD (verantwoord beleid) |
|
| Studiefinanciering internationale studenten te beperken | VVD, NSC | NSC | |
| Minder Engels | VVD, PVV, CDA, SP, GL-PvdA, D66, NSC | BBB, SGP
PVV, PvdD (afspraken verantwoord beleid) |
|
Toelating
Vrij veel partijen geven aan dat arbeidsmigratie noodzakelijk is, maar dat de toelating op verschillende manieren moet worden ingeperkt (GL-PvdA, SGP, VVD, D66, CDA, CU, NSC). Een aantal van deze partijen willen de toelating van arbeidsmigratie in het algemeen beperken. GL-PvdA noemt in hun verkiezingsprogramma een migratiesaldo: ‘een gematigde bevolkingsgroei kan alleen als we ons richten op de toenemende vraag naar arbeidsmigratie’. SP wil ook een migratiesaldo invoeren en is in tegenstelling tot de hiervoor genoemde partijen louter negatief over arbeidsmigratie: ‘arbeidsmigratie is op termijn onhoudbaar’. FvD wil zelfs arbeidsmigratie in zijn geheel ‘overbodig’ maken. NSC en SGP willen ervoor zorgen dat leemtes worden opgevuld door Nederlandse arbeiders. PVV heeft opvallend genoeg niets in hun verkiezingsprogramma opgenomen over arbeidsmigratie. Alleen Volt, DENK en de BBB hebben geen plannen om arbeidsmigratie te beperkten.
Overbodige sectoren
Naast dit algemene streven om arbeidsmigratie te beperken of geheel af te schaffen, zijn er ook specifiekere plannen opgenomen in de verkiezingsprogramma’s. Een populair standpunt in de verkiezingsplannen is dat industrieën die enkel kunnen bestaan dankzij goedkope arbeidsmigranten niet nodig zijn (CDA, VVD, SP, GL-PvdA, PvdD, NSC). Zo schrijven VVD en CU dat zij alleen arbeidsmigranten willen verwelkomen voor sectoren waar de samenleving wat aan heeft. CDA wil een vakkrachtenregeling invoeren die voor bepaalde sectoren het aantal arbeidsmigranten zal reguleren. Dit gaat, volgens verschillende verkiezingsprogramma’s, veelal om vervuilende sectoren die niet veel opleveren voor de samenleving (D66, GL-PvdA, PvdD, NSC). Zo schrijft GL-PvdA: ‘arbeidsmigratie is nu vooral een verdienmodel voor werkgevers in laagproductieve en vervuilende exportsectoren zoals de logistiek, (glas)tuinbouw, de vleessector en metaalindustrie’.
Belang van innovatie
Hoe partijen arbeidsmigratie willen verminderen verschilt. Zo schrijven D66, VVD en CU dat zij bedrijven willen aanmoedigen meer te innoveren en ‘robotiseren’, wat het aantal arbeidsmigranten zal verminderen. GL-PvdA geeft aan dat zij de economie zo willen inrichten dat de vraag naar arbeidsmigratie in laagbetaalde banen afneemt. CDA en GL-PvdA willen gemeenten de bevoegdheid geven om nieuwe bedrijvigheid waar arbeidsmigranten voor nodig zijn te weren. CDA specificeert dit als de plicht voor gemeenten om een bedrijfseffectrapportage uit te voeren, iets wat de commissie Roemer in 2020 als aanbeveling had om uitbuiting tegen te gaan.
EU-regelingen
Een andere belangrijke groep arbeidsmigranten die verschillende partijen willen terugdringen zijn Unieburgers. Vanwege het vrij verkeer van werknemers kunnen Unieburgers zich vrij in Nederland vestigen om te werken. Dit betreft een grote groep arbeidsmigranten in Nederland. Zo waren er in 2023 694.490 Europese arbeidsmigranten in Nederland. Verschillende partijen willen dit proces bemoeilijken, door het vrije verkeer van Unieburgers te beperken (CU, SP, FvD, PvdD, SGP, SP, NSC). Zo wil CU een tewerkstellingsvergunning voor Unieburgers invoeren, beoogt SGP een bovengrens aan Unieburgers en NSC een EU-quotum. Dit houdt in dat Unieburgers niet meer vrij Nederland in zouden kunnen reizen om te werken, maar eerst een vergunning moeten krijgen om hier te kunnen werken. Dit is alleen mogelijk als er een grondige herziening plaatsvindt van het Unierecht, het vrij verkeer van personen is immers een van de fundamenten van de Europese Unie. GL-PvdA benadrukt in hun plannen dat twee derde van laagbetaalde arbeidsmigranten in overbodige sectoren Unieburgers zijn, maar noemt niet specifiek hoe ze dit willen aanpakken.
Naast Unieburgers, noemen een aantal partijen arbeidsmigranten afkomstig uit landen buiten de Europese Unie die via Europese detacheringsbureaus overkomen. Dit zijn individuen die een tewerkstellingsvergunning krijgen om in bijvoorbeeld Polen te werken en vervolgens via een detacheringsbureau in Nederland aan de slag kunnen. Een kamerbrief eerder dit jaar gaf al aan dat dit een probleem is dat oneerlijke concurrentie en uitbuiting veroorzaakt. GL-PvdA, CDA en PvdD willen dit specifiek aanpakken.
Derdelanders
Ook noemen een aantal partijen plannen over specifiek kennismigranten. Dit zijn individuen afkomstig uit landen buiten de Europese Unie die onder de Wet Modern Migratiebeleid vallen. Deze wet creëerde een gemakkelijkere vergunningsprocedure voor specifieke doelgroepen, over het algemeen hoogopgeleiden. In plaats van dat de IND de aanvraag behandelt, doet de werkgever of onderwijsinstelling dit zelf en controleert de IND steekproefsgewijs achteraf. Zo vinden GL-PvdA, SP, CDA, PvdD en NSC dat de kennismigrantenregeling moet worden aangescherpt, zodat alleen kennismigranten die écht nodig zijn, en onder de regeling vallen, welkom zijn. GL-PvdA specificeert dit verder en wil dat au pairs niet meer onder de regeling vallen. De uitbuiting van au pairs kreeg laatste tijd extra aandacht door de recente intrekking van de vergunning van Nina.Care, een au pairbureau dat vorige maand in het nieuws kwam door vermeende uitbuiting. NSC, SP, PvdD, en GL-PvdA willen verder de belastingkorting voor kennismigranten afbouwen of versoberen. BBB wil juist de huidige fiscale regeling voor kennismigranten behouden.
Volt wil meer mogelijkheden creëren voor derdelanders om naar Nederland te komen om te werken. Zo willen ze een soort Europees job tinder, om gemakkelijker arbeidskracht buiten de EU aan te trekken om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen: ‘Dankzij een matchingsysteem worden werkgevers en werkzoekenden aan elkaar gekoppeld. Op deze job tinder is informatie te vinden over de procedures die arbeidsmigranten moeten doorlopen om aan de slag te gaan’. Dit plan komt voort uit de EU. SGP verzet zich daarentegen actief tegen dit plan.
Tegengaan van uitbuiting
Het tegengaan van uitbuiting is een ander belangrijk thema in de plannen over arbeidsmigratie (GL-PvdA, D66, VVD, CDA, PvdD, DENK, SGP, Volt, CU, NSC). Opvallend is dat voorgaande verkiezingen de aanbevelingen uit het rapport ‘Geen tweederangsburgers’ van commissie Roemer veelvoudig werden genoemd. Nu staan alleen D66 en CDA daar nog expliciet bij stil. Wel komen veel van de plannen overeen met aanbevelingen uit het rapport, zoals de registratieplicht. Verschillende partijen willen een betere registratie van arbeidsmigranten bij gemeenten, zodat er een goed overzicht is van het aantal arbeidsmigranten, en om uitbuiting tegen te gaan (VVD, NSC, D66, GL-PvdA, CDA).
Vergunningen, certificering en uitzendverboden
De VVD wil in sectoren met veel uitbuiting waar geen verbetering optreedt, een uitzendverbod opleggen. GL-PvdA en SP willen een vergunningsplicht voor uitzendbureaus, zodat die beter gereguleerd kunnen worden. PvdD wil uitzendbureaus ‘certificeren’ om uitbuiting tegen te gaan. Specifiek in de vleessector willen PvdD en GL-PvdA zelfs een uitzendverbod opleggen. SP wil uitzendbureaus of bedrijven sluiten als er sprake is van ernstige uitbuiting. Volt wil dat de Arbeidsinspectie zich meer richt op sectoren waar veel uitbuiting van arbeidsmigranten plaatsvindt en noemen glastuinbouw en slachthuizen. De BBB wil geen specifieke uitzendverboden per sector, maar beoogt uitbuiting tegen te gaan door individuele uitzendbureaus aan banden te leggen.
Verantwoordelijkheid huisvesting
GL-PvdA wil de huisvesting van arbeidsmigranten verbeteren. PvdD hoopt uitbuiting verder tegen te gaan door werkgevers en uitzendbureaus te verbieden ook huisvesting te verzorgen voor arbeidsmigranten. D66 wil juist dat uitzendbureaus verantwoordelijk zijn voor de huisvesting zijn. Volt vindt dat uitzendbureaus die ook huisvesting aanbieden aan uitzendkracht, huurcontracten onafhankelijk moeten aanbieden van een arbeidsovereenkomst: ‘Hierdoor is een arbeidsmigrant niet direct dakloos, indien de arbeidsrelatie ophoudt’. NSC schaft de mogelijkheid af voor werkgevers om een percentage van het minimumloon van arbeidsmigranten voor huisvesting in te houden.
Informeren rechten
CDA wil informatiepunten voor arbeidsmigranten invoeren, zodat zij beter worden geïnformeerd over hun rechten. Volt hoopt met bewustwordingscampagnes voor arbeidsmigranten en werkgevers ervoor te zorgen dat arbeidsmigranten beter bewust zijn van hun rechten en barrières zo worden verkleind. Een andere manier om arbeidsmigranten te beschermen is door taalles. GL-PvdA en SGP willen dat werkgevers verplicht zijn taalles te geven aan arbeidsmigranten. SP wil een taal eis invoeren voor arbeidsmigranten in sectoren waar veel uitbuiting voorkomt.
Terugkeer
Tot slot valt op dat wanneer partijen schrijven over uitbuiting, dit ook gaat over overlast. Dit is niet opvallend, aangezien de slechte woonomstandigheden van arbeidsmigranten vaak leiden tot overlast. CDA, GL-PvdA en VVD nemen het een stap verder door plannen voor te stellen om overlastgevende Unieburgers terug te keren naar land van herkomst.
Internationale studenten
Net zoals voorgaande verkiezingen, hebben alle partijen iets aangegeven over internationale studenten. Allereerst benadrukken bijna alle partijen dat internationalisering niet per definitie slecht is (VVD, D66, GL-PvdA, PvdD, BBB, Volt, CU, NSC). Zo geeft de VVD aan dat internationale studenten wel hard nodig zijn in vakgebieden waar een tekort aan is, zoals technologie, bètawetenschappen, AI en wiskunde. D66 vindt de internationalisering van het onderwijs zelfs waardevol. PvdD geeft aan dat het ten koste zou gaan van de internationale positie van het Nederlandse hoger onderwijs als internationalisering te veel wordt beperkt.
Toch spreken veel van de onderzochte partijen zich uit voor ‘grip op internationalisering’ (GL-PvdA) en stellen zij maatregelen voor om de instroom te beperken. Sommige partijen willen zelfs een numerus fixus invoeren om dit te bewerkstelligen (BBB en SGP) of het aantal sterk beperken (FvD), terwijl andere partijen spreken van plannen om het aantal studenten te verminderen of reguleren (VVD, D66, GL-PvdA, PvdD, BBB, CU, NSC).
Een belangrijk thema is de financieringsstructuur van het hoger onderwijs in het licht van internationale studenten. Onderwijsinstellingen krijgen immers betaalt per student en aan internationale studenten wordt doorgaans een hoger collegegeld gevraagd. D66, GL-PvdA, SP en Volt willen de financieringsstructuur van het hoger onderwijs aanpassen zodat onderwijsinstellingen niet meer afhankelijk zijn van internationale studenten. D66 benoemt dat dit specifiek gaat om regionale instellingen waar het aantal Nederlandse studenten daalt – die moeten niet afhankelijk blijven van internationale studenten. Volt wil dat de financieringsstructuur juist rekening zal houden met de verschillende behoeften van verschillende instellingen: ‘Een universiteit als in Maastricht is in veel grotere mate afhankelijk van de toestroom van internationale studenten dan bijvoorbeeld universiteiten in Amsterdam of Leiden. De financieringsstructuur passen we hierop aan’.
Tot slot is de verengelsing een belangrijk onderwerp. BBB, SGP, PVV en FvD willen dit tegengaan. PvdD wil verantwoord beleid over Engelstalig hoger onderwijs. CDA schrijft daarentegen dat Engels weer de academische taal moet zijn.








