Nieuwe Europese richtlijn voor tijdelijke migratie van expats

1528

29 november 2016 verstreek de implementatietermijn voor de Europese Intra Company Transfer Richtlijn. Deze richtlijn bevat nieuwe regels voor expats van buiten Europa die bij een Europese vestiging van hun bedrijf willen werken. De richtlijn biedt ruime verblijfsmogelijkheden voor de werknemer en zijn familie, wel is de vergunning tijdelijk. Hoe zit dit precies?

Door Bram van Melle* en Martijn Stronks

Richtlijn 2014/66 biedt de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders in het kader van een overplaatsing binnen een internationale onderneming. Ten gevolge van de globalisering van ondernemingen en de toenemende handel is het voor multinationale ondernemingen steeds belangrijker geworden om hun werknemers tijdelijk over te plaatsen naar andere eenheden van de onderneming, zo luidt het in preambule 5 bij de richtlijn. Dat zou niet alleen voordelen bieden voor de onderneming en de werknemer, maar ook voor de kenniseconomie van het gastland in bredere zin. Bovendien zou het de economie van de gehele Unie bevorderen, omdat de expat door de Unie mag bewegen. Tot slot zou het land van herkomst profiteren van de opgedane ervaringen van deze tijdelijke migrant (preambule 6). Wel is de verblijfsvergunning tijdelijk, en gemaximeerd op drie jaar. Op 2 november verschenen in het Staatsblad de omzettingsmaatregelen, waardoor Nederland de richtlijn binnen de termijn heeft geïmplementeerd.

Wie valt er onder de regeling?
Hoewel de overplaatsing doorgaans een beslissing van de werkgever zal zijn, moet de werknemer die wordt overgeplaatst zelf de verblijfsvergunning vragen. Het gaat in de richtlijn specifiek om werknemers die niet de nationaliteit hebben van een lidstaat van de EU. Werknemers die wel de nationaliteit van de Europese Unie hebben zo’n regeling niet nodig omdat zij gebruik kunnen van hun recht op vrij verkeer. De werknemer moet een arbeidsrelatie hebben van tenminste drie maanden met de buiten de Unie gevestigde onderneming (en deze houden gedurende zijn of haar uitzending naar Nederland) en hij moet leidinggevende, specialist of stagiair-werknemer zijn binnen het bedrijf. Er zijn geen algemene Europese minimum eisen aan het salarisniveau, maar kennelijk wil de Europese wetgever concurrentie met de eigen werknemers door goedkopere buirtenlandse arbeidskrachten voorkomen. Voor binnen een onderneming overgeplaatste personen moeten op zijn minstens dezelfde arbeidsvoorwaarden gelden als voor ter beschikking gestelde werknemers van wie de werkgever is gevestigd op het grondgebied van de Unie. De lidstaten moeten eisen dat binnen een onderneming overgeplaatste personen wat betreft de bezoldiging tijdens de gehele overplaatsing dezelfde behandeling krijgen als de eigen burgers die vergelijkbare posities bekleden.

Hoe lang mag de vreemdeling blijven?
De verblijfsvergunning op grond van deze richtlijn is tijdelijk. Artikel 12 stelt dat de duur van de vergunning voor leidinggevenden en specialisten maximaal drie jaar is, voor stagiair-werknemers is deze beperkt tot één jaar. Lidstaten mogen van de werknemer verlangen dat hij na het einde van deze termijn zes maanden wacht totdat hij een nieuwe aanvraag indient op grond van de richtlijn.

Waar mag de vreemdeling precies verblijven?
Het verblijfsrecht op grond van deze richtlijn is niet beperkt tot één lidstaat. Een van de expliciete doelen van de richtlijn is om mobiliteit binnen de Unie van deze groep expats te bevorderen (preambule 25). Het idee is dat op basis van één verblijfsvergunning en procedure (‘a single permit procedure’) een eenvoudige verblijfsrecht voor werk in verschillende landen kan worden verkregen. De richtlijn maakt onderscheid tussen ‘kortdurende mobiliteit’ en ‘langdurige mobiliteit’, het eerste betreft maximaal 90 dagen (per 180 dagen), het laatste een langere periode. In eerstgenoemd geval volstaat een notificatie bij het UWV, in het tweede geval is er wel een gewone aanvraag bij de IND, maar mag de vreemdeling wel direct na de aanvraag werken. Er wordt ook niet aan alle voorwaarden voor de reguliere ICT-vergunning getoetst (dat had immers de andere lidstaat al gedaan), tenzij Nederland de lidstaat van het langste verblijf wordt, dan volgt een volledige toets aan alle voorwaarden.

Mag de vreemdeling zijn gezin meebrengen?
De Gezinsherenigingsrichtlijn is van toepassing op deze vreemdeling, al is het met een paar uitzonderingen (zie over de normale procedure ons eerdere blog). Zo wordt van de ‘sponsor’ niet verlangd dat hij een minimumperiode heeft verbleven of uitzicht heeft op een permanent verblijfsrecht (dat kan immers niet). Bovendien zijn eventuele integratievoorwaarden voor de gezinsleden alleen na het verlenen van de vergunning toegestaan en geldt er een korte termijn voor de procedure. Gezinsleden mogen op basis van hun vergunning werken.

Wat betekent de richtlijn voor Nederland?
Nederland mag niet van deze regeling afwijken, ook niet als het voor de vreemdeling positiever regelingen had. Veel Europese richtlijnen bevatten minimumnormen, zodat lidstaten gunstiger regels mogen stellen, deze richtlijn voor overplaatsing binnen een internationale onderneming laat dit echter niet toe. Dit betekent dat als een overplaatsing binnen de reikwijdte van de richtlijn valt, de Europese regels van toepassing zijn.

Het is de vraag of de richtlijn voorziet in een behoefte die in Nederland sterk gevoeld werd. Mobiliteit binnen de Unie wordt door de richtlijn zeker bevorderd, en dat zal ook in Nederland als een positieve ontwikkeling worden gezien. Voor de wetgever en uitvoeringsinstanties was het inpassen van deze ICT-regeling binnen de al bestaande – en relatief goed functionerende – (kennismigranten)regelingen echter een kleine worsteling. Dat geldt overigens ook voor de wetgevers in andere lidstaten: slechts een minderheid van de lidstaten heeft de richtlijn inmiddels volledig geïmplementeerd.

Alle regelingen blijven nu naast elkaar bestaan: een nationaalrechtelijke ICT-regeling, de Unierechtelijke ICT-regeling, de Blauwe Kaart regeling, en de kennismigrantenregeling. De IND zal (desnoods ambtshalve) gaan toetsen of een bedrijf wel de juiste vergunning aanvraagt. Wil men buiten het bereik van de Unierechtelijke ICT-regeling blijven, dan kan men op een lokaal contract bij de Nederlandse vestiging van het bedrijf gaan werken, daarmee wordt de materie buiten de werkingssfeer van de richtlijn gebracht.

Mag de expat écht niet langer blijven?
Verwachtingen en plannen kunnen veranderen en worden bijgesteld, en zo kan ook het plan om ergens tijdelijk te verblijven omslaan in het voornemen om langer te blijven. De vergunning op grond van deze richtlijn kan echter de maximale duur niet overschrijden, maar daarna kan natuurlijk wel verblijf worden aangevraagd op een andere verblijfsgrond. De vreemdeling kan bijvoorbeeld op grond van gezinshereniging een vergunning aanvragen, of een arbeidsvergunning omdat hij een andere baan heeft gevonden in het gastland.

Doorgaans kunnen migranten dan na vijf jaar rechtmatig verblijf op grond van de Langdurig ingezetenrichtlijn (Richtlijn 2003/109) de sterkere Langdurig ingezetenen status aanvragen. Omdat het verblijf onder de richtlijn voor overplaatsingen binnen een ondernemingen echter als ‘tijdelijk’ is geoormerkt, valt de verblijfsduur op grond van deze richtlijn buiten de werking van de Langdurig inzetenenrichtlijn. Voor deze sterkere status begint de vijfjaarstermijn dus pas te lopen wanneer een andere, niet-tijdelijke verblijfsvergunning is aangevraagd. Dit zal de veelal goedgeïnformeerd expat er waarschijnlijk echter niet van weerhouden om vijf jaar na binnenkomst een permanente verblijfsvergunning op grond van nationaal recht aan te vragen (voor die categorie begint de teller gewoon op dag één te lopen, ongeacht het type vergunning).

* Bram van Melle is werkzaam als advocaat bij Everaert advocaten.