Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne  

915

Op maandag 4 maart verviel de tijdelijke bescherming van derdelanders uit Oekraïne. Sindsdien hebben 2.760 uit Oekraïne gevluchte derdelanders geen recht op verblijf meer in Nederland onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Wie zijn de derdelanders uit Oekraïne, waarom is hun verblijfsrecht vervallen en welke regels gelden nu voor hen?

Masja Zweers en Nina Fokkink

Op 24 februari 2022 begon Rusland een grootschalige invasie van Oekraïne. Volgens de VN vluchtelingenorganisatie UNHCR waren op 3 maart 2022 al ongeveer een miljoen mensen Oekraïne ontvlucht. Op EU-niveau werd op 4 maart 2022 afgesproken dat vluchtelingen uit Oekraïne tijdelijke bescherming krijgen op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. In tegenstelling tot andere vluchtelingen, krijgen vluchtelingen uit Oekraïne op grond van deze richtlijn een verblijfstitel, toegang tot de arbeidsmarkt, een ‘fatsoenlijk onderkomen’ en ‘de nodige hulp inzake sociale bijstand en levensonderhoud bieden’.

Niet iedereen die sinds 24 februari 2022 Oekraïne ontvluchtte heeft de Oekraïense nationaliteit. Zo studeerden er 76.000 buitenlandse studenten in Oekraïne toen de oorlog uitbrak. Iedereen die uit Oekraïne vluchtte, maar niet de Oekraïense nationaliteit heeft, is een derdelander. De volgende juridische onderscheiden kunnen gemaakt worden tussen verschillende soorten derdelanders. Het eerste relevante onderscheid is of een derdelander uit Oekraïne een tijdelijke of permanente verblijfsvergunning. Een tijdelijke verblijfsvergunning is voor een bepaalde tijd geldig, terwijl een permanente verblijfsvergunning onbepaald geldig is. Ten tweede zijn er twee verschillende verblijfsdoelen. Er zijn verblijfsvergunningen met als doel asiel. Dit zijn individuen die in Oekraïne internationale bescherming hebben aangevraagd. Ook zijn er verblijfsvergunningen regulier. Dit zijn eigenlijk alle verblijfsvergunningen die niet asiel zijn, zoals verblijfsvergunningen om te kunnen werken of studeren (voor meer informatie over dit onderscheid, lees dit blog).

De volgende drie categorieën derdelanders zijn relevant voor dit blog:

  • derdelanders met een Oekraïense asielvergunning (permanent of tijdelijk)
  • derdelanders met een permanente Oekraïense verblijfsvergunning regulier.
  • derdelanders met een Oekraïense tijdelijke verblijfsvergunning regulier.

Al deze derdelanders kregen aanvankelijk dezelfde rechten als Oekraïense staatsburgers toen zij in Nederland aankwamen. Sinds 4 maart vallen derdelanders met een tijdelijke vergunning regulier – de derde groep – echter niet meer onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.

De Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de bescherming van derdelanders
Op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming is Nederland verplicht om aan verschillende groepen vluchtelingen uit Oekraïne tijdelijke bescherming te verlenen. Nederland is niet verplicht om alle derdelanders uit Oekraïne tijdelijke bescherming te verlenen op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Slechts derdelanders met een Oekraïense asielvergunning en derdelanders met een permanente Oekraïense verblijfsvergunning moesten verplicht tijdelijke of passende bescherming krijgen (voor meer uitleg hierover, lees dit blog). Dit betekent dat derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning regulier niet automatisch in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming onder de tijdelijke beschermingsrichtlijn nadat ze uit Oekraïne zijn gevlucht.

De Richtlijn Tijdelijke Bescherming biedt lidstaten wel de mogelijkheid om de tijdelijke bescherming uit te breiden naar meer groepen personen gevlucht uit Oekraïne. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid maakte op 30 maart 2022 bekend dat ook derdelanders met een tijdelijk regulier verblijfsrecht onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming zouden vallen: onderscheid zou namelijk niet passen binnen de ‘ruimhartigheid’ die het kabinet voor ogen had. Alle doelgroepen kregen van Nederland tijdelijke bescherming. Al in juli 2022 kwam de staatssecretaris hierop terug, naar aanleiding van aanwijzingen van misbruik van de regeling en schaarste van het aantal opvangplekken. Volgens de staatssecretaris zouden derdelanders met een tijdelijke Oekraïense verblijfsvergunning niet meer in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming. Derdelanders met een tijdelijke Oekraïense verblijfsvergunning die zich voor 19 juli hadden ingeschreven in de BRP zouden hun verblijfsrecht verliezen op 4 maart 2023.

De Afdelingsuitspraak van 17 januari 2024
Verschillende derdelanders wiens recht op tijdelijke bescherming per 4 maart 2023 zou verlopen, stapten naar de rechter. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de bevoegdheid had om niet meer nieuwe aanvragen van derdelanders met een tijdelijke reguliere verblijfsvergunning voor bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in behandeling te nemen. De staatssecretaris had echter niet de bevoegdheid om de tijdelijke bescherming die al was toegekend aan facultatief aangewezen groepen, in dit geval derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning regulier, zelfstandig te beëindigen.

Er is een verlengingsbesluit genomen op 19 oktober 2023 om het recht op tijdelijke bescherming van Oekraïense vluchtelingen te verlengen tot 4 maart 2025. De Afdeling heeft geoordeeld dat dit verlengingsbesluit niet van toepassing is op derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning regulier. Voor de verlenging van de facultatieve bepaling geldt volgens Afdeling de volgende regel: de bescherming van individuen die onder deze bepaling vallen, wordt alleen verlengd als de staatssecretaris ten tijde van het verlengingsbesluit de facultatieve bepaling hanteerde. De staatssecretaris deed al in juli afstand van het facultatief aanbieden van bescherming aan derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning regulier. Dit betekent dat het recht op tijdelijke bescherming van derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning regulier van rechtswege op 4 maart 2024, wanneer het oorspronkelijke EU besluit waarin de tijdelijke bescherming van vluchtelingen uit Oekraïne is opgenomen, verliep.

Welke regels gelden nu voor Oekraïense derdelanders?
Per 4 maart 2024 is het recht van derdelanders met een tijdelijk verblijfsrecht uit Oekraïne op bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming aldus vervallen. Het verblijfsrecht en alle daaraan gelieerde rechten, zoals het kunnen werken in Nederland en verblijf in de opvang, zijn opgehouden. De overheid laat weten dat derdelanders met een Oekraïense tijdelijke verblijfsvergunning drie opties hebben.

  1. De eerste optie is om in Nederland asiel aan te vragen. De derdelanders die asiel hebben aangevraagd verblijven in de gemeentelijke opvang totdat er plek voor hen is in de asielopvang.
  2. De tweede optie is om een andere verblijfsvergunning aan te vragen. Gedacht kan worden aan een verblijfsvergunning om te werken of te studeren in Nederland. In dat geval kan de derdelander in Nederland de beslissing op zijn aanvraag afwachten. Verder hoeft de derdelander, in tegenstelling tot de gewoonlijke regels, niet eerst de vergunning aan te vragen in een Nederlandse ambassade in het land van herkomst (een mvv). In plaats daarvan kan de derdelander in Nederland de vergunning aanvragen.
  3. De derde optie is om Nederland voor 1 april 2024 te verlaten. In dit geval mag de derdelander verblijven in de opvang tot zijn of haar vertrek voor 1 april 2024. Tot 4 maart 2024 was het mogelijk voor derdelanders gebruik te maken van de remigratieregeling: ondersteuning door IOM bij terugkeer in de vorm van onder andere een vliegticket en 5000 euro.

 

Nieuwe procedures voor de rechter
Inmiddels zijn er terugkeerbesluiten uitgevaardigd tegen derdelanders uit Oekraïne die nog geen andere verblijfsvergunning hebben aangevraagd. Er zijn al verscheidene rechtszaken aangespannen door deze groep derdelanders tegen hun uitzetting.

Meerdere voorzieningsrechters, rechters die over spoedeisende zaken gaan waarbij een onmiddellijke (tijdelijke) oplossing is vereist, hebben verschillend geoordeeld over de rechten van derdelanders met een tijdelijke reguliere Oekraïense verblijfsvergunning. De voorzieningsrechter in Haarlem en Amsterdam oordeelde dat drie derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning nog wel recht hadden op opvang en mochten werken in afwachting van de inhoudelijke behandeling van hun zaak door de vreemdelingenrechter. De voorzieningsrechter in Utrecht en Den Haag (die al twee keer uitspraak deed: zie hier en hier) oordeelde daarentegen dat de staatssecretaris niet verplicht was derdelanders in afwachting van hun zaak de mogelijkheid te bieden om te werken. De derdelanders behielden wel het recht om in de opvang te blijven tot 1 april, zoals hierboven ook uiteen is gezet, na 1 april moeten ze ook de opvang verlaten.

De vreemdelingenkamer in Roermond oordeelde op 19 maart dat het verlengingsbesluit van 19 oktober wel van toepassing is en het recht op tijdelijke bescherming niet verviel op 4 maart. In tegenstelling tot de Afdeling, oordeelde de rechtbank dat het er niet toe deed dat de staatssecretaris in juli afstand deed van het toekennen van tijdelijke bescherming aan derdelanders met een tijdelijke reguliere verblijfsvergunning. De rechtbank oordeelde dat het verlengingsbesluit, op grond van een taalkundige interpretatie, van toepassing was op alle individuen die op dat moment bescherming op grond van de richtlijn hadden ontvangen. Derdelanders die tijdelijke bescherming hadden gekregen op grond van de facultatieve bepaling hebben nog steeds bescherming op grond van de richtlijn volgens de rechtbank.