Gevolgen van strafbare feiten voor asiel

1051

Na de gebeurtenissen in Keulen heeft de Duitse regering aangekondigd dat mensen met een asielvergunning sneller zullen worden uitgezet als zij zich schuldig maken aan ernstige vergrijpen. Ook de Nederlandse regering wil in zo’n geval een verblijfsvergunning eerder weigeren of intrekken. Maar kunnen asielzoekers of asielstatushouders het land wel daadwerkelijk worden uitgezet?

Door Veeni Naganathar

Sommige asielzoekers die in aanmerking komen voor internationale bescherming (bescherming als vluchteling of subsidiaire bescherming) plegen gedurende hun verblijf in een Europese lidstaat een misdrijf. De gebeurtenissen in Keulen, maar ook verschillende incidenten in Nederland kunnen dienen als voorbeeld. Wanneer de autoriteiten een asielvergunning willen weigeren of intrekken vanwege het plegen van een misdrijf, dan maakt het uit of de asielzoeker een vluchteling is (zie artikel 29 lid 1 onder a Vw 2000) of voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt (artikel 29 lid 1 onder b Vw 2000). Zo krijgen vluchtelingen minder snel met een weigering van een asielvergunning te maken om redenen van openbare orde dan personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen. Bovendien kan de asielvergunning van vluchtelingen ook minder snel worden ingetrokken dan die van personen met subsidiaire bescherming.

Wanneer kan een vergunning van een vluchteling worden geweigerd of ingetrokken vanwege een strafbaar feit?
De regels voor de weigering of intrekking van een asielvergunning zijn te vinden in het door de Europese Unie ontwikkelde gemeenschappelijk asielsysteem (GEAS) dat is gebaseerd op het VN-Vluchtelingenverdrag en het beginsel van non-refoulement. De in het GEAS vervatte Kwalificatierichtlijn geeft naast de voorwaarden waaronder bescherming moet worden verleend, ook die waaronder bescherming kan worden geweigerd of ingetrokken.

In art. 33 lid 2 van het VN-Vluchtelingenverdrag is bepaald dat een vluchteling mag worden uitgezet wanneer hij een gevaar vormt voor de veiligheid van het gastland of omdat hij wegens een definitieve veroordeling voor een bijzonder ernstig misdrijf een gevaar vormt voor de gemeenschap van dat land. Deze bepaling is overgenomen in artikel 14 lid 4 van de Kwalificatierichtlijn, welke bepaling weer is omgezet in nationale regelgeving in Nederland in art. 32, eerste lid, onder b van de Vreemdelingenwet 2000 en art. 3.105c van het Vreemdelingenbesluit 2000.

De begrippen ‘bijzonder ernstig misdrijf’ en ‘gevaar voor de gemeenschap’ zijn echter niet in de Kwalificatierichtlijn gedefinieerd. Lidstaten zijn vrij om de invulling van deze begrippen af te stemmen op hun nationale behoeften. In Nederland zijn deze begrippen als volgt ingevuld: er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ wanneer de vreemdeling bij onherroepelijk rechterlijk vonnis is veroordeeld tot een gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel waarbij het onvoorwaardelijk deel in totaal tenminste 24 maanden betreft. Voorbeelden hiervan zijn ernstige opiummisdrijven en ernstige geweldmisdrijven. Een ‘gevaar voor de gemeenschap’ wordt aangenomen wanneer het gaat om drugs-, zeden- en geweldsmisdrijven, brandstichting, mensenhandel, illegale handel in wapens/munitie/explosieven, illegale handel in menselijke organen en weefsels.

Wanneer kan subsidiaire bescherming worden geweigerd of ingetrokken vanwege een strafbaar feit?
Een asielzoeker die in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming kan een verblijfsvergunning worden geweigerd of ingetrokken wanneer hij een ernstig misdrijf heeft gepleegd. Dit volgt uit art. 17 van de Kwalificatierichtlijn. Ook het begrip ‘ernstig misdrijf’ is niet omschreven in de Kwalificatierichtlijn.

Van een ‘ernstig misdrijf’ is, volgens de Nederlandse regelgeving, sprake wanneer de asielzoeker bij onherroepelijk rechterlijk vonnis is veroordeeld tot een gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel, waarbij het onvoorwaardelijk deel in totaal tenminste 18 maanden betreft en in ieder geval één van de misdrijven naar zijn aard een gevaar voor de gemeenschap oplevert.

Een verblijfsvergunning kan nu dus worden geweigerd of ingetrokken bij onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van anderhalf tot twee jaar, voor respectievelijk subsidiaire bescherming en vluchtelingenbescherming.

Wat wil de staatssecretaris veranderen?
Staatssecretaris Dijkhoff wil de nationale regelgeving aanscherpen waardoor het weigeren of intrekken van verblijfsvergunningen eerder mogelijk is, namelijk bij onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van zes tot tien maanden. Op 13 oktober 2015 nam de Tweede Kamer een motie aan van de leden Oskam en Van Helvert die de regering opriep “over te gaan tot uitzetting van asielzoekers die zich schuldig hebben gemaakt aan het plegen van een misdrijf”. In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 25 november 2015 beschrijft staatssecretaris Dijkhoff hoe binnen de bestaande EU-kaders een aanscherping van de nationale regelgeving kan worden gerealiseerd. De ruimte voor deze aanscherping wordt met name gevonden in het aanpassen van de nationale invulling van de begrippen ‘ernstig misdrijf’ en ‘bijzonder ernstig misdrijf’.

Als ‘ernstig misdrijf’ dient voortaan te worden aangemerkt:

  • openlijke geweldpleging, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend;
  • het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door middel van bijvoorbeeld één of meer kopsto(o)t(en) en/of schoppen/trappen tegen het hoofd;
  • tasjesroof met een enkele duw/ruk, waarbij sprake is van frequente recidive;
  • insluiping in een woning, waarbij sprake is van frequente recidive;
  • het verkopen/afleveren/verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs vanuit een pand of op straat gedurende meer dan een maand, doch minder dan 3 maanden, met enige regelmaat.

Als ‘bijzonder ernstig misdrijf’ dient te worden aangemerkt:

  • verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren van kinderporno;
  • een beroep of gewoonte maken van het bezit van kinderporno;
  • opzettelijk toebrengen van zeer zwaar lichamelijk letsel met behulp van een wapen (niet zijnde een vuurwapen);
  • ramkraak (georganiseerd verband en aanzienlijke schade) waarbij sprake is van recidive;
  • het verkopen/afleveren/verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs vanuit een pand of op straat gedurende zes tot twaalf maanden met enige regelmaat.

De staatssecretaris is bovendien voornemens de beslistermijn van een asielaanvraag te verlengen met de maximaal toegestane termijn van negen maanden, indien en zolang sprake is van een lopende strafrechtelijke procedure waarbij de vreemdeling kan worden vervolgd wegens een (bijzonder) ernstig misdrijf. Tot slot wil de staatssecretaris minderjarige vreemdelingen die zich schuldig maken aan een strafbaar feit strenger bestraffen. Wanneer op de minderjarige vreemdeling het strafrecht voor volwassenen is toegepast, zal een verblijfsvergunning eerder worden ingetrokken of geweigerd dan wanneer het jeugdstrafrecht is toegepast.

Kunnen criminele asielzoekers worden uitgezet?
Niet alle criminele asielzoekers kunnen, na intrekking of weigering van een verblijfsvergunning, echter worden uitgezet naar hun land van herkomst. Wanneer de criminele asielzoeker in het land van herkomst kans loopt onmenselijk te worden behandeld, mag hij niet worden teruggestuurd. Dit mag ook niet na de voorgenomen aanscherping van het asielbeleid. Dit zou dan betekenen dat ze hun verblijfsvergunning verliezen, terwijl ze niet kunnen worden uitgezet.

Dit uitzettingsverbod volgt uit artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) waarin is bepaald dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Dit verbod is absoluut, wat betekent dat er geen enkele uitzondering op mogelijk is. Zo is in het arrest Saadi tegen Italie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bepaald dat de vraag of een vreemdeling een gevaar voor de nationale veiligheid of gemeenschap vormt op geen enkele wijze de beoordeling van het risico op een onmenselijke behandeling in het land van herkomst kan beïnvloeden. Met andere woorden, als het te gevaarlijk is voor de vreemdeling om terug te keren, dan mag hij niet terug, ook al vormt hij in het gastland een gevaar voor de openbare orde. De Tunesische Saadi, die was veroordeeld vanwege lidmaatschap van een terroristische organisatie en het aanzetten tot terrorisme, liep risico op een onmenselijke behandeling bij detentie in Tunesië en mocht daarom niet worden uitgezet door Italië.

Het grootste deel van de asielzoekers in Nederland bestaat uit Syriërs (47%), Eritreeërs (14%) en Irakezen (6%). Door de burgeroorlog in Syrië, het onderdrukkende regime in Eritrea en de onrust in Irak is het risico op een onmenselijke behandeling in deze landen groot. Asielzoekers uit deze landen kunnen daarom vaak niet worden uitgezet.

Hoe vaak is een verblijfsvergunning als gevolg van een misdrijf ingetrokken?
Er zijn geen cijfers bekend over het aantal intrekking van verblijfsvergunningen vanwege een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Staatssecretaris Dijkhoff geeft aan per individu te weten wanneer een verblijfsvergunning als gevolg van een misdrijf is ingetrokken. Uit het systeem kunnen die individuele gegevens evenwel niet naar voren gehaald worden.