
Verblijfblog bespreekt net als in 2023 en 2021 de migratie- en integratieparagrafen van de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen in de Tweede Kamer. In de verkiezingsdossiers zijn de programma’s sinds 2006 met elkaar vergeleken. In dit eerste blog van deze nieuwe serie over de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025 staat het thema gezinshereniging centraal.
Door Nadia Ismaïli*
Ondanks dat gezinshereniging veel politieke aandacht heeft gekregen de afgelopen jaren, is hierover in de verkiezingsprogramma’s weinig terug te vinden. Zoals in eerdere verkiezingsblogs vermeld (zie hier en hier), komt dit mede doordat de vrijheid van lidstaten om regelgeving over gezinsmigratie aan te passen beperkt is. De regels voor gezinshereniging zijn in het Unierecht bindend vastgelegd, met name in de Gezinsherenigingsrichtlijn. Veel thema’s met betrekking tot eisen die gesteld mogen worden bij gezinshereniging zijn beslecht door het Hof van Justitie van de Europese Unie en door de nationale rechter. Dit laat partijen beperkt ruimte voor het doen van nieuwe voorstellen.
De VVD bepleit daarom, net als in 2023, een opt-out clausule voor EU-afspraken op gebied van asiel en migratie in het geval dat Nederland in Europa onvoldoende steun vindt voor stelselwijzigingen en lidstaten blijven weigeren om de Europese asielregels na te leven. De PVV wil ook inzetten op een opt-out op asiel en immigratie en wil, net als FvD, het VN-Vluchtelingenverdrag, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Europees Verdrag inzake Nationaliteit opzeggen. Ook het CDA, de SGP en BBB willen afspraken maken in Europese context over stelselwijzigingen. De SGP wil samen met migratie-kritische landen een coalitie vormen voor het herzien en ‘bij de tijd brengen’ van internationale verdragen. JA21 wil zowel het EVRM als het VN-Vluchtelingenverdrag herzien. Dit laatste noemt ook BBB. Vanuit een wat ander perspectief is ook D66 voorstander van het moderniseren van het Vluchtelingenverdrag, zij stelt dat de meest kwetsbaren op dit moment te moeilijk asiel kunnen aanvragen. GL-PvdA en Volt houden vast aan bestaande internationale en Europese verdragen.
In de verkiezingsprogramma’s van 2025 vinden we ook plannen voor zowel een asielstop als een migratiesaldo terug, die potentieel gevolgen hebben voor de omvang van gezinsmigratie. De PVV en FvD willen een totale asielstop, de PVV wil dit voor in ieder geval vier jaar. Ook wil de PVV geen immigratie uit islamitische landen. De SP wil het totale netto ‘migratiesaldo’ verlagen tot circa 40 duizend per jaar. Daarbij wordt benadrukt dat vluchtelingen daar slechts een klein gedeelte van uitmaken en daarom juist de groei van arbeids-, kennis- en studiemigratie aangepakt moet worden. GL-PvdA wil streeft naar een migratiesaldo van 40.000 tot 60.000 per jaar, bij de NSC is dat 50.000. De VVD, CU, BBB en de SGP willen ook sturen op een beperkte bevolkingsgroei maar noemen geen cijfer. De FvD streeft naar een negatief migratiesaldo.
Tot slot zijn er plannen, onder andere bij de FvD, PVV, VVD en BBB, om de duur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in te korten. Dit heeft, al wordt dit niet genoemd, ook consequenties voor de duur van een afhankelijke verblijfsvergunning voor gezinsleden.
Disclaimer
In deze serie over de komende Tweede Kamerverkiezingen is om praktische redenen besloten om alleen Kamerfracties met minimaal twee zetels te onderzoeken. Daarnaast wordt JA21 gelet op de hoge zetelpeilingen ook meegenomen. Dat betekent dat de verkiezingsprogramma’s van vijftien partijen onder de loep zullen worden genomen. De volgende partijen maken dus onderdeel uit van deze serie: VVD, D66, PVV, CDA, SP, PvdD, CU, FvD, BBB, SGP, DENK, Volt, GL-PvdA, NSC en JA21.
Overzicht van de plannen
Onderstaande tabel bevat een overzicht van alle plannen met betrekking tot gezinsmigratie van de partijen sinds 2012. Een overzicht sinds 2006 vindt u hier. Daarbij moet worden aangetekend dat in het eerdere Verblijfblogonderzoek over de verkiezingen van 2010 tot en met 2017 niet alle partijen zijn meegenomen, maar we ons beperkten tot CDA, D66, GroenLinks, PvdA, PVV, VVD en SP. Onder de tabel wordt een aantal plannen in detail besproken en met elkaar vergeleken. Ook zijn nieuwe thema’s toegevoegd aan de tabel op basis van de programma’s.
| Plan | 2012 | 2017 | 2021 | 2023 | 2025 |
| Gezinshereniging | |||||
| Regels versoepelen | D66, CU | GroenLinks | GroenLinks | SP | PvdD, Volt |
| Regels aanscherpen | VVD, PVV | VVD, SGP, PVV, FvD | VVD, PVV, CDA, NSC | VVD, CDA, PVV, SGP, CU, NSC, FvD, BBB, JA21 | |
| Regels in lijn met internationaal recht | D66, CU, GL-PvdA, NSC | GL-PvdA, Volt | |||
| Internationaal recht aanpassen | D66, CU, GL-PvdA, NSC | VVD, CDA, PVV, SGP, NSC, BBB, FvD, D66, JA21 | |||
| Inburgering | |||||
| Inburgering in het buitenland aanscherpen | CDA, VVD | VVD | VVD | ||
| Inburgering in het buitenland afschaffen | |||||
| Gezinsleden inburgeren in Nederland | DENK, CU, VVD | VVD, CU | CU, VVD, CDA, SP, SGP, BBB, JA21 | ||
| Eisen aan migrant | |||||
| Inkomenseis 100% minimumloon | PvdA | ||||
| Inkomenseis omhoog | VVD | VVD | JA21 | ||
| Inkomenseis omlaag | |||||
| Leeftijdsgrens behouden | PvdA | ||||
| Leeftijdsgrens omhoog | VVD | ||||
| Leeftijdsgrens omlaag | JA21 | ||||
| Overige eigen aan migrant | VVD, NSC | VVD, CDA, SGP, NSC, BBB | |||
| Vergunning | |||||
| Beperkingen aan hoogte leges | D66 | GroenLinks | |||
| Termijn zelfstandige vergunning gezinslid omhoog | |||||
| Termijn zelfstandige vergunning gezinslid omlaag | GroenLinks | ||||
| Overige eisen aan vergunning invoeren | VVD, SGP | VVD, NSC | JA21 | ||
Plannen voor gezinshereniging
Bij de plannen voor gezinsmigratie speelt de aanpak van fraude een prominente rol. De VVD stelt dat bij gezinsmigratie op dit moment te veel fraude voorkomt en wil daarom dat schijnerkenningen aan banden worden gelegd. Volgens de VVD krijgen migranten door schijnerkenningen van kinderen verblijfsrecht in Nederland zonder dat ze op enige manier zorgdragen voor het betreffende kind. Wat de VVD betreft is dit een verkapte vorm van mensenhandel en komen er meer middelen om schijnerkenningen aan te pakken, wordt het makkelijker om fraudeurs strafrechtelijk te vervolgen en komt er meer capaciteit voor het intrekken van verblijfsvergunningen bij fraude. Daarnaast wil de VVD dat erkenning van buitenlandse kinderen voortaan alleen nog bij een aantal gemeenten plaats kan vinden. De SGP, NSC en JA21 noemen dat het vooruitsturen van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’ers) om vervolgens familie over te laten komen niet mag lonen. SGP wil dat onderzocht wordt hoe dit tegengegaan kan worden en welke voorwaarden effectief zouden kunnen zijn. NSC stelt voor dat een aanvraag voor nareis voortaan wordt ingediend door de persoon die wil nareizen vanuit het land van herkomst of verblijf en niet meer door de amv’er met verblijf in Nederland.
Ook het tweestatusstelsel, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen permanente vluchtelingen en mensen die tijdelijke bescherming zoeken, komt terug in de programma’s. Ten aanzien van vluchtelingen mogen op grond van het Unierecht geen extra voorwaarden, zoals inkomen en huisvesting, voor gezinshereniging worden geëist. De VVD is daarom voorstander van het tweestatusstelsel, met alle mogelijke bijbehorende beperkingen ten aanzien van gezinsmigratie, maar gaat niet in op welke beperkingen dit zijn. Het recht op gezins- en familieleven weegt voor de NSC zwaar, maar wel wil de partij binnen de kaders van het recht zoeken naar mogelijkheden meer ‘grip te krijgen’ op gezinshereniging. JA21, NSC, BBB en het CDA zijn voorstander van het tweestatusstelsel en willen strenge voorwaarden aan gezinsmigratie, namelijk dat mensen met tijdelijke bescherming pas gezinsleden kunnen laten overkomen na een wachttijd én ze voldoende inkomsten en woonruimte hebben. De SGP noemt dat het de nareisvoorwaarden tegen het licht wil houden en aanpassen zodat ze niet langer soepeler zijn dan in omringende landen. Het CDA, JA21, NSC en de SGP willen gezinshereniging terugbrengen tot het kerngezin. Gezinshereniging moet volgens de NSC wel mogelijk blijven voor kerngezinnen die elkaar op de vlucht zijn kwijtgeraakt. De CU stelt dat gezinnen bij elkaar horen en herenigd moeten worden als duidelijk is dat een status wordt verleend of als arbeidsmigranten zich hier langjarig vestigen. Ook voor de CU is het kerngezin het uitgangspunt, maar de CU stelt dat oog moet zijn voor schrijnende gevallen, zoals bij pleegkinderen of meerderjarige kinderen met een zorgvraag. De PVV wil een algeheel verbod op gezinsmigratie. Omgekeerd is Volt tegen een tweestatusstelsel en stelt dat iedereen die recht heeft op asiel ook het recht heeft zich te herenigen met zijn of haar gezin, ongeacht hun asielstatus. Aanvragen voor gezinshereniging moeten wat Volt betreft versneld worden afgehandeld via vereenvoudigde procedures, om de druk op de uitvoering te verlagen.
De PvdD en Volt komen met voorstellen voor versoepelen van de regels. De PvdD wil dat ook niet-traditionele familieverbanden, zoals queer families en banden buiten het ‘kerngezin’, in aanmerking komen voor gezinshereniging. Volt wil dat kinderen die na 5 jaar nog een lopende procedure hebben, samen met hun gezin een verblijfstatus krijgen. Ook de PvdD noemt dat gewortelde kinderen een verblijfsvergunning moeten krijgen, maar zegt daarbij niets over gezinsleden.
Inburgering van gezinsmigranten
Net als in de verkiezingsprogramma’s van 2023 wordt over inburgering vrijwel uitsluitend in algemene termen gesproken en dus niet specifiek over de inburgering van gezinsmigranten. Alleen CU, net als in 2023, noemt inburgering expliciet in de context van gezinshereniging. CU stelt dat gezinshereniging niet zonder plichten komt en dat gezinsleden moeten inpassen in de Nederlandse samenleving en Nederland hier eisen aan mag stellen. Dit geldt voor zowel vluchtelingen, arbeidsmigranten als expats.
Wat betreft inburgering in het algemeen willen de VVD, BBB, JA21 en SGP de taaleisen om in aanmerking te komen voor naturalisatie verhogen. VVD noemt daarbij als eis een basisniveau dat voldoende is voor op de werkvloer en BBB en SGP eisen B1-niveau. D66 spreekt alleen over taalonderwijs voor asielzoekers, en niet over gezinsleden. Ook het CDA wil meer eisen stellen aan integratie. Statushouders moeten van het CDA verplicht inburgeren, anders verliezen ze hun status. Daarnaast willen zowel de VVD als het CDA dat jonge kinderen van inburgeraars respectievelijk statushouders en arbeidsmigranten verplicht naar voor- en vroegschoolse educatie gaan om mogelijke onderwijs- en taalachterstanden te voorkomen en een goede start te kunnen maken op de basisschool. Het CDA wijst op belang van internationale schakelklassen om voor kinderen van statushouders een goede start in Nederland mogelijk te maken. De SP wil dat iedereen die naar Nederland komt vanaf dag één de taal leert en stelt dat de integratie van migranten en vluchtelingen weer een kerntaak van de overheid moet worden. Ook het CDA stelt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor inburgering en dat daarbij de zelfredzaamheidsroute beperkter wordt ingezet. Wat betreft het CDA zijn werkgevers verantwoordelijk voor de kosten van voorschoolse educatie van arbeidsmigranten. Ook GL-PvdA wil dat werkgevers verplicht gaan meebetalen aan huisvesting en onderwijs, zoals taalles, ook voor meekomende gezinsmigranten. Omgekeerd vindt de SGP juist dat bij inburgering de eigen verantwoordelijkheid – ook financieel – voorop staat. Als iemand niet aan de inburgeringsplicht wil voldoen, kan iemand wat de SGP betreft worden beboet, en uiteindelijk waar mogelijk uitgezet. De SGP wil ook een taal- en inburgeringsplicht voor mensen met een migratieachtergrond van de tweede en derde generatie, als blijkt dat ze nog onvoldoende Nederlands spreken. BBB wil dat nieuwkomers binnen een jaar een opleiding volgen, vrijwilligerswerk doen of een betaalde baan hebben en bij weigering wordt diegene gekort op uitkeringen en toeslagen. Wat JA21 betreft wordt remigratie bij een mislukte integratie versterkt, door de (her)invoering van remigratie-uitkeringen. Wanneer sprake is van een mislukte integratie wordt niet gespecificeerd.
Inburgeringsprogramma’s moeten volgens de VVD expliciet aandacht besteden aan vrije waarden, zelfbeschikking, antisemitisme, de Holocaust en eergerelateerd geweld. Ook de SP stelt dat er naast taal bij de inburgering aandacht moet zijn voor de vrijheden en de grondwettelijke rechten en plichten die we in ons land kennen. SP wil specifiek beleid voor mensen met een grote afstand tot onze samenleving, zodat problemen als taal en werkloosheid, maar ook eergerelateerd geweld en genitale verminking, beter kunnen worden aangepakt. Ook de BBB wil een speciale aanpak in zowel het inburgerings- en integratietraject ten aanzien van eergerelateerd geweld, vrouwenbesnijdenis en uithuwelijking. De SGP wil kennis van historische gebeurtenissen, nationale symbolen (zoals het volkslied en koningshuis), cultureel erfgoed en de manier waarop wij in een rechtsstaat samenleven onderdeel van de inburgering maken. Maar dit betekent wat de SGP betreft geen omarming van progressief-seculiere waarden, zoals abortus of het homohuwelijk. De kern van integratie is volgens de CU het aanvaarden van de Nederlandse samenleving, inclusief de taal, grondwettelijke bepalingen (o.a. vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, respect voor minderheden), geschiedenis, en de christelijke wortels van Nederland.
Zowel het CDA, D66 als CU benadrukken in hun programma’s dat integratiebeleid geen eenrichtingsverkeer is, zij vragen naast inzet van de nieuwkomer ook inzet van de ontvangende samenleving.
Eisen aan migrant en vergunningen
Voor wat betreft eisen die worden gesteld aan de migrant die om de overkomst van gezinsleden vraagt heeft alleen JA21 plannen. Zo wil JA21 het aantal huwelijkspartners dat een persoon gedurende zijn leven kan laten overkomen beperken tot maximaal één, de inkomenseis waaraan de ontvangende partner in Nederland moet voldoen ophogen naar een modaal inkomen en een verhoging van de leeftijdsgrens naar 25 jaar voor beide partners om voor gezinshereniging in aanmerking te komen. In de overige verkiezingsprogramma’s van 2025 worden alleen de plannen zoals gerelateerd aan het tweestatusstelsel genoemd. Het gaat hier om de eerder besproken eisen ten aanzien van inkomen en woonruimte.
*Nadia Ismaïli is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en is onderzoeker bij UCERF (Utrecht Centre for European Research into Family Law).








