Wat erft het nieuwe kabinet?

772

Het kabinet Rutte II is sinds 14 maart 2017 demissionair en beperkt zich tot de behandeling van lopende zaken. De nieuw gekozen volksvertegenwoordigers richten zich vooral op de vorming van een nieuw kabinet. Wat erft het volgende kabinet van Rutte II op het gebied van migratierecht? Vier wetsvoorstellen passeren de revue.

Door Hans van Oort

1. Rijkswet op het Nederlanderschap: verlenging naturalisatietermijn van vijf naar zeven jaar
Dit wetsvoorstel houdt in dat een vreemdeling het Nederlanderschap kan aanvragen zeven jaar na toelating en hoofdverblijf in Nederland. Onder de huidige wetgeving kan dit reeds na vijf jaar. Volgens de toenmalige staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Teeven is verlenging van de termijn nodig omdat het gros van de vreemdelingen die een inburgeringsexamen dienen af te leggen, meer tijd nodig heeft om volledig te kunnen participeren in de Nederlandse samenleving. Bovendien, zo vindt de staatssecretaris, doet een termijn van zeven jaar beter recht aan de gedachte dat een “meer substantiële periode van verblijf en toelating vooraf dient te gaan aan de verlening van het Nederlanderschap”. De naturalisatietermijn voldoet aan de eisen van het Europees Verdrag inzake Nationaliteit (EVN), waarin de bovengrens voor de naturalisatietermijn is gesteld op tien jaar (artikel 6 lid 3 EVN).

Het wetsvoorstel is op 28 juni 2016 aangenomen door de Tweede Kamer en bevindt zich daarmee in een vergevorderd stadium. De Eerste Kamer heeft blijkens het op 7 maart 2017 uitgebrachte nader voorlopig verslag behoefte aan een tweede ronde in de schriftelijke voorbereiding. Het is nu aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om hierop te reageren met een nadere memorie van antwoord.

2. Wet inburgering: verplichte ondertekening van de participatieverklaring
Dit wetsvoorstel beoogt vreemdelingen al in een vroeg stadium van het inburgeringsexamen op een “niet-vrijblijvende manier” kennis te laten maken met de kernwaarden van de Nederlandse samenleving (zoals vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit).

In de Memorie van Toelichting spreekt de minister over het “participatieverklaringstraject” als nieuw onderdeel van het inburgeringsexamen. Binnen dit traject ontvangt de vreemdeling onderricht over de genoemde kernwaarden. Volgens de minister kan dit bijvoorbeeld middels een workshop, maar hij wil gemeentes vrij laten in de manier waarop zij vreemdelingen kennis laten maken met de kernwaarden. De vreemdeling dient binnen één jaar na vestiging de participatieverklaring te ondertekenen ter bevestiging dat hij de kernwaarden van de Nederlandse samenleving kent en respecteert. Voor de afronding van overige onderdelen van het inburgeringsexamen blijft de termijn van drie jaar gelden.

Verder strekt dit voorstel ertoe dat gemeentes wettelijk worden verplicht om maatschappelijke begeleiding  te bieden aan asielmigranten en hun gezinsleden. Volgens de minister is dit nodig omdat asielmigranten zich nauwelijks kunnen voorbereiden op hun komst naar Nederland en daardoor over beperkte kennis van de Nederlandse samenleving beschikken. Deze begeleiding is zowel gericht op hulp bij praktische zaken als op het bevorderen van integratie en participatie in de Nederlandse samenleving. Gemeentes mogen de maatschappelijke begeleiding grotendeels naar eigen inzicht invullen.

Dit wetsvoorstel is op 23 februari 2017 aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt op dit moment aan haar voorlopig verslag.

3. Vreemdelingenwet 2000: termijn voor aanvraag nareis van gezinsleden van drie naar zes maanden
In de huidige situatie kan een asielzoeker die een verblijfsvergunning asiel heeft ontvangen, binnen drie maanden een nareisaanvraag indienen voor gezinsleden. De huidige hoge asielinstroom heeft geleid tot aanzienlijke werkdruk bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en bij partijen die de vreemdeling adviseren. Deze situatie heeft het inmiddels demissionaire kabinet doen besluiten om de termijn voor de nareisaanvraag te willen verlengen van drie naar zes maanden nadat aan de betrokken vreemdeling een verblijfsvergunning is verleend. De beslistermijn zou moeten worden verlengd van (ten hoogste) zes maanden naar (ten hoogste) negen maanden.

Het betreft hier een wetsvoorstel waarover door de Tweede Kamer nog niet is gestemd. Op 11 april 2017 werd het voorstel door de Tweede Kamer controversieel verklaard. Dit betekent dat het onderwerp is bestempeld als “politiek gevoelig” en niet meer aan de orde komt totdat er een nieuw kabinet is.

4. Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring: gewijzigd regime voor vreemdelingenbewaring
Dit wetsvoorstel heeft betrekking op de vreemdelingen die Nederland moeten verlaten nadat hun asielaanvraag is afgewezen en een eventueel ingesteld hoger beroep tegen de afwijzing ongegrond is verklaard. Het deel van de vreemdelingen dat niet zelfstandig vertrekt, wordt gedwongen om te vertrekken. De vreemdeling die niet meewerkt aan dit gedwongen vertrek en zich aan het overheidstoezicht wil onttrekken, wordt in bewaring gesteld indien er daadwerkelijk zicht is op uitzetting.

Met het wetsvoorstel wordt een nieuw regime voor deze vreemdelingenbewaring geïntroduceerd, omdat het huidige regime niet goed aansluit bij de aard en het doel van de vreemdelingenbewaring. In de meeste gevallen is namelijk het regime van toepassing dat is vastgelegd in de Penitentiaire beginselenwet. Deze wet ziet vooral op de tenuitvoerlegging van vrijheidsbeneming na een strafrechtelijke veroordeling, terwijl vreemdelingenbewaring slechts is gericht op het beschikbaar houden van vreemdelingen voor uitzetting. In de Memorie van Toelichting stelt de staatssecretaris dat de vreemdelingenbewaring daarom vraagt om een regime dat een zo beperkt mogelijke inbreuk maakt op grondrechten. Om dit te realiseren, kent het nieuwe regime enkele belangrijke versoepelingen ten opzichte van het huidige. Zo is er meer bewegingsvrijheid voor de vreemdeling in bewaring: hij heeft het recht om zich binnen de inrichting vrij te bewegen op de afdeling waar hij verblijft. Bovendien wordt een zinvolle dagbesteding nagestreefd met de aanbieding van onder andere educatieve activiteiten, lichamelijke oefening en dagelijks verblijf in de buitenlucht.  Tenslotte is er speciale aandacht voor de positie van kwetsbare groepen. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in het voorstel van een gesloten gezinsvoorziening voor gezinnen met minderjarige kinderen en minderjarige vreemdelingen die hier zonder begeleiding verblijven.

Het wetsvoorstel is ingediend bij de Tweede Kamer en evenals het hiervoor genoemde voorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet op de lijst met controversiële onderwerpen geplaatst.