Een Europees burgerschap voor de rijksten: welke lidstaat doet het beste bod?

754

Volgens Capgemini’s World Wealth Report 2014 telt de wereld inmiddels 13,7 miljoen dollarmiljonairs, een absoluut record. Een groot deel van de nieuwe miljonairs is afkomstig uit Azië. Europese landen lijden nog altijd onder de gevolgen van de economische crisis. Deze twee ontwikkelingen komen samen in het fenomeen ‘investeerdersburgerschap’. Waar is dat burgerschap het goedkoopst?

Door Luuk van der Baaren[1]

Het idee is simpel: een staat biedt aan een vreemdeling te naturaliseren wanneer deze een flinke investering verricht in de desbetreffende staat. Het land krijgt een economische boost, de investeerder krijgt een tweede nationaliteit. Betreft het de nationaliteit van een EU-lidstaat, dan ontvangt de investeerder bovendien automatisch het Europees burgerschap. Voor de rijken der aarde kan de nationaliteit de sleutel naar waardevolle rechten zijn, zoals het recht om zich binnen de gehele Europese Unie te mogen vestigen of ontheffing van visumplichten.

De rode loper
EU-lidstaten proberen op verschillende manieren de nieuwe rijken aan zich te binden. Ten eerste kan een vreemdeling in ruil voor investeringen een verblijfsvergunning verkrijgen. In maar liefst dertien EU-lidstaten, waaronder Nederland, bestaat deze mogelijkheid al (zie Verblijfsvergunning kopen?). Dergelijke regelingen bestaan ook in andere vormen; zo bestaan er speciale toelatingsregelingen voor ondernemers of renteniers.

Daarnaast zijn er vijf EU-lidstaten die hun nationaliteit aanbieden in ruil voor een investering, namelijk Malta, Cyprus, Bulgarije en Roemenië en Oostenrijk. Ook zijn er enkele Europese landen die een vorm van ‘economisch staatsburgerschap’ hanteren. De vraag is: welke EU-lidstaat heeft voor hen het beste aanbod?

Malta
Het is sinds 2014 mogelijk om middels het Individual Investor Programme de Maltese nationaliteit te verkrijgen. Hiervoor is een investering van 1.050.000 euro vereist, bestaande uit een investering van 350.000 euro in Maltees onroerend goed, 150.000 euro te investeren in Maltese zakelijke doeleinden of staatsobligaties en een donatie van 650.000 euro aan het Maltees sociaal fonds voor Nationale Ontwikkeling. Officieel is een voorafgaand ‘functioneel verblijf’ van een jaar vereist. Blijkens uitlatingen van de verantwoordelijke overheidsorganisatie (IIP Malta) is echter niet vereist dat de genaturaliseerde daadwerkelijk in Malta heeft gewoond. Het Maltese programma is overigens sterk bekritiseerd door de Europese Commissie, een uitgebreide analyse van het Maltese investeerdersprogramma en de reactie van de Europese Commissie daarop is te vinden in een paper (2014) van Sergio Carrera.

Cyprus
Sinds 2011 kan de Cypriotische nationaliteit worden verleend aan een investeerder. Voor de verlening heeft Cyprus niet-bindende richtlijnen opgesteld. Volgens deze richtlijnen dient de investering minimaal vijf miljoen euro te bedragen. De investeerder heeft de keuze uit het aankopen van Cypriotische staatsobligaties, het aankopen van onroerend goed, een investering in landontwikkeling, onroerend goed of infrastructuur, een investering in het vermogen van een Cypriotisch bedrijf, de aankoop van of deelname in een Cypriotisch bedrijf (waarbij tenminste vijf Cyprioten in dienst moeten worden genomen) of het aanhouden van een deposito bij een Cypriotische bank. Een combinatie van deze opties behoort ook tot de mogelijkheden. Daarnaast dient de investeerder te beschikken over een woning op Cyprus met een minimale waarde van 500.000 euro. Opvallend is dat rekeninghouders die meer dan drie miljoen euro hebben verloren tijdens de Cypriotische bankencrisis van 2013 ook gebruik kunnen maken van deze regeling.

Voor de Cypriotische nationaliteit is geen voorafgaand verblijf op Cyprus vereist. Wél moet de investering verricht zijn gedurende de drie jaren die voorafgingen aan de datum van aanvraag. Het is onduidelijk welke betekenis dit vereiste in de praktijk heeft.

Bulgarije
Wanneer een investeerder een bedrag van ongeveer 500.000 euro (een miljoen lev) investeert, kan hij de Bulgaarse nationaliteit verkrijgen. Het moet dan om een project gaan met een bijzondere wettelijke status. Ontbeert het project deze bijzondere status, dan is een investering van ongeveer een miljoen euro (twee miljoen lev) het minimum. De investeerder hoeft geen taaltoets meer af te leggen of afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit. Het officiële verblijfsvereiste wordt verlaagd van vijf naar een jaar, maar een daadwerkelijk voorafgaand verblijf op Bulgaars grondgebied lijkt niet vereist te zijn.

Roemenië
Wie een miljoen euro in Roemenië investeert, kan versneld genaturaliseerd worden. De vreemdeling moet minimaal vier jaar in Roemenië hebben verbleven (voor reguliere vreemdelingen is het verblijfsvereiste overigens acht jaar) alvorens hij kan worden genaturaliseerd. Het investeringsvereiste is niet verder uitgewerkt in wet- en regelgeving. Het verblijfsvereiste is niet slechts een formaliteit. De investeerder dient gedurende vier jaar daadwerkelijk op Roemeens grondgebied te verblijven.

Oostenrijk, Frankrijk en België
De Oostenrijkse regeling is een stuk mysterieuzer van aard. Een investeerder kan in aanmerking komen voor de Oostenrijkse nationaliteit wanneer deze ‘uitzonderlijke prestaties heeft verricht of zal verrichten die in het bijzonder belang zijn van Oostenrijk’. Uit een ministerieel besluit blijkt dat het om een succesvolle ondernemer moet gaan die substantiële investeringen verricht binnen Oostenrijk. De bijdrage van de ondernemer mag niet beperkt zijn tot het aandragen van financiële middelen. Belangrijk is dat het ministerieel besluit uitsluitend richtlijnen bevat en geen harde vereisten stelt aan de naturalisatie. Zeker is dat de investeerder niet in Oostenrijk hoeft te hebben verbleven om in aanmerking te komen voor de naturalisatie.

Nog ondoorzichtiger is de regeling van Frankrijk. De Franse minister van Buitenlandse Zaken kan een Franssprekende vreemdeling naturaliseren wanneer deze ‘uitstekende verdiensten heeft verricht voor de invloed van Frankrijk en het welzijn van zijn internationale economische betrekkingen’. De beslissingsruimte van het Franse ministerie is dus zeer ruim, maar uit het criterium kan worden afgeleid dat het vooral om ondernemersexpertise draait. België is blijkens het nieuwe regeerakkoord (p. 156) van plan om een vergelijkbare bepaling in te voeren. Ook Slovenië en Slowakije kennen vergelijkbare regelingen.

Waar is het Unieburgerschap het goedkoopst?
Op zich is dat een eenvoudige vraag: met een vereiste minimuminvestering van ongeveer 500.000 euro is Bulgarije veruit de goedkoopste optie. Nader bekeken ligt het echter iets ingewikkelder. De ene investering is immers de andere niet. Het verrichten van een investering kan een lucratieve activiteit zijn en dan is een Bulgaars overheidsproject wellicht niet de beste keuze. Ook de ‘wachttijd’ die een investeerder acceptabel acht kan van belang zijn. Cyprus biedt een naturalisatie aan waarbij geen voorafgaand verblijf op Cyprus vereist is. Wie wat meer geduld heeft, zou beter voor een verblijfsvergunning kunnen opteren. De prijzen voor verblijfsvergunningen liggen een stuk lager; in de meeste EU-lidstaten ligt de prijs op enkele tonnen, maar Letland hanteert met 35.000 euro een bodemprijs. In bijna alle EU-lidstaten kan de investeerder volgens de reguliere procedure worden genaturaliseerd. Daarnaast blijft het aantal opties groeien. Zo zou Kroatië overwegen om een investeerdersprogramma in te voeren. Kortom: wie het Europees burgerschap begeert, komt voor een groot aantal keuzes te staan.

 

[1] Luuk van der Baaren studeerde Nederlands recht aan de Universiteit Maastricht en is promovendus bij de Universiteit van Luik en de Universiteit Maastricht binnen het Transmic Marie Curie Initial Training Network. Hij verricht onderzoek op het gebied van het nationaliteitsrecht en migratierecht. Deze blog is een korte weergave van de afstudeerscriptie ‘het ius pecuniae en de genuine link: de toelatingsregeling voor vermogende vreemdelingen vanuit een rechtsvergelijkend perspectief’, die was genomineerd voor de Hanneke Steenbergen scriptieprijs 2014.