Verkiezingen 2023: Integratie

2668

Verblijfblog bespreekt net als in 2021 en 2017 de migratie- en integratieparagrafen van de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen in de Tweede Kamer. In de verkiezingsdossiers zijn de programma’s sinds 2006 met elkaar vergeleken. In dit vierde blog van deze nieuwe serie over de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2023 staat het thema integratie centraal.

Door Nina Fokkink

Hoewel het integratiebeleid al jaren hoog op de politieke agenda staat, lijkt het voor deze verkiezingen een iets minder grote rol te spelen. Mogelijk speelt de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering een rol (voor meer hierover zie dit blog). Veel van de eerdere onderwerpen, zoals of de vreemdeling zelf de inburgering moet bekostigen, of de cursussen aangeboden moeten worden via de private sector of de gemeente en in hoeverre inburgering op maat moet worden aangeboden, zijn recent allemaal wettelijk veranderd. Sinds de nieuwe wet inburgering is de gemeente verantwoordelijk voor de inburgering van asielzoekers, en is slechts de gezinsmigrant zelf verantwoordelijk voor de eigen inburgering. Bovendien wordt het inburgeringstraject tegenwoordig meer afgesteld op de inburgeraar, doordat er nu gekeken wordt naar de potentie van de inburgeraar om de Nederlandse taal machtig te worden. Dit maakt eerdere hoofdpunten in het integratiedebat minder relevant.

Een thema dat de voorgaande jaren onderbelicht was en nu in de aandacht staat is de mogelijkheden voor inburgeraars, en in het bijzonder asielzoekers, om te werken. Veel meer partijen gaan hierop in en de plannen ten opzichte van de voorgaande verkiezingsjaren hierover zijn een stuk uitgebreider. In dit blog wordt eerst het overzicht van de plannen ten opzichte van de voorgaande jaren besproken. Vervolgens worden de plannen voor de organisatie van de inburgering, de inhoud van de inburgering, en de toegang tot de arbeidsmarkt besproken.

Disclaimer
In deze serie over de komende Tweede Kamerverkiezingen is om praktische redenen besloten om alleen Kamerfracties met minimaal twee zetels te onderzoeken. Daarnaast worden GL-PvdA en NSC gelet op de hoge zetelpeilingen ook meegenomen. Dat betekent dat de verkiezingsprogramma’s van veertien partijen onder de loep zullen worden genomen. Op DENK na zijn op het moment van schrijven van dit blog alle conceptverkiezingsprogramma’s bekendgemaakt. Daarnaast heeft NSC tot op heden alleen een basisdocument met initiatieven ‘als startpunt van de partij’ gepubliceerd. De volgende partijen maken dus onderdeel uit van deze serie: VVD, D66, PVV, CDA, SP, PvdD, CU, FvD, BBB, SGP, DENK, Volt, GL-PvdA en NSC.

Overzicht van de plannen
Onderstaande tabel bevat een overzicht van alle plannen met betrekking tot integratie van de partijen sinds 2010. Een overzicht sinds 2006 vindt u hier. Daarbij moet worden aangetekend dat in het eerdere Verblijfblogonderzoek over de verkiezingen van 2010 tot en met 2017 niet alle partijen zijn meegenomen, maar we ons beperkten tot CDA, D66, GroenLinks, PvdA, PVV, VVD en SP. Onder de tabel wordt een aantal plannen in detail besproken en met elkaar vergeleken. 

2010 2012 2017 2021 2023
 
Eigen verantwoordelijkheid VVD VVD VVD, CDA SGP SGP
Gedeelde verantwoordelijkheid PvdD PvdA, D66, PvdA VVD
Cursusaanbod door gemeenten GL, SP GL, SP CU
Einde marktwerking inburgering GL, DENK DENK
Inburgeren vrijwillig DENK
Kosten inburgering voor eigen rekening VVD, CU, PVV VVD, PvdA, CU VVD, PvdA, SGP
Inburgeringscursussen gratis SP GL, SP PvdA, GL, SP GL, DENK, CU
Niet voldoen aan inburgeringsplicht financiële, verblijfsrechtelijke of sociale consequenties VVD, CDA VVD, CDA VVD, CDA, D66

 

FvD, VVD FvD, SGP
Niet voldoen aan inburgeringsplicht alleen financiele consequenties GL GL, D66
Tweede en derde generaties ook verplichten te integreren, indien nodig CDA, VVD
Normen en Waarden
(Meer) aandacht voor de Nederlandse vrijheden, grondrechten e/o geschiedenis PvdA, GL, CU, D66 VVD, PvdA, GL, CU, D66 SP, CU, D66 PvdA, SGP, VVD VVD, PvdD, CDA, SP, CU, SGP, NSC
Algeheel verbod op gezichtsbedekkende kleding PVV VVD, PVV VVD SGP
Voor (gedeeltelijke) boerkaverbod CU, PVV PvdA, CU, PVV SGP
Hoofddoekjesverbod PVV PVV
Geen boerkaverbod GL GL, D66
Geen dubbele nationaliteit PVV PVV PVV
Wel dubbele nationaliteit PvdA, CU PvdA, CU, CDA, GL
Verklaring tekenen 50plus, CU VVD
Werk
(vrijwilligers)werk toegankelijker CU, GL PvdA, CU PvdA, D66, CU, PvdA, GL GL, D66, PvdA, PvdD, VVD VVD, D66, PvdA-GL, PvdD, CDA, SP, VOLT, DENK
Bij plaatsing asielzoekers rekening met kans op opleiding/werk D66 D66, PvdD
Erkenning buitenlandse diploma’s/werkervaring GL, PvdA VVD, GL-PvdA


Organisatie van de inburgering
Er zijn verschillende ideeën over waar de inburgering moet geschieden en op welke manier inburgeraars erbij betrokken moeten worden. Grotendeels komen deze plannen overeen met het huidige beleid van de nieuwe Wet inburgering. Zo schrijven CDA, CU, en PvdD dat inburgeren al op asielzoekerscentra moet geschieden, en hebben PvdD, CU, D66 en VVD het over de belangrijke rol van gemeente. De D66 wil zelfs dat inburgeraars medezeggenschap  krijgen op lokaal niveau over het inburgeringsbeleid. De GL-PvdA stelt voor dat inburgeringsonderwijs plaats moet vinden op reguliere onderwijsinstellingen en enkel erkende taalbureaus of instellingen het onderwijs mogen geven. DENK wil van de marktwerking in het inburgeringsonderwijs af. Door meer budget voor inburgering te creëren wil DENK ervoor zorgen dat kwaliteit leidend wordt: ‘hiermee verlagen wij ook de caseload’.

Het benaderen van inburgeraars bij de inburgering staat in verschillende verkiezingsprogramma’s. Dit geldt zowel voor inburgeraars in het algemeen als beleid voor specifieke groepen inburgeringsplichtigen. De SGP wil dat gemeenten asielzoekers stimuleert om vrijwilliger te worden bij organisaties zoals Stichting Gave, om zo de inburgering tot een succes te maken. CU wil zogenaamde Meedoen-balies op opvanglocaties introduceren: ‘Meedoen-balies worden standaard op alle opvanglocaties. Dit is bevorderlijk voor het geestelijk welzijn en de integratie van nieuwkomers, zoals het sneller leren van de Nederlandse taal en cultuur en het opbouwen van een netwerk’.

Ook worden specifieke doelgroepen genoemd waar extra rekening mee gehouden moet worden in het inburgeringstraject. Zo schrijft de VVD dat ‘-iedere gemeente erop toeziet dat jonge kinderen van inburgeraars standaard naar voor- en vroegschoolse educatie gaan om mogelijke onderwijs- en taalachterstanden te voorkomen en om jonge nieuwkomers een goede start te geven in onze samenleving’. De D66 wil dat er speciale aandacht wordt besteed aan gezinsmigranten: ‘gezinsmigranten zijn inburgeringsplichtig, maar het is vaak moeilijk hen te bereiken vanwege de grote diversiteit van deze groep’. Daarnaast wil de D66 dat ook pensioengerechtigde nieuwkomers op kosten van de staat kunnen inburgeren, om de inburgering voor hen te vergemakkelijken. Verder willen de D66 en SP speciaal beleid voor inburgeraars die afstand hebben van de Nederlandse samenleving. De D66 noemt hierbij in het bijzonder het belang van het in de nieuwe Wet inburgering geïmplementeerde persoonlijke inburgeringsplan.

De consequenties van het niet voldoen aan de inburgeringsplicht komt minder aan bod dan voorgaande jaren, maar wordt nog wel benoemd in een aantal verkiezingsprogramma’s. Zo wil de D66 het boetebeleid verminderen. FvD wil juist dat integratie een voorwaarde is voor het krijgen van sociale rechten, zoals een uitkering. SGP vindt dat het niet voldoen aan inburgeringsvoorwaarden ook verblijfsrechtelijke consequenties moet hebben.

Tot slot zijn er nog wat uiteenlopende ideeën over de organisatie in de verkiezingsprogramma’s terug te vinden. CU wil dat er een schuldpardon komt voor inburgeraars die tussen 2013 en 2021 schulden hebben opgelopen. SGP wil gezinsmigranten die in het buitenland zijn ingeburgerd vrijstellen van het participatieverklaringstraject; deze migranten hoeven slechts de verklaring te ondertekenen. CDA wil dat in de dagprogrammering van de publieke omroep programma’s komen die de integratie van nieuwkomers ondersteunt. Tot slot wil GL-PvdA dat inburgeringsonderwijs wordt gecontroleerd door de onderwijsinspectie.

De inhoud van de inburgeringscursus
Vrijwel elke partij zegt iets over het leren van de Nederlandse taal in het verkiezingsprogramma (CDA, SP, VOLT, VVD, D66, GL-PvdA, PvdD, CU, SGP, NSC). Zo schrijft de VVD: ‘Om in de Nederlandse samenleving volwaardig mee te kunnen doen is het goed spreken van de Nederlandse taal onontbeerlijk’. Niet veel partijen geven een nadere invulling van op welk niveau de Nederlandse taal moet worden geleerd. D66 schrijft nog: ‘[n]ieuwkomers die het hoogste taalniveau niet halen, krijgen meer aandacht. We sturen daarbij zoveel mogelijk op het zelfstandig kunnen leven en het leren van de taal’.

Verschillende partijen geven aan dat de rechtstaat en grondwettelijke waarden van belang zijn (VVD, SP, CU, CDA, NSC, SGP). Zo schrijft de VVD: ‘we verwachten dat je de Nederlandse grondwettelijke waarden zoals vrijheid en democratie onderschrijft’. CU verwoord het net anders door voornamelijk het belang van de rechtstaat te benadrukken: ‘[w]e helpen nieuwkomers om onderdeel te worden van onze democratische rechtsstaat en om haar kernwaarden te verinnerlijken’. CDA staat voor een integratiebeleid zonder cultuurrelativisme en schrijft: ‘[e]en integratiebeleid gericht op cultureel draagvlak voor de grondrechten en -waarden kan verbindend werken over religieuze en culturele grenzen heen’. SGP schrijft dat ‘de regels van onze democratische rechtsstaat centraal staan, maar zeker niet de eenzijdig gekleurde, seculiere basiswaarden. Het is belangrijk dat we leren op een vreedzame, respectvolle manier met elkaar om te gaan als medemensen. Dat is iets anders dan alle burgers in een seculier keurslijf persen’. NSC wil dat ‘de vrijheden en plichten van Nederlands staatsburgerschap’ meer aandacht krijgen en dat iedere inburgeraar na het afronden van de inburgeringscursus een publieksversie van de Grondwet krijgt. Tot slot wil SP ‘aandacht voor de grondwettelijke rechten en plichten die we in ons land kennen’.

De SGP wil net zoals vorig verkiezingsjaar dat de inburgeringscursus ingaat op nationale identiteitsdragers als het Wilhelmus, de hoofdlijnen van de Nederlandse geschiedenis en het lot van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. CU heeft nog een drietal ideeën over aanpassingen van de inhoud van het inburgeringsonderwijs. Zo wil CU dat er meer aandacht komt voor mentale hulp: ‘Veel vluchtelingen hebben traumatische gebeurtenissen meegemaakt. Vast onderdeel van de inburgering wordt een stevig hulpaanbod om deze trauma’s en gebeurtenissen te helpen verwerken’. Daarnaast wil CU dat de eindtermen van de kennisonderdelen van de inburgering periodiek worden herzien, met als doel actief burgerschap te bereiken. Verder wil CU ook dat het inburgeringsonderwijs ook statushouders ondersteunt financieel zelfredzaam te worden. Ook D66 wil zich richten op de financiële zelfredzaamheid van asielzoekers: ‘[v]oor alle groepen inburgeraars hebben we aandacht voor het voorkomen van schulden’. DENK benadrukt het belang van het ontzorgen van inburgeraars tijdens het integratietraject.

De mogelijkheid om te werken
De plannen voor hoe de toegang tot de arbeidsmarkt van asielzoekers moet worden geregeld zijn dit jaar veel uitgebreider. Op dit moment geldt voor asielzoekers de 24-weken norm. Wanneer de asielaanvraag van een asielzoeker zes maanden of meer in behandeling is, kan hij een tewerkstellingsvergunning aanvragen om te kunnen werken. Nadat de asielzoeker de tewerkstellingsvergunning heeft ontvangen, kan hij 24 werken per jaar werken. CU, DENK, en VOLT willen de 24 weken norm afschaffen, terwijl GL-PvdA juist af wil van de tewerkstellingsvergunning van asielzoekers.

Naast specifieke voorstellen over het afschaffen van huidige regelgeving, stellen sommige partijen voor om het systeem anders in te richten. Zo vinden CDA en SP dat kansrijke asielzoekers na drie maanden toegang moeten krijgen tot de arbeidsmarkt. Voor asielzoekers waarvan de kans juist klein is dat ze een vergunning zullen krijgen, schrijft de SP dat ze pas na negen maanden toegang mogen krijgen tot de arbeidsmarkt. CU wil ook de arbeidsmogelijkheden van asielzoekers met een reële kans vergroten en wil dat voor hen ‘vanaf de eerste dag gezocht [moet worden] naar een plek waar zij zich actief kunnen inzetten in onze samenleving’. GL-PvdA en DENK verwoorden het iets vager. Zo schrijft GL-PvdA: ‘Asielzoekers met perspectief op inwilliging mogen zo snel mogelijk volledig aan het werk’. DENK schrijft: ‘beginnen met een combinatie van werk en leren wordt de norm’. De PvdD wil projecten oprichten ‘waarbij vluchtelingen met een bepaalde beroepsachtergrond worden gekoppeld aan potentiële lokale werkgevers’.

De BBB lijkt een strenger systeem te willen: ‘[b]ij een arbeidsgeschikte situatie doet [een asielzoeker]  na 1 jaar verblijf een opleiding, vrijwilligerswerk of heeft een verdienende baan’. SGP wil juist niet dat het systeem te veel wordt opengebroken voor nieuwkomers: ‘[b]ij het reguleren van arbeidsmigratie en het werven van migranten voor ‘tekortsectoren’, moet de overheid meer rekening houden met de culturele achtergrond van de nieuwkomers. Het heeft duidelijk de voorkeur om eerst te kijken in hoeverre Nederlanders en Nederlandstaligen in het buitenland geworven kunnen worden’.

VVD heeft juist plannen voor statushouders. Zo wil VVD dat gemeenten startbanen aan gaan bieden aan statushouders. Er moeten sectorplannen komen voor tekortsectoren om statushouders voor deze banen op te leiden. Verder wil VVD dat statushouders voorrang krijgen ten opzichte van asielzoekers bij het verkrijgen van een BSN-nummer, zodat ze sneller een rekening kunnen openen voor het ontvangen van een salaris.

Bovendien stellen verschillende partijen plannen voor die voor alle nieuwkomers de toegang tot de arbeidsmarkt zal vergemakkelijken. GL-PvdA en VVD willen barrières wegnemen bij het erkennen van buitenlandse diploma’s. GL-PvdA wil samen met werkgevers banen organiseren voor asielzoekers en andere inburgeraars, zoals gezinsmigranten. Tot slot wil CU migratie, en daarmee ook integratie, onderbrengen bij SZW: ‘Zo kan ook een betere verbinding gemaakt worden tussen immigratie, integratie en arbeidsmarktbeleid’.

Dit bericht is op 27 oktober aangevuld op basis van de programma’s van NSC en DENK.